22 mei 1977
Race 6: Grote Prijs van Monaco
Monte Carlo
78 ronden van 3,312 km. Totaal: 251,712 km
Weer: droog, bewolkt en fris

Na de Grote Prijs van Spanje is het twee weken wachten op de volgende race. Dit laatste is overigens een constante in het Europese gedeelte van het seizoen 1977: tussen alle wedstrijden van begin mei tot medio september liggen netjes veertien dagen, wat gezien het lange seizoen de teams voor geen logistieke problemen stelt en de autosportliefhebbers tijd geeft om de races te laten bezinken. Volgende race op de kalender is de jaarlijkse klassieker in de straten van het prinsbisdom Monte Carlo.

Monaco, dat betekent naar aloude traditie trainingen op donderdag en zaterdag, de race op zondag en vrijaf op vrijdag. De race maakt naar even oude traditie ook deel uit van de zgn. ‘Triple Crown’, samen met de 24 Uren van Le Mans en de 500 Mijl van Indianapolis. Voor één coureur heeft deze associatie dit jaar een bijzondere betekenis: Clay Regazzoni.

De Zwitserse Ensign-coureur zal het daaropvolgende weekend immers deelnemen aan de Indy500 en wil tussen de Formule 1-bedrijven door snel de Grote Plas heen en terug oversteken voor de kwalificaties op de Brickyard. Doordat Regazzoni er op donderdag niet in slaagt zich bij de eerste twintig op de startgrid te hijsen besluit hij de Grote Prijs te laten wat hij is en zich uitsluitend op Indy te concentreren. Bij Ensign doet men daarom voor de rest van het weekend een beroep op Jacky Ickx. De Belgische oudgediende maakt zo een korte comeback in het peloton.

Nog een nieuwe naam in het deelnemersveld is Riccardo Patrese. De 23 jaar oude Italiaanse belofte uit de Formule 3 vervangt bij Shadow zijn landgenoot Renzo Zorzi (die vorige week overigens overleed op 68-jarige leeftijd), die ondanks een zesde plaats in Brazilië niet kon overtuigen en daarom bedankt wordt voor bewezen diensten.

Patrese overtuigt echter wel; ondanks dat hij over nog geen enkele Formule 1-ervaring beschikt, weet hij zich op donderdag in de regen al meteen prima staande te houden en zich meer dan overtuigend te kwalificeren voor de race als vijftiende. Het zal de start betekenen van een lange carrière die langs pieken en dalen zal lopen.

De kwalificaties

In Monaco zijn er naar aloude traditie, uit veiligheidsoverwegingen, slechts twintig startplaatsen te vergeven en het is dan ook steevast drummen in de kwalificaties. Tijdens de droge training op donderdagvoormiddag zijn de Brabham-Alfa’s verrassend de snelsten. De ene Italiaanse twaalfcilinder klopt de andere: beide Ferrari’s bijten hun tanden stuk op de tijden van Hans-Joachim Stuck en John Watson.

De verregende donderdagnamiddagtraining is een maat voor niets, zodat de zaterdagtraining de beslissing moet brengen. Uiteindelijk is het Watson die de pole weet op te eisen, voor Jody Scheckter (Wolf) en Carlos Reutemann (Ferrari). Ronnie Peterson bezorgt Tyrrell eindelijk nog eens wat vreugde en goede vooruitzichten voor de race met een vierde startplaats.

Dit mede dankzij een speciale uitvoering van de Ford Cosworth-krachtbron, die ook voor James Hunt (McLaren) en Mario Andretti (Lotus) beschikbaar is. Stuck kan door mechanische problemen op zaterdag geen tijd neerzetten, doch zijn tijd uit de eerste training is nog steeds goed voor de vijfde startplaats.

De rest van de top tien wordt volgemaakt door Niki Lauda (Ferrari), Hunt, Patrick Depailler (Tyrrell), Jochen Mass (McLaren) en Andretti. Laatstgenoemde verliest veel tijd – en startplaatsen – door een crash. Vijf coureurs – afgezien van Regazzoni – kwalificeren zich niet; naast Harald Ertl (Hesketh) zijn dit alle vier de March-rijders: Arturo Merzario, Boy Hayje, Alex Ribeiro en Ian Scheckter. Het eens zo roemruchte team van Max Mosley beleeft in Monaco een complete afgang.

