Op de omloop van Fuji vindt, een jaar na de dramatische ontknoping in de titelstrijd tussen James Hunt (McLaren) en Niki Lauda (Ferrari), de tweede Grote Prijs van Japan uit de geschiedenis plaats. De omstandigheden zijn echter totaal verschillend vergeleken met het voorgaande jaar: in plaats van de apocalyptische weersomstandigheden is het nu droog en zonnig en ook de titelstrijd is al een paar races beslist in het voordeel van Lauda. De Oostenrijker is net als bij de vorige wedstrijd in Canada zelfs niet meer aanwezig; na het behalen van de titel heeft hij per direct Ferrari verlaten, met het oog op zijn bij het team niet in dank afgenomen transfer naar Brabham voor 1978. Net als in Canada bestuurt de Canadees Gilles Villeneuve de tweede Ferrari.

In de kwalificaties is het 1976-winnaar Mario Andretti (Lotus), die de pole pakt, voor Hunt. De Amerikaan, die met vier zeges het meeste aantal overwinningen van 1977 scoort, komt er in de wedstrijd niet aan te pas. Hij heeft een slechte start en al in de tweede ronde crasht hij uit de wedstrijd. Hunt heeft vooraan weinig tegenstand en rijdt van start tot finish aan de leiding. Voor de Brit is het zijn tiende en laatste Formule 1-zege. De resterende punten zijn voor Carlos Reutemann (Ferrari), Patrick Depailler (Tyrrell), Alan Jones (Shadow), Jacques Laffite (Ligier) en Riccardo Patrese (Shadow), die zijn eerste WK-punt uit zijn carrière scoort.

De wedstrijd wordt ontsierd door een tragisch ongeval na een vijftal ronden, wanneer Ronnie Peterson (Tyrrell) en Gilles Villeneuve (Ferrari) met elkaar in botsing komen aan het eind van het lange rechte stuk bij start en finish. De wagen van de Canadees vliegt over de vangrails heen en belandt in een verboden zone waar enkele personen postgevat hebben. Een baanpost en een fotograaf worden door de brokstukken geraakt en overlijden ter plaatse.

Tyrrell zet voor het laatst de legendarische P34 met zes wielen in. Vanaf 1978 zal het team opnieuw een conventionele wagen met vier wielen inzetten. De Japanner Kunimitsu Takahashi, één van de gastrijders voor deze Grote Prijs, brengt voor het laatst een wagen op Dunlop-banden op een Formule 1-startgrid. Ook Gunnar Nilsson (Lotus) komt voor het laatst aan de start. In het tussenseizoen zal de bij de Zweed kanker vastgesteld worden en in oktober 1978 zal hij overlijden.

In de eindstand van het langste WK tot nu toe uit de geschiedenis – in 1977 telt de kalender voor het eerst zeventien races – pakt Niki Lauda (Ferrari) zijn tweede titel, voor Jody Scheckter (Wolf), Mario Andretti (Lotus) en James Hunt (McLaren). Bij de constructeurs is Ferrari kampioen, voor Lotus en McLaren. Na twee races in 1976 en 1977 verdwijnt de Japanse Grote Prijs opnieuw voor tien jaar van het toneel. Vanaf 1987 wordt de race opnieuw jaarlijks verreden op de omloop van Suzuka, met uitzondering van 2007 en 2008, wanneer men na dertig jaar opnieuw voor twee races Fuji aandoet.

By SDG