16 juli 1977
Race 10: Grote Prijs van Engeland
Silverstone
68 ronden van 4,718 km. Totaal: 320,824 km
Weer: droog, zonnig en warm

Half juli, dat betekent in de Formule 1 traditioneel dat het tijd is voor de Britse Grote Prijs, de bakermat van de sport. Gezien de jaarlijkse alternering met Brands Hatch is het dit jaar opnieuw de beurt aan Silverstone om het circus te ontvangen. Het oer-circuit heeft in 1977, afgezien van de chicane bij Woodcote die in 1975 geïnstalleerd werd (een gevolg van de massacrash in 1973), nog steeds zijn snelle, originele lay-out.
De interesse voor de race is massaal: niet minder dan 39 coureurs schrijven zich in voor het weekend. Om alles in goede banen te leiden, wordt op woensdag – de race vindt niet op zondag maar op zaterdag plaats – een eerste prekwalificatie georganiseerd, waaruit de vijf snelste coureurs uiteindelijk tot het eigenlijke Grand Prix-weekend toegelaten zullen worden.
Uiteindelijk zullen, omwille van de goede prestaties van de meeste deelnemers, er acht coureurs clementie krijgen. Dit zijn Patrick Tambay (in de tweede Ensign), Patrick Nève (March), Brett Lunger (McLaren), Jean-Pierre Jarier (ATS-Penske), Emilio de Villota (McLaren), Arturo Merzario en Brian Henton (March) en de Canadese debutant Gilles Villeneuve (in een derde ‘officiële’ McLaren).
Bij de afvallers noteert men o.a. Guy Edwards (BRM), Brian McGuire (McGuire) en David Purley (LEC). BRM wordt door de FOCA tot de prekwalificaties veroordeeld door het wedstrijddebuut van Renault, McGuire zal een maand later verongelukken bij een crash tijdens een race op Brands Hatch en Purley wordt in de prekwalificaties het slachtoffer van een zware crash, die het einde van zijn Formule 1-carrière betekent. In 1985 zal hij alsnog de dood vinden bij een crash met een sportvliegtuigje.
De kwalificaties
Op donderdag en vrijdag maken 30 auto’s zich op voor 26 startplaatsen. Bij hen zoals gezegd Patrick Tambay in een tweede Ensign, onder auspiciën van de excentrieke Teddy Yip uit Macao en zijn Theodore Racing, Gilles Villeneuve in een derde McLaren, en de Australiër Vern Schuppan (in 1983 winnaar van de 24 Uren van Le Mans) in de tweede Surtees. Grootste aandachtstrekker is echter Renault, dat met een fabrieksteam en met de Fransman Jean-Pierre Jabouille achter het stuur zijn officiële Formule 1-debuut maakt.
De Franse constructeur brengt enkele belangrijke innovaties mee naar Silverstone: de radiaalband van Michelin – waardoor Goodyear niet langer de enige bandenfabrikant in de Formule 1 is – en, nog belangrijker: een 1,5 liter zescilinder turbomotor. Doordat de turbotechniek anno 1977 nog in zijn kinderschoenen staat, hebben vooralsnog weinig volgers vertrouwen in het slagen van het project. De toekomst zal hen echter in het ongelijk stellen…
Bij de kwalificaties verwacht iedereen vooraf een nieuwe demonstratie van Mario Andretti en zijn Lotus, doch de Amerikaan, die crasht met Vittorio Brambilla (Surtees) en moet overstappen op de reservewagen, is het hele weekend niet helemaal op dreef. Het is verrassend James Hunt die na twee dagen de snelste is en zo zijn eerste pole sedert Zuid-Afrika verovert. De nieuwe McLaren – waar nu ook teamgenoot Jochen Mass zich van bedient – heeft zijn ontwikkelingsperiode helemaal doorlopen en kan nu eindelijk meestrijden voor de zege.
John Watson (Brabham), de grote verliezer van de voorgaande wedstrijden, start wederom op de eerste rij, naast Hunt. De Noord-Ier hoopt hier voor eigen publiek eindelijk komaf te maken met zijn pechreeks. Op de tweede rij volgen WK-leider Niki Lauda (Ferrari) en Jody Scheckter (Wolf), gevolgd door een verrassend sterke Gunnar Nilsson (Lotus), die zijn kopman Andretti aftroeft.
Ook Hans-Joachim Stuck (Brabham) en Vittorio Brambilla (Surtees) rijden een sterke kwalificatie, die hen tot op de vierde startrij brengt. Maar de verrassing van het weekend is zonder enige twijfel Gilles Villeneuve, die zijn McLaren M23 in zijn debuutweekend en zonder enige Formule 1-ervaring meteen naar een sensationele negende startplaats rijdt, naast Ronnie Peterson (Tyrrell).
Jabouille tot slot rijdt de Renault bij zijn debuut naar een eenentwintigste startplaats, terwijl Alex Ribeiro (March), Clay Regazzoni (Ensign), Henton en de Villota zich niet kwalificeren.