De race

Monaco is, samen met Long Beach, het enige circuit op de Formule 1-kalender waar er een afwijkende startopstelling gehanteerd wordt: de auto’s staan op de stargrid in de zgn. ‘gestaffelde’ opstelling, waarbij op elke startrij de tweede auto een paar meter achter de auto naast hem staat in plaats van op gelijke hoogte. Het zorgt ervoor dat de start, die zo al van kapitaal belang is op het stratencircuit omwille van de beperkte inhaalmogelijkheden, nog belangrijker wordt.

Watson heeft door zijn polepositie bijgevolg de beste papieren in handen, maar het is niettemin Scheckter die de Noord-Ier, die bij de start zijn wielen laat doorspinnen, te snel af is en als eerste door Sainte-Devote gaat. Na hen volgen Reutemann, Stuck, Peterson, Lauda, Hunt, Depailler, Andretti en Mass.

De Brabham-coureur geeft zich evenwel niet zonder slag of stoot gewonnen en blijft een hele tijd vlak achter de Wolf hangen. Samen slaan ze een flinke kloof naar Reutemann, die het tempo niet kan bijbenen. In het groepje dat hij leidt verdwijnen eerst Peterson met defecte remmen, vervolgens Stuck met een elektrisch defect en tenslotte Hunt met motorpech, terwijl Mass zich naar voren werkt voorbij Depailler en Andretti.

Achter hen volgen Jones (Shadow), Brambilla (Surtees), Laffite (Ligier) en debutant Patrese, die aan zijn sterke optreden van in de kwalificaties een vervolg geeft in de race. Na vijfentwintig ronden wisselen beide Ferrari’s van Reutemann en Lauda van positie.

Een twintigtal ronden verandert er vervolgens niets aan de posities, ondanks enkele sporadische regendruppels. Na vijfenveertig ronden verremt Watson zich plotseling bij de chicane bij het uitrijden van de tunnel, waardoor Lauda de tweede plaats als een rijpe appel in de schoot valt.

De Noord-Ier kan zijn weg aanvankelijk nog verder zetten, maar vier ronden later volgt het onherroepelijke einde wanneer de transmissie van de Brabham het begeeft. Het zal niet de laatste keer in 1977 zijn dat Watson geen loon naar werken zal krijgen…

Ondanks een hevig slotoffensief van Lauda, die zijn fysieke problemen die hem ertoe noopten forfait te geven in Spanje duidelijk helemaal verteerd heeft, komt de eerste plaats van Scheckter niet meer in gevaar.

De Zuid-Afrikaan rijdt de resterende ronden op safe en laat zijn achtervolger naderen, maar heeft aan de meet nog steeds reserve genoeg om als winnar over de streep te gaan. Het is al de tweede zege voor hem en voor het Wolf-team dit seizoen, en exact de honderdste overwinning voor de Ford Cosworth V8-motor in de Formule 1.

Lauda finisht op iets minder dan een seconde als tweede, Reutemann wordt derde. In het kielzog van de Argentijn pakken Mass, Andretti en Jones de resterende punten. Laffite, Brambilla, Patrese, Ickx, Jean-Pierre Jarier (ATS-Penske) en Rupert Keegan (Hesketh) zijn de overige finishers.

In de WK-stand vergroot Scheckter door zijn zege opnieuw zijn voorsprong op eerste achtervolger Lauda. De Zuid-Afrikaan, die al voor de vijfde keer in zes races op het podium staat, heeft nu zeven punten voorsprong op de wereldkampioen van 1975. Wolf is totnogtoe met voorsprong dé revelatie van het seizoen.

De uitslag

1. Jody Scheckter (Wolf)
2. Niki Lauda (Ferrari)
3. Carlos Reutemann (Ferrari)
4. Jochen Mass (McLaren)
5. Mario Andretti (Lotus)
6. Alan Jones (Shadow)
7. Jacques Laffite (Ligier)
8. Vittorio Brambilla (Surtees)
9. Riccardo Patrese (Shadow)
10 Jacky Ickx (Ensign)
11. Jean-Pierre Jarier (ATS-Penske)
12. Rupert Keegan (Hesketh)

Pole: John Watson (Brabham) 1’29”860
Snelste ronde: Jody Scheckter (Wolf) 1’31”070

WK-stand:

Rijders:
Scheckter 32, Lauda 25, Reutemann 23, Andretti 22, Hunt 9, Mass 8, Fittipaldi 8, Depailler 7, Pace 6, Nilsson 4, Regazzoni 1, Zorzi 1, Watson 1, Jarier 1, Stuck 1, Jones 1

Constructeurs:
Ferrari 40, Wolf 32, Lotus 24, McLaren 15, Brabham 8, Fittipaldi 8, Tyrrell 7, Shadow 2, Ensign 1, ATS-Penske 1

Wordt vervolgd…

 

By SDG