Naar jaarlijkse gewoonte wordt ook in 1988 het Formule 1-seizoen afgesloten met de Grote Prijs van Australië, op de stratenomloop van Adelaide. De beslissing in de titelstrijd viel reeds in de vorige race in het Japanse Suzuka, waar Ayrton Senna (McLaren-Honda) met zijn achtste zege van het seizoen zijn eerste wereldtitel veilig stelde, voor zijn teamgenoot Alain Prost. Hoewel de prijzen dus al verdeeld zijn, wordt er vooraf toch met grote belangstelling uitgekeken naar de slotwedstrijd. Voor het laatst zullen er in de Formule 1 wagens voorzien van een turbomotor van start gaan. De techniek, die door Renault in 1977 bij de Britse Grote Prijs voor het eerst werd ingevoerd, was vanaf 1983 niet meer te kloppen maar zorgde er tevens voor dat de auto’s alsmaar sneller, krachtiger en gevaarlijker werden. Daarom voert de FIA nu een verbod in op de turbo’s en vanaf 1989 moeten alle motorenfabrikanten verplicht een atmosferische 3,5-liter krachtbron inzetten. Na een kwarteeuw verbannen geweest te zijn, zullen de turbomotoren vanaf 2014 echter opnieuw hun intrede doen in de Formule 1.
De kwalificaties zijn een doorslagje van de rest van het seizoen, met beide McLarens op de eerste rij en Ayrton Senna voor de dertiende keer op pole position, een nieuw seizoensrecord. Nigel Mansell (Williams-Judd), Gerhard Berger (Ferrari), uittredend wereldkampioen Nelson Piquet (Lotus-Honda) en Riccardo Patrese (Williams-Judd) volgen op de tweede en derde rij op meer dan anderhalve seconde. Wie vooraf hoopte dat de rood/witte wagens dit jaar na Monza nog een tweede keer verslagen zouden kunnen worden, lijkt er dus bij voorbaat aan voor de moeite.
Niettemin kan Berger bij de start het tempo van de McLarens behoorlijk volgen en hij nestelt zich na Prost en Senna in derde positie, terwijl Ferrari-teamgenoot Michele Alboreto ondertussen zijn laatste wedstrijd in dienst van de Scuderia al in de eerste ronde beëindigt. Tot eenieders verbazing kan Berger niet enkel de koplopers volgen; na enkele ronden passeert hij beide wagens, neemt hij de leiding van de wedstrijd over en slaat vervolgens een kleine kloof. Wat niemand weet, is dat de Oostenrijker met de hoeveelheid benzine die hij aan boord heeft en met maximale turbodruk aan dit tempo wellicht nooit de finish zal halen. Een crash met de gedubbelde René Arnoux (Ligier-Judd) na een derde van de race, die voor beiden het einde van de wedstrijd betekent, voorkomt dan ook een blamage in de slotfase.
Hierna is het in ieder geval vooraan afgelopen met de sensatie in de race, die weer in zijn vertrouwde plooi valt. Alain Prost rijdt vooraan naar een vlotte zevende seizoenszege, de 35ste in zijn carrière. Net als in 1984 staat de Fransman zeven keer op het hoogste trapje, maar ook nu weer is dit onvoldoende voor de titel: na Lauda is het nu een andere superkampioen, Ayrton Senna, die hem te slim af is. De Braziliaan finisht als tweede, voor Nelson Piquet, wat betekent dat er drie rijders met een Honda-turbomotor op het podium staan. Een mooi en waardig afscheid van de Japanse constructeur aan het turbotijdperk. De resterende punten zijn voor drie atmosferische wagens: Riccardo Patrese (Williams-Judd), Thierry Boutsen (Benetton-Ford) en Ivan Capelli (March-Judd).
In de eindstand van het WK is Senna kampioen voor Prost, Berger en Boutsen, bij de teams haalt McLaren – dat vijftien van de zestien races in 1988 won – het voor Ferrari en Benetton. Thierry Boutsen wint tevens de Jim Clark Trophy als beste niet-turbocoureur, Benetton pakt de Colin Chapman Cup voor beste niet-turboteam.
Riccardo Patrese rijdt in Adelaide de 176ste Grote Prijs uit zijn carrière, waarmee hij zich op gelijke hoogte schaart met Graham Hill en Jacques Laffite. De Italiaan zal dit aantal tot zijn afscheid eind 1993 verder aandikken tot 256, een record dat op zijn beurt zal standhouden tot in 2008, wanneer Rubens Barrichello hier als eerste boven gaat.
De Australische Grote Prijs van 1988 markeert de laatste GP-deelname voor de motoren van Megatron (Arrows), Zakspeed en Alfa Romeo (Osella). Ook de Fransman Philippe Streiff (AGS) komt voor het laatst aan de start: tijdens de wintertests wordt hij het slachtoffer van een ernstige crash, waardoor hij verlamd geraakt aan beide benen. Een andere Fransman, Pierre-Henri Raphanel, vervangt bij Larrousse de zieke Yannick Dalmas, maar hij kan zich niet kwalificeren.
