Wereldkampioen Ayrton Senna (McLaren) wint in de straten van het Amerikaanse Phoenix de openingsrace van het wereldkampioenschap 1991. De nieuwe bolide van de Braziliaan heeft voorafgaand aan de eerste race nauwelijks een meter gereden, doch het belet hem niet het hele weekend te domineren. In de trainingen pakt hij al met meer dan een seconde voorsprong op zijn grote rivaal Alain Prost (Ferrari) de pole en in de race zelf rijdt hij van start tot finish aan de leiding. Senna is zo meteen ook de eerste coureur die volgens het nieuwe puntensysteem tien punten scoort voor een overwinning in plaats van negen tot dusver. Prost weet als tweede de schade nog enigszins te beperken, de rest van het deelnemersveld volgt al op behoorlijke afstand. De Willamsen van Riccardo Patrese en de bij het Britse team na twee jaren Ferrari teruggekeerde Nigel Mansell rijden een veelbelovend wedstrijdbegin, doch geen van beiden haalt de finish. Mansell ziet zijn race beëindigd door versnellingsbakproblemen en Patrese verdwijnt uit de wedstrijd wanneer hij na een spin getorpedeerd wordt door de Benetton van Roberto Moreno. Ook Senna’s teamgenoot Gerhard Berger en Jean Alesi, de sensatie van de race in 1990 en in het tussenseizoen – ondanks een voorcontract bij Williams – naar Ferrari overgestapt, vallen door mechanische pech uit. Het is uiteindelijk Nelson Piquet (Benetton) die de laatste podiumplaats pakt, voor de Tyrrells van Stefano Modena en Satoru Nakajima en de Larrousse van Aguri Suzuki. Voor beide Japanners is het de enige puntenfinish van 1991. Ook dit jaar vinden er door het grote aantal inschrijvingen voorafgaand aan de eerste vrije training nog steeds prekwalificaties plaats. EuroBrun, Onyx en Life zijn dan wel verdwenen uit de Formule 1, doch anderen hebben hun plaats ingenomen. Nieuw in 1991 zijn het Modena/Lambo-team, met Nicola Larini en de Waalse debutant Eric Van de Poele, en Jordan, met veteraan Andrea de Cesaris en Bertrand Gachot. Het team van de flamboyante Ier Eddie Jordan, dat vanuit de Formule 3000 de overstap naar de eredivisie van de autosport heeft gemaakt, presenteert in Phoenix een even bloedmooie als snelle wagen en zal in zijn debuutjaar meteen aansluiting vinden bij de subtop. Nog nieuwkomers in Phoenix zijn de Fin Mika Häkkinen bij Lotus, de Brit Mark Blundell bij Brabham, de Fransman Erik Comas bij Ligier en de Portugees Pedro Chaves bij Coloni. Laatstgenoemde zal de prekwalificaties geen enkele keer overleven. Het Italiaanse Osella-team is omgedoopt tot Fondmetal en Arrows presenteert een wagen met een Porsche-motor. Het wederoptreden van de Duitse sportwagenfabrikant in de Formule 1 zal evenwel op een totale mislukking uitdraaien. Maar ook het raceweekend zelf loopt met een flinke kater af. De publieke belangstelling is minimaal, in die mate zelfs dat een struisvogelrace, die op hetzelfde moment als de Grand Prix in een ander stadsdeel gehouden wordt, meer volk trekt dan de Formule 1-wedstrijd. De FIA trekt dan ook zijn conclusies: de derde Grote Prijs die in de woestijnstad in Arizona georganiseerd wordt is de laatste geweest. Doordat er geen nieuwe locatie gevonden wordt zullen de Verenigde Staten in 1992 voor het eerst sedert de oprichting van het wereldkampioenschap in 1950 niet meer op de Formule 1-kalender figureren. Pas in 2000 komt er opnieuw een Amerikaanse Grote Prijs, in Indianapolis.
