Amper tweeënhalve maand na de dramatische ontknoping van het seizoen 1976 in Japan is het voor de Formule 1-teams alweer verzamelen geblazen in het Argentijnse Buenos Aires, voor de eerste Grote Prijs van 1977. Voor de eerste keer in de geschiedenis staan er dit jaar zeventien wedstrijden op de kalender, een nieuw record dat pas in 1995 voor het eerst opnieuw geëvenaard zal worden. De Grote Prijs van Argentinië, in 1976 afgelast wegens de onzekere politieke situatie in het land, keert na een jaartje afwezigheid terug op de kalender. Net als vele jaren later in Bahrein is de komst van de Formule 1 naar het land echter omstreden omwille van het ondemocratische regime en de schending van de mensenrechten. Om eventuele problemen veroorzaakt door opposanten te vermijden heeft in ieder geval een uitgebreide politiemacht rond het circuit postgevat.

De beide protagonisten in de titelstrijd van het afgelopen jaar, de Britse wereldkampioen James Hunt en zijn Oostenrijkse rivaal Niki Lauda, blijven in 1977 hun respectievelijke teams McLaren en Ferrari trouw, maar daarnaast zijn er enkele belangrijke bezettingswijzigingen te noteren. Bij Ferrari is tweede man Clay Regazzoni na drie seizoenen bedankt voor bewezen diensten en vervangen door de Argentijn Carlos Reutemann, die van Brabham komt en al op proef reed voor de Scuderia het afgelopen jaar in Monza. Regazzoni is aanvankelijk kandidaat om de omgekeerde beweging te maken richting Brabham, maar uiteindelijk moet de Zwitser zich tevreden stellen met een zitje bij middenmoter Ensign. Brabham trekt als tweede coureur naast de Braziliaan Carlos Pace uiteindelijk de Noord-Ier John Watson aan, werkloos geworden nadat het Amerikaanse Penske eind 1976 besluit de Formule 1 voor bekeken te houden. Bij Tyrrell, dat ook in 1977 met de zeswielige P34 van start gaat, wordt de Zuid-Afrikaan Jody Scheckter vervangen door het Zweedse enfant terrible Ronnie Peterson, als teamgenoot van de Fransman Patrick Depailler. Scheckter van zijn kant tekent een contract bij het nieuwe Wolf-team. De Canadees Walter Wolf, die in 1976 zonder veel succes fungeerde als zakelijke partner van Frank Williams, zal dit jaar op eigen houtje opereren. Ogenschijnlijk is dit voor Scheckter een stap terug, doch Wolf blijkt over een sterke ploeg te beschikken en brengt een fraaie wagen op de startgrid, ontworpen door de voormalige Hesketh-engineer Harvey Postlethwaite. Andere outsiders zijn de Duitser Jochen Mass in de tweede McLaren, de Amerikaan Mario Andretti en de Zweed Gunnar Nilsson bij Lotus, de Brit Tom Pryce bij Shadow, de voormalige tweevoudige Braziliaanse wereldkampioen Emerson Fittipaldi bij het Fittipaldi-team en de Fransman Jacques Laffite bij Ligier, die allen hun verblijf bij hun respectievelijke teams verlengd hebben.

De kwalificaties brengen weinig verrassingen: titelverdediger James Hunt rijdt naar de pole, voor Watson, Depailler en Lauda. Lotus zet bij deze race voor het eerst zijn nieuwe wagen in: de Lotus 78, die als voornaamste eigenschappen een vleugelachtig chassis en afdichtschorten onderaan de wagen heeft met als doel de rijwind zo goed mogelijk langs de auto te leiden. Het knappe staaltje aerodynamisch vernuft zal de volgende jaren een ware revolutie binnen de Formule 1 ontketenen. Slechts weinig volgers hebben aandacht voor Scheckter, die pas de elfde tijd rijdt.

Op zondag gaat de race in een verzengende hitte van start. Het is Watson die de beste start neemt, voor Hunt. De Brabham-coureur leidt een tiental ronden de wedstrijd, tot hij problemen krijgt met zijn banden en Hunt moet voorlaten. De wereldkampioen lijkt vervolgens op weg naar een makkelijke zege tot hij iets na halfweg van de baan vliegt na een defect in de ophanging. Het brengt Watson opnieuw op kop, voor zijn teamgenoot Carlos Pace. Bij Brabham droomt men al volop van een dubbelzege, doch enkele ronden later moet Watson definitief de rol lossen. Doch ook Pace zal het niet redden voor de zege. Bij het ontwerp van de auto is onvoldoende aan de ventilatie gedacht, met als gevolg dat de Braziliaan bij de hoge temperaturen stilaan last van uitdrogingsverschijnselen begint te tonen en alsmaar langzamer begint te rijden. En het is verrassend Scheckter, die na een voorzichtige start mede door het hoge aantal uitvallers alsmaar verder naar voren opgerukt is, die uiteindelijk hiervan kan profiteren. Met nog enkele ronden te gaan neemt de Zuid-Afrikaan in zijn Wolf WR1 definitief het commando over en snelt naar een sensationele zege. Het is de eerste overwinning van een nieuw Formule 1-team in zijn debuutrace sedert de intrede van Mercedes in 1954. Achter hem stort Pace de laatste ronden helemaal in. De Brabham-coureur moet ook nog Andretti laten passeren, doch pech van de Amerikaan helemaal op het einde brengt hem uiteindelijk alsnog terug op de tweede plaats. Pace moet na de race behandeld worden in het medisch centrum en dient zo de podiumceremonie te missen. Het is zijn laatste podiumfinish in zijn carrière; twee maanden later zal hij de dood vinden bij een vliegtuigongeluk. Thuisrijder Carlos Reutemann wordt derde, voor Emerson Fittipaldi, Andretti – die nog als vijfde geklasseerd wordt – en Regazzoni.

De grote held van de dag is echter Scheckter. De Zuid-Afrikaan behaalt in 1977 ook nog overwinningen in Monaco en Canada en wordt aan het eind van het seizoen vice-wereldkampioen na Niki Lauda. Het eerste jaar voor het verrassende Wolf-team zal echter meteen het meest succesvolle blijken, want in 1978 worden enkel nog een paar podiumplaatsen gescoord. De poging om naar het voorbeeld van Lotus een competitieve wingcar te maken blijkt een mislukking en aan het eind van het jaar verlaat Scheckter dan ook teleurgesteld het team om naar Ferrari te gaan, met wie hij in 1979 wereldkampioen zal worden. Wolf zet in zijn bestaan steeds slechts één auto in de races in, met uitzondering van de laatste twee wedstrijden van 1978, wanneer de latere Indycar-kampioen Bobby Rahal als gelegenheidsrijder in een tweede wagen start. Waar 1978 een teleurstelling is voor Wolf, draait 1979 helemaal op een ramp uit. James Hunt, die Scheckter aflost, bakt er niets meer van en zet halverwege het seizoen, na de Grote Prijs van Monaco, zelfs maar meteen een punt achter zijn carrière. Ook zijn opvolger, de Fin Keke Rosberg, kan het tij niet keren, met als gevolg een puntenloos seizoen voor het ooit zo veelbelovende team. Het betekent meteen het einde van Wolf, dat voor de aanvang van het seizoen 1980 opgeslorpt wordt door Fittipaldi.
