
Van 15 tot en met 19 mei 2013 zijn meer dan 200 studententeams uit 24 landen met hun eigengebouwde voertuig bezig, om zo ver mogelijk te rijden op zo min mogelijk brandstof. Conventionele brandstoffen als benzine, diesel, ethanol en GTL . Maar ook met alternatieve aandrijvingen als waterstof en elektriciteit.
Shell Eco-marathon biedt naast de studentencompetitie een aanbod aan interactieve attracties en activiteiten in het Shell Energy Lab. Daarbij tracht men zuinigheidsrecords te tijdens de 29e editie van Shell Eco-Marathon Europa.
Nu denken jullie…
Waar is die Franky Rein nu weer mee bezig?! Sport1 was logisch, IJskarten was okee, omdat het een prijs van het Teamboss 2012 betrof…Maar dat ‘Eco-racen’, dat heeft toch niets te maken met de Formule 1?
Maar dat is niet helemaal juist. Net als in de F1, trachten deze studenten [m/v] een competitie te winnen, waarbij ze zelf een ‘auto’ moeten bouwen. En net als in de Formule 1, wint diegene met het beste aerodynamische ontwerp en/of het efficiëntste motor. Alleen hebben ze in de Eco-Marathon geen last van een Vettel met zijn vingertje…
Zowel de proto’s als urbans moeten binnen 40 minuten tien rondes afleggen met een gemiddelde snelheid van 25 km/u. In totaal moet er een afstand van 16.300 meter worden afgelegd [1 ronde is 1630 meter].

Elke team mag vier officiële pogingen doen, waarbij het beste resultaat telt voor de eindklassering. Voor elke energietype [benzine, diesel, waterstof e.d.] wint de beste geklasseerde 1500 euro, terwijl nummer twee 800 euro mag beschrijven.
De editie van dit jaar wordt nu op een stratencircuit gereden. Het stratencircuit biedt nieuwe uitdagingen; met vijf bochten van 90° moeten studenten nu meer dan ooit een beroep doen op hun rijvaardigheden. Want de mate van remmen, versnellen en het nemen van bochten hebben tot 50% invloed op de resultaten. De introductie van een stratencircuit biedt tevens een breed publiek de mogelijkheid om de innovaties van dichtbij te zien.
En er was veel publiek aanwezig, ook omdat de dreigende regen uitbleef. Binnen in Ahoy deed het Shell Energy Lab mij denken aan de Expo-park uit mijn kindertijd. Dat was een initiatief om kinderen op een speelse wijze met schei- en natuurkunde kennis te maken.
Maar als ‘petrolhead’ en techniekliefhebber ging mijn aandacht vooral uit naar de proto-types. Deze zijn zo licht mogelijk gebouwd en afhankelijk van de vaardigheden van de jonge studenten, waren sommige modellen zelfs geheel opgebouwd uit koolstofvezel!

Daarnaast waren er ook zogenaamde urbanconcepts, die zoveel mogelijk geschikt moeten zijn voor de openbare weg. Deze voertuigen zijn dan ook voorzien van verlichting, dak en deuren.
Ook interessant, maar die heb ik niet allemaal in actie gezien [op zaterdag 18 mei], daar deze groep pas laat de baan op zou gaan.
Terug naar de prototype’s. Ik sprak met medewerkers van het Hongaarse SAP Racing Team, vertegenwoordigd door studenten van de Obuda University. Die vertelden dat hun benzine gestookte Banki 06 zelfs een top van 65 km/u kon bereiken!
Niet echt een flitsende snelheid, maar vergeet niet dat deze voertuigen feitelijk geen noemenswaardige vering hebben! En je ligt languit in zo’n ding, dus bij een hogere snelheid krijgt je hele rug een paar flinke schoppen!
Ik zag veel 50 cc scooterblokjes, maar ook enkele dappere techneuten met een zelfgebouwde viertakt-motor! Het gros was viertakt en lekker ongedempt, dus was er enigszins een beleving qua geluid bij de prototype’s.
De urbans waren minder luid c.q. moins impressionant. Die moeten immers de openbare weg op kunnen. Al met al een leuke dag gehad. Er is veel te zien en te doen. Al is het gros meer op jonge kinderen gericht, wat een goede zaak is. Er is immers een groot tekort aan technisch personeel en te weinig kinderen kiezen voor techniek als leervak op school.

Meer foto’s post ik apart en er wordt hard gewerkt aan een overzichtsfilmpje. Inmiddels heb ik al wel een filmpje geplaatst van een Ferrari demo-model!
Morgen [zondag 19 mei] is het de laatste dag. Als je niets te doen weet, en je bent toch al in de buurt. Neem dan eens een kijkje. Langs het parkoers [parkeerterrein Oost] heb je goed zicht op de voertuigen.
