In de Argentijnse hoofdstad Buenos Aires, al een aantal jaren traditioneel het toneel van de openingswedstrijd van het nieuwe seizoen, rijdt de Formule 1 de jaren ’80 binnen. Aan de top vallen er dit jaar weinig verschuivingen te noteren, want de meeste toprijders blijven hun oude teams trouw. Ferrari komt nog steeds met titelverdediger Jody Scheckter en vice-wereldkampioen Gilles Villeneuve aan de start, Renault zweert nog steeds bij zijn snelle Franse duo Jean-Pierre Jabouille en René Arnoux, en Brabham behoudt de bezetting van eind 1979, die ontstond bij het onverwachte afscheid van Niki Lauda aan de Formule 1: de nieuwe kopman Nelson Piquet ziet zich nog steeds gesteund door tweede coureur Ricardo Zunino.
Bij het nieuwe topteam Williams heeft Alan Jones gezelschap gekregen van Carlos Reutemann, die zelf bij Lotus opgevolgd is door Elio de Angelis, de nieuwe teamgenoot van ex-wereldkampioen Mario Andretti. Bij Ligier is het tweede zitje naast Jacques Laffite voortaan voor Didier Pironi, terwijl Patrick Depailler – die een half seizoen lang langs de kant moest blijven na een ongeluk met een zweefvliegtuigje – naar Alfa Romeo trekt, als teamgenoot van Bruno Giacomelli. McLaren reserveert het tweede stoeltje naast kopman John Watson dit jaar voor de grote Franse belofte Alain Prost, de kersverse Europees Formule 3-kampioen. Clay Regazzoni, bedankt voor bewezen diensten bij Williams, keert terug naar Ensign, terwijl Keke Rosberg na de overname van het Wolf-team door Fittipaldi mee de overstap maakt en voortaan team vormt met de voormalige wereldkampioen Emerson Fittipaldi. Riccardo Patrese en Jochen Mass blijven aan bij Arrows, terwijl Jean-Pierre Jarier en Derek Daly voor Tyrrell uitkomen. Voor het team van Ken Tyrrell zullen met het aanbreken het nieuwe decennium ook de magere jaren stilaan een aanvang nemen.
Net zoals in 1979 kunnen de coureurs in iedere seizoenshelft slechts de beste resultaten in rekening brengen, doch om de spankracht van het seizoen te verhogen tellen nu de vijf beste resultaten per helft mee, in plaats van vier. Alan Jones, de revelatie van de tweede helft van 1979 en het voornaamste slachtoffer van deze regel, is echter vastbesloten dit jaar niets aan het toeval over te laten. In de kwalificaties is hij heer en meester en rijdt hij naar de eerste pole van het seizoen, gevolgd door Laffite, Pironi en Piquet. Vooral voor de Braziliaan is dit een bemoedigend resultaat, daar Brabham sedert de overstap van Alfa Romeo naar de klassieke Cosworth-motor een stuk beter uit de verf lijkt te komen. Het wereldkampioensteam stelt met een achtste plaats voor Villeneuve en een elfde voor Scheckter teleur. In 1980 zal de Scuderia, die een doorontwikkelde wagen van 1979 inzet, een heel jaar lang achter de feiten aan rijden. Achteraan het veld raakt Jan Lammers (ATS), in tegenstelling tot zijn teamgenoot Marc Surer, niet door de kwalificaties. Iets wat ook de Amerikaan Eddie Cheever, coureur van het nieuwe Italiaanse Osella-team, en de beide Shadow-rijders David Kennedy en Stefan Johansson niet lukt. De Zweed zal na nog een mislukte kwalificatiepoging in Brazilië weer uit de Formule 1 verdwijnen om pas in 1983 terug te keren.
Bij de start van de wedstrijd neemt Jones de beste start. Dit mede doordat de gestaffelde startopstelling, waarbij iedere auto een paar meter schuin achter zijn voorganger staat, voortaan bij alle wedstrijden toegepast wordt. Na hem volgen Laffite, Pironi en Piquet, terwijl ook Villeneuve een prima start heeft. Een stuurfout in de eerste ronde werpt hem echter weer terug naar het middenveld, van waar de Canadees één van zijn typische achtervolgingsraces inzet. Vooraan slaat Jones ondertussen een kloof met het achtervolgende groepje, waaruit Pironi al snel verdwijnt met motorpech en waarbij Reutemann in zijn plaats aansluiting vindt. Het drietal maakt er een spannende strijd van, tot ook Reutemann het veld moet ruimen. De koploper doet ondertussen iedereen op de tribunes rechtveren door een stuurfout, doch hij kan zijn weg verderzetten. Een pitstop van de Australiër brengt vervolgens Laffite op kop, maar Jones vecht zich met veel bravoure terug naar voren, ondanks een nieuwe spin bij een gesmaakt duel met Villeneuve. Wanneer ook Laffite met motorpech uit de race verdwijnt en Villeneuve in de vanghekken crasht, heeft Jones gewonnen spel. Piquet kan geen vuist meer maken en de Williams-coureur maakt zijn favorietenrol meteen waar van bij de eerste race. Doordat de nog sterk naar voren opgerukte Scheckter ook nog uitvalt gaat de derde podiumplaats verrassend naar Rosberg, voor Daly, Giacomelli en Prost, die zo bij zijn debuut meteen al zijn eerste WK-punt scoort in wat zal uitgroeien tot een briljante carrière. Na hen wordt enkel Zunino nog geklasseerd in een race die vooral bemoeilijkt wordt door afbrokkelend asfalt omwille van de grote hitte.
Piquet en Rosberg scoren in Argentinië hun eerste podiumplek. Een leuk detail: met Jones, Piquet en Rosberg staan de toekomstige wereldkampioenen van 1980, 1981 en 1982 in die volgorde op het podium.

Alain Prost scoort bij zijn debuut meteen zijn eerste WK-punt