Op deze dag wordt in Rome Giancarlo Fisichella geboren. Voorafgaand aan zijn Formule 1-loopbaan doorloopt de Italiaan de traditionele opstapklassen; in zijn geval karting en de Italiaanse Formule 3, die hij in 1994 wint. In datzelfde jaar wint hij ook de Formule 3-wedstrijden in Monaco en Macao, wat hem meteen internationaal in de schijnwerpers zet. Na een jaartje ITC – de internationale variant van de DTM – in 1995 kan hij in 1996 zijn debuut maken in de Formule 1 bij Minardi. Aanvankelijk staat hij slechts als reservecoureur geboekt, doch doordat de sponsors van de oorspronkelijk getekende Japanner Taki Inoue niet over de brug komen, kan Fisichella bij de seizoensopener in het Australische Melbourne effectief als racecoureur instappen, naast de Portugees Pedro Lamy. Bij het constant in geldgebrek verkerende Italiaanse team is het als debutant uiteraard niet altijd even gemakkelijk, doch Fisichella trekt zich meer dan behoorlijk uit de slag. Halverwege het seizoen is de geldnood van het team echter zodanig groot dat Minardi zich verplicht ziet de paydriver Giovanni Lavaggi in te lijven, waardoor Fisichella naar de reservebank verhuist.

Hij heeft echter genoeg van zich laten zien om een plaatsje bij Jordan te versieren voor 1997. Daar wordt hij aan de Duitse debutant Ralf Schumacher – broertje van – gekoppeld. Van bij aanvang is het meteen duidelijk dat het Ierse team een paar klassen hoger speelt en Fisichella is dan ook een stuk meer naar voren in het peloton te vinden. In de derde race in Argentinië vecht hij met zijn teamgenoot een fel duel uit voor de derde plaats, wat eindigt wanneer beide Jordans met elkaar in aanraking komen. Schumacher rijdt naar het podium, terwijl Fisichella tandenknarsend de strijd moet staken. De Italiaan haalt nadien echter meer dan zijn gram en toont zich over het hele seizoen gezien duidelijk de betere van zijn teamgenoot: in Canada pakt hij zelf ook zijn eerste podiumplaats door als derde te finishen en in Duitsland leidt hij voor het eerst in zijn F1-carrière een race en is hij op weg naar de tweede plaats wanneer hij alsnog met pech uitvalt. Die tweede plaats komt er uiteindelijk in Spa. Fisichella wordt uiteindelijk achtste in de eindstand van het WK met 20 punten.

Voor 1998 levert het hem een transfer naar Benetton op, waar hijzelf en de jonge Oostenrijkse belofte Alexander Wurz het vorige rijderduo Jean Alesi en Gerhard Berger moeten doen vergeten. In 1998 breken er bij Benetton echter net enkele magere jaren aan, terwijl Fisichella’s vorige werkgever Jordan omgekeerd aan enkele vette jaren begint. Het lijkt er dan ook op dat de Italiaan op het verkeerde moment van team gewisseld is. Niettemin scoort hij – in tegenstelling tot Wurz, die zijn beloftes nooit zal kunnen waarmaken – regelmatig podiums, die hem in de spotlichten blijven houden: tweede in Monaco en Canada in 1998, opnieuw tweede in Canada in 1999, tweede in Brazilië en derde in Monaco en Canada in 2000 en derde in België in 2001. Iedereen is er dan ook van overtuigd dat Fisichella tot veel meer in staat is indien hij over het juiste materiaal zou beschikken.

Voorlopig zit dat er echter nog niet in; de teruggekeerde teammanager Flavio Briatore trekt voor 2002, het jaar waarin Benetton overgenomen wordt door Renault, een andere Italiaan aan in de persoon van Jarno Trulli, terwijl Fisichella met hem stoeltje wisselt en terug bij Jordan terechtkomt. Het team is echter na enkele vette jaren terug naar af aan het gaan en de gele wagens van ‘Fisi’ en zijn teamgenoot Takuma Sato zijn dan ook eerder in de buik van het peloton terug te vinden. Enkele vijfde plaatsen is het hoogst haalbare. In 2003 lijkt de achteruitgang zich nog verder door te zetten, wanneer Jordan de Honda-motor verliest en zich voortaan met een Ford-krachtbron moet rooien. Doch wanneer de nood het hoogst is, blijkt de redding nabij: in de chaotische, verregende Grote Prijs van Brazilië op Interlagos zorgt Fisichella voor dé verrassing door gestaag naar voren op te rukken en wanneer de race voortijdig afgevlagd wordt na een zware crash van Fernando Alonso net de leiding te nemen. Aanvankelijk wordt Kimi Räikkönen tot winnaar uitgeroepen, maar na protest van Jordan wordt deze vergissing rechtgezet en behaalt Giancarlo Fisichella zo zijn allereerste Formule 1-zege. Het is echter het enige lichtpunt van het jaar, want buiten deze toevalstreffer wordt 2003 een seizoen om snel te vergeten. In 2004 kan de Italiaan instappen bij Sauber. Als zijn droom om ooit voor Ferrari te rijden niet uitkomt, dan heeft hij in ieder geval al met een Ferrari-motor achterin gereden. Een overwinning zit er niet bepaald in, maar met de Sauber toont Fisichella zich in ieder geval een stuk regelmatiger dan in 2003 en neemt hij tevens vlot de maat van zijn teamgenoot Felipe Massa.

