13 juli 1986
Race 9: Grote Prijs van Groot-Brittannië
Brands Hatch
75 ronden van 4,207 km. Totaal: 315,525 km
Weer: droog, zonnig en warm
De tweede helft van het Formule 1-seizoen 1986 wordt afgetrapt in Groot-Brittannië, traditioneel een thuiswedstrijd voor een groot deel van de verschillende teams. Naar aloude gewoonte is er voor de Britse Grote Prijs een alternatie tussen de circuits van Silverstone – in de oneven jaren – en Brands Hatch – in de even jaren – voorzien. Dit jaar zal de Formule 1 echter voor de laatste keer naar het circuit in Kent, ten zuidoosten van Londen, afzakken. Vanaf 1987 wordt Silverstone definitief de thuishaven van de Britse Grote Prijs en met uitzondering van een eenmalige tweede race in 1993 op het circuit van Donington – onder de noemer Grote Prijs van Europa – zullen alle GP’s op Brits grondgebied voortaan op het voormalige vliegveld in Northamptonshire verreden worden.
Ondanks het afscheid is er dit weekend weinig ruimte voor weemoed. Integendeel, de Britten krijgen dit tweede weekend van juli, midden in de economisch harde jaren van het Thatcherisme, alle ruimte om zich te verblijden in nationale trots. In hetzelfde weekend van de Grote Prijs zet rockband Queen twee legendarische concerten neer in het Londense Wembley-stadion en in de Formule 1 is het een landgenoot die de rijzende ster van het moment is en ook hier de grote favoriet voor een nieuwe zege: Nigel Mansell. De Williams-coureur, die pas in oktober 1985 in hetzelfde Brands Hatch zijn eerste zege boekte, is op amper een half seizoen tijd uitgegroeid van eeuwige belofte tot titelkandidaat en het publiek komt, mede aangespoord door het mooie zomerweer, dan ook massaal afgezakt naar de omloop.
Iemand die naast Mansell ook op aandacht kan rekenen, is Jacques Laffite. De Franse Ligier-coureur zal in Brands Hatch de 176ste Formule 1-race uit zijn carrière rijden, waarmee hij het elf jaar oude record van wijlen Graham Hill evenaart.
Maar hét moment van het weekend voor de start van de race is toch het allereerste bezoek van Frank Williams aan een Grote Prijs sedert zijn zware ongeval vlak voor het seizoen. Frank mag dan wel voor de rest van zijn leven veroordeeld zijn tot de rolstoel, zijn geest is ongebroken en in de nabije toekomst zal hij de draad oppakken waar hij hem voor zijn ongeluk had laten liggen en – vaak met harde hand – opnieuw de leiding van zijn Formule 1-team op zich nemen. Een harde hand die in deze cruciale fase van het seizoen ten node gemist zal worden, zoals achteraf zal blijken.

De terugkeer van Frank Williams in de paddock. (Foto: Formula1.com)
Waar de ene Brit massaal in de schijnwerpers staat, zijn er ook die het met een stuk minder aandacht moeten stellen. Het Brabham-team van Bernie Ecclestone bijvoorbeeld, dat al het hele seizoen achter de feite aanholt en van geen hout pijlen weet te maken. De malaise bij het Britse team is zodanig erg dat voor de vrije trainingen ter vergelijking zelfs de oude wagen uit 1985 terug van stal gehaald wordt!
Hoezeer het thuispubliek Mansell ook naar de pole positie schreeuwt, het is zijn teamgenoot Nelson Piquet die in de kwalificaties de snelste is, zowel op vrijdag – wat hem de traditionele beloning van honderd flessen champagne oplevert – als op zaterdag. Mansell zorgt wel voor een dubbele trainingszege voor Williams door de tweede tijd te rijden. Ayrton Senna (Lotus) en de opnieuw supersnelle Gerhard Berger (Benetton) bezetten de tweede rij, gevolgd door de McLaren’s van Keke Rosberg en Alain Prost, Teo Fabi (Benetton), René Arnoux (Ligier), Derek Warwick (Brabham) en Johnny Dumfries (Lotus). Jacques Laffite ziet een groot deel van de zaterdagtraining verloren gaan door een turbodefect, waardoor hij niet verder dan de negentiende tijd geraakt. Niemand die op dat moment nog kan vermoeden welke gevolgen deze uitgangspositie voor de 42-jarige Grand Prix-veteraan zal hebben…
Bij de start stormen Piquet en Mansell gelijk op de eerste bocht af, tot Mansell’s koppeling het ineens begeeft. De hoop van het thuispubliek op een Britse zege lijkt nu al verloren, ware het niet dat achterin in het peloton een zware massacrash plaatsvindt die de rode vlag doet tevoorschijn komen.

