De Formule 1 gaat met ingang van 2014 met 1.6 liter V6-motoren rijden, waarbij Energy Recovery Systems een veel belangrijkere rol gaan spelen. Daarnaast gaat de aerodynamica op de schop, dus de veranderingen zijn ingrijpend.
Deze veranderingen hebben uiteraard ook invloed op de banden en het gebruik daarvan. Pirelli had overigens al aangekondigd in 2014 een meer conservatieve koers te varen, maar doordat de auto van 2014 een grote onbekende is, zal het echter niet eenvoudig zijn hierop in te spelen, zo vertelt Paul Hembery.
Pirelli heeft uiteraard informatie over de nieuwe auto’s gekregen van de teams, maar de laatste tijd is die informatiestroom gestokt: De teams prevaleren eigen belang vóór een goede band, waarmee iedereen mee uit de voeten kan.
Hembery zegt dat dit echter voor problemen zal zorgen. Dit omdat de teams hun auto’s – ook straks in 2014 – blijven doorontwikkelen en dit naar zijn verwachting razendsnel zal gaan. De bolides die straks in 2014 op de baan rijden kunnen, volgens Hembery in de prakijk dus wel eens een stuk sneller zijn dan wat de teams tot nu toe aan Pirelli hebben aangegeven.
Met als gevolg dat de banden niet ‘passen’ onder de auto’s en coureurs weer gaan klagen dat ze na vijf rondjes hun banden moeten sparen. Dat laatste lijkt volgens Hembrey niet te zullen gebeuren. We hebben ons wat betreft het ‘model’ dat we gebruiken om banden te ontwikkelen juist ingesteld op een fictieve auto met enorm veel topsnelheid en downforce, die de banden enorm belast.
, zo legt de motorsportbaas van Pirelli uit.
Pirelli wil dus meer gegevens. Hoe ziet het karakteristiek van de 2014-auto eruit? Naast dat die auto een stuk zwaarder wordt, zal de turbomotor meer koppel genereren. Doordat een diffuser –zoals het nu bestaat– niet meer kan worden gebruikt, zal de downforce veel minder worden, wat betekent dat het zwaartepunt van de auto meer naar achteren moet liggen om zo meer druk op de achterbanden te genereren.
Meer nadruk op mechanische grip dus.
Overigens komt men dan in de problemen met de banden voor. Minder druk betekent meer onderstuur, of lagere bochtensnelheid. Een ondersturende auto kampt ook vaak met oververhitting van de voorbanden. Dan krijg je blaren en [nog meer] gripverlies. Wat het alleen maar moeilijker maakt om een bocht met een hoge snelheid te ronden.
Maar zover is het nog lang niet…