Hij wordt elfde in de eindstand van het WK en, wat nog belangrijker is, hij wordt door Flavio Briatore vastgelegd om in 2005 bij Renault de in ongenade gevallen Jarno Trulli te vervangen. In zijn tiende Formule 1-seizoen kan de Italiaan zo eindelijk bij een topteam aan de slag. Hij bedankt voor het vertrouwen door bij de seizoensopener in Melbourne de pole te veroveren en vervolgens op autoritaire wijze naar de overwinning te rijden. Het is echter het hoogtepunt van het jaar. De volgende races zal Fisichella door pech of gewoon domme fouten uitvallen, of schiet hij gewoonweg te kort. In Italië wordt hij derde en in Japan ziet hij zich in de allerlaatste ronde een haast zekere zege door de neus geboord door een ontketende Räikkönen. Ondertussen snelt zijn ploeggenoot Alonso naar zeven overwinningen én de wereldtitel; het contrast kan haast niet groter zijn. Desondanks wordt Fisichella nog vijfde in de eindstand van het WK en helpt hij mee om Renault ook de wereldtitel bij de constructeurs te bezorgen, waaroor hij van de teamleiding een nieuwe kans krijgt in 2006. Dat jaar voelt Fisichella zich duidelijk iets meer op zijn gemak bij het team. In Maleisië scoort hij een overwinning voor zijn teamgenoot Alonso, terwijl hij verder nog vier keer op het podium mag plaatsnemen. Het is echter opnieuw de Spanjaard die aan het eind van het jaar de titel pakt, na een spannend duel met de afscheidnemende Michael Schumacher. Fisichella van zijn kant wordt vierde. In 2007 vertrekt Alonso naar McLaren en wordt Fisichella bij Renault als kopman uitgespeeld. Het wordt echter een bittere teleurstelling. Net zoals Benetton na het vertrek van Michael Schumacher een decennium eerder zwaar terugviel, gebeurt nu identiek hetzelfde bij Renault na het vertrek van Alonso. Fisichella eindigt pas als achtste in het WK en behaalt zelfs niet eens een podiumplaats; een vierde plaats in Monaco is het hoogst haalbare. Hierbij moet hij het zelfs afleggen tegenover zijn teamgenoot, de Finse debutant Heikki Kovalainen, die niet alleen een plaatsje boven hem finisht in de eindstand maar bovendien een tweede plaats pakt in de verregende Japanse Grote Prijs.

Het is voor iedereen duidelijk dat het momentum van Fisichella stilaan voorbij is en de topteams zijn dan ook niet langer geïnteresseerd in zijn diensten. Voor 2008 kan hij alsnog terecht bij het nieuwe team Force India, de opvolger van Midland, Spyker en het hem zo bekende Jordan: voor de Italiaan is het dan ook letterlijk ‘terug naar af’. 2008 is voor het nieuwe team duidelijk nog een leerjaar en punten worden er niet gescoord. Een flinke crash met Kazuki Nakajima bij de start van de Turkse Grote Prijs, die duidelijk veroorzaakt werd door een fout van Fisichella, is het dieptepunt van een seizoen om snel te vergeten. In 2009 rijdt de Italiaan nog steeds voor Force India. Het Indische team rijdt nog steeds in de buik van het peloton rond, al zijn er sporadisch al enkele uitschieters waar te nemen. Zoals in Duitsland, waar tweede coureur Adrian Sutil een knappe race rijdt tot hij na een botsing met Räikkönen terugvalt. Niettemin lijkt 2009 op een doorslagje van het vorige seizoen uit te draaien, tot Fisichella bij de Belgische Grote Prijs in Spa voor een verrassing van formaat zorgt door naar de polepositie te rijden. In de race zelf bevestigt hij de goede vorm van de zaterdag door als tweede te finishen, meteen de eerste puntenfinish voor Force India. Zijn teamgenoot Sutil bewijst in de volgende race in Monza dat dit resultaat geen toevalstreffer was door zich op de eerste rij te kwalificeren en vervolgens in de wedstrijd naar de vierde plaats te rijden.

Fisichella maakt op dat moment echter al geen deel meer uit van het team: na zijn klinkende resultaat op Spa wordt hij door Ferrari gevraagd om per direct de tweede wagen te besturen als vervanger van de van een zware crash herstellende Felipe Massa, nadat de vaste Ferrari-testcoureur Luca Badoer er de vorige twee races niets van bakte. Zo gaat voor Fisichella in de herfst van zijn carrière alsnog een jongensdroom in vervulling: als Italiaan Grote Prijzen rijden voor Ferrari. Hij heeft het echter niet gemakkelijk om zich de rijeigenschappen van de wagen eigen te maken. In de nog resterende races scoort hij geen enkel punt en rijdt hij doorgaans wat anoniem in het middenveld rond, waardoor zijn transfer naar Ferrari op sportief vlak wat tegenvalt. Doordat zijn oude teamgenoot van bij Renault Fernando Alonso in 2010 de rangen van de Scuderia zal vervoegen en Fisichella zelf geen racezitje meer vindt, wordt de Grote Prijs van Abu Dhabi zijn laatste race. Hij blijft echter aan Ferrari verbonden als testcoureur en stapt over naar de langeafstandsracerij, met Ferrari uiteraard. In 2011 wint hij met een Ferrari 458 in de GTE-klasse de ‘Petit Le Mans’-race op het Amerikaanse Road Atlanta-circuit en in 2012 doet hij deze prestatie over in de originele 24-uursrace in Le Mans. Tevens runt Fisichella al verscheidene jaren een eigen team in de opstapklassen: Fisichella Motor Sport.

fisichellamonza2009.jpg

By SDG