Chaos bij de start. (Foto: F1DeviantArt)
Thierry Boutsen (Arrows) crasht bij het aansnijden van Paddock Bend in de vangrails en wordt terug midden op de baan gekatapulteerd, recht in de baan van het aanstormende deelnemersveld. Verschillende auto’s klappen hierbij op elkaar, terwijl anderen om de chaos heen proberen te zwermen. In een uitwijkmanoeuvre sleurt Stefan Johansson (Ferrari) hierbij de Ligier van Laffite mee, die geen enkele kant meer uitkan en frontaal en met hoge snelheid in een betonnen muurtje crasht.
Wanneer de stofwolken opgetrokken zijn, blijkt al snel dat de Fransman er erg aan toe is. Het duurt bijna een half uur om de ongelukkige coureur uit zijn vooraan volledig platgedrukte auto te bevrijden, waarna hij per helikopter naar het ziekenhuis afgevoerd wordt. Het verdict is hard: Laffite heeft bij de crash verschillende zware beenbreuken opgelopen en gaat een lange periode van revalidatie tegemoet. Gezien zijn reeds gevorderde leeftijd lijkt het er op dat zijn Formule 1-carrière voorbij is, wat achteraf ook bewaarheid wordt.

Het wrak van de wagen van Jacques Laffite. (Foto: F1DeviantArt)
Bij de herstart komen naast Laffite ook Christian Danner (Arrows) en de beide Osella-coureurs Piercarlo Ghinzani en Allen Berg niet meer in actie. Mansell neemt de herstart in de reservewagen van Piquet. De Brit, dankbaar dat hij een tweede kans gekregen heeft, doet het bij de start rustig aan en panikeert niet wanneer hij in nog de eerste ronde zijn tweede plaats verliest aan Berger. Na een tweetal ronden pakt hij de Oostenrijker terug, waarna de volgorde vooraan luidt: Piquet, Mansell, Berger, Senna, Rosberg, Prost en Fabi.
Terwijl Rosberg al snel uitvalt met een kapotte versnellingsbak, zet Mansell de achtervolging in op zijn teamgenoot. Beiden laten de rest van het deelnemersveld snel achter zich en niemand zal het duo bedreigen voor de overwinning. In de achtervolgende groep vallen vervolgens ook Berger, Senna en Fabi weg met pech, waardoor Prost een eenzame race in derde plaats beleeft.

De tweede start is de goede. Piquet leidt voor Mansell, maar aan de finish zullen de rollen omgekeerd zijn. (Foto: F1DeviantArt)
Na iets meer dan twintig ronden plaatst Mansell zijn aanval op het snelle rechte stuk van Pilgrim’s Drop en leidt de Brit de race. De pitstops zullen de beslissing brengen: Piquet komt in de 31ste ronde als eerste binnen en zijn banden zijn derhalve al opgewarmd wanneer Mansell twee ronden later de pits opzoekt. De Brit kan net voor Piquet terug de baan opkomen, maar zijn Braziliaanse teamgenoot zet alles op alles. Mansell heeft echter het geluk dat op dat moment enkele achterblijvers gedubbeld moeten worden, die voor een tijdelijke buffer tussen hem en Piquet zorgen. Wanneer beiden er uiteindelijk voorbij zijn, zijn Mansell’s banden echter al genoeg opgewarmd om de aanvallen van Piquet te weerstaan.
Mansell laat zich nadien niet meer verrassen en de ‘Red Five’ stoomt op naar een nieuwe overwinning, de vierde al in de laatste vijf Grote Prijzen. De Brit, die op het podium door een uitzinnig thuispubliek begroet wordt, finisht met enkele seconden voorsprong op Piquet. Prost wordt derde, echter al op meer dan een volledige ronde, Arnoux vierde met al twee ronden achterstand. Derek Warwick lijkt op weg naar een knappe vijfde plaats, tot hij kort voor het einde stilvalt met leeggereden benzinetanks. De laatste punten gaan zo naar het Tyrrell-duo Martin Brundle en Philippe Streiff.

Alain Prost pakt de laatste podiumplaats, maar verliest de leiding in het WK. (Foto: F1DeviantArt)
Voor de negende keer in evenveel races verandert de koppositie in het kampioenschap van eigenaar. Voor het eerst in zijn carrière leidt Nigel Mansell nu de WK-stand, met vier punten voorsprong op Prost. Piquet, op papier nog steeds de nummer één-coureur bij Williams, krijgt echter hoe langer hoe meer een ongemakkelijk gevoel bij de succesreeks van zijn teamgenoot. In zoverre dat hij het team ervan verdenkt hun eigen landgenoot Mansell te bevoordelen. In de relatie tussen beide coureurs ontstaan na Brands Hatch de eerste serieuze barsten.

Frank Williams’ vrouw Ginny mag op het podium de trofee voor de winnende constructeur in ontvangst nemen.
Einduitslag:
1 Nigel Mansell (Williams)
2 Nelson Piquet (Williams)
3 Alain Prost (McLaren)
4 René Arnoux (Ligier)
5 Martin Brundle (Tyrrell)
6 Philippe Streiff (Tyrrell)
—————————————————-
7 Johnny Dumfries (Lotus)
8 Derek Warwick (Brabham)
9 Jonathan Palmer (Zakspeed)
Pole-tijd: 1’06”961 (Piquet)
Snelste raceronde: 1’09”593 (Mansell)
WK rijders:
Mansell 47, Prost 43, Senna 36, Piquet 29, Rosberg 17, Laffite 14, Arnoux 11, Johansson 7, Berger 6, Alboreto 6, Brundle 4, Fabi 2, Patrese 2, Streiff 1
WK constructeurs:
Williams 76, McLaren 60, Lotus 36, Ligier 25, Ferrari 13, Benetton 8, Tyrrell 5, Brabham 2