De race
James Hunt kan geen gebruik maken van zijn polepositie: bij de start slipt zijn koppeling, waardoor hij pas als vierde Copse Corner aansnijdt, na Watson, Lauda en Scheckter. Na hem volgen Nilsson, Andretti, een nog steeds sensationele Villeneuve, Mass, Brambilla en Peterson. Rupert Keegan zijn we dan al kwijt: de jonge Brit, alleenvertegenwoordiger voor Hesketh in Silverstone en auteur van een uitstekende dertiende trainingstijd, vliegt in de vanghekken na een touché met Carlos Reutemann (Ferrari).
Net zoals in Frankrijk twee weken eerder probeert Watson meteen het hazenpad te kiezen. Hunt weet dan ook dat hij, indien hij kans wil maken op de zege, snel naar voren moet oprukken en dat doet hij dan ook: na zeven ronden heeft hij Scheckter te pakken, nog tien ronden later is Lauda aan de beurt en kan hij aan zijn achterstand op de Brabham-coureur beginnen te knagen.
Ondertussen hebben beide de beide Tyrrells van Ronnie Peterson en Patrick Depailler al het veld geruimd wegens respectievelijk motorpech en een crash; bij het team van Ken Tyrrell gaat het naarmate 1977 vordert van kwaad naar erger. Ook de Renault heeft ondertussen reeds het veld geruimd omwille van – wat een beetje in de lijn der verwachtingen lag – turboschade.
Gilles Villeneuve verliest twee ronden in de pits doordat een defecte temperatuurmeter verkeerdelijk een te hoge watertemperatuur aangeeft. Zonder deze nutteloze pitstop was de Canadees bij zijn debuut ongetwijfeld meteen in de punten gereden en hij wordt nadien dan ook zowat unaniem uitgeroepen tot de man van de race.
Eenmaal Hunt tweede ligt, weet hij de kloof met Watson snel te dichten en beide Britten maken er vooraan dan ook een ware demonstratie van. Keer op keer probeert de McLaren-rijder zijn opponent te verschalken, doch deze geeft geen kik. Lauda volgt inmiddels op ruime afstand, voor Scheckter, Andretti, Nilsson, Mass en Brambilla. De Italiaan rijdt een uitstekende wedstrijd, maar verliest alle kans op punten door een bandenwissel.
Tot aan de vijftigste ronde rijden beide leiders in elkaars kielzog, maar wanneer Hunt op de Hangar Straight plotseling met spelend gemak aan zijn tegenstander voorbijgaat, wordt het snel duidelijk dat er met de Brabham iets mis is. Een probleem met de brandstofinjectie wordt Watson fataal. Met pijn in het hart buigt de Noord-Ier af richting pits en komt nadien in verloren positie nog even terug op de baan, maar met nog tien ronden te gaan is het definitief afgelopen. Aan de pechreeks van de sympathieke coureur komt maar geen eind.
Terwijl Hunt vooraan nu het rijk voor zich alleen heeft, onbindt in de achtergrond Gunnar Nilsson al zijn duivels. De Zweed, die tot nu toe voorbeeldig in het kielzog van zijn kopman Andretti bleef, krijgt vrije baan wanneer duidelijk wordt dat de Amerikaan het tempo niet kan volgen. In geen tijd heeft hij Scheckter voor hem te pakken, maar nog voor hij een inhaalmaneuver kan plaatsen krijgt hij de derde plaats in de schoot geworpen doordat de motor van de Wolf het begeeft. Ook Andretti moet het veld nog ruimen met motorpech.
Vooraan rijdt Hunt in de slotfase onbedreigd naar de zege, zijn eerste van het seizoen. Lauda wordt op bijna twintig seconden tweede en kan nog nipt een ontketende Nilsson achter zich houden. Mass, Stuck en Jacques Laffite (Liger) pakken de laatste punten.
Met zijn overwinning, tevens zijn eerste als regerend wereldkampioen, neemt Hunt meteen ook revanche voor zijn diskwalificatie uit de Britse Grote Prijs precies een jaar eerder. De titelverdediger, die luid toegejuicht wordt door een enthousiast thuispubliek, is helemaal zichzelf gebleven: een biertje en een sigaretje zijn ’s mans eerste zorg nadat hij uit de auto gestapt is…
In de WK-stand slaat Lauda door zijn tweede plaats een kloof van zeven punten met Scheckter en Andretti, terwijl Hunt door zijn overwinning nu ineens ook niet helemaal kansloos meer is. 1977 lijkt nog steeds alle kanten uit te kunnen.
De uitslag
1. James Hunt (McLaren)
2. Niki Lauda (Ferrari)
3. Gunnar Nilsson (Lotus)
4. Jochen Mass (McLaren)
5. Hans-Joachim Stuck (Brabham)
6. Jacques Laffite (Ligier)
7. Alan Jones (Shadow)
8. Vittorio Brambilla (Surtees)
9. Jean-Pierre Jarier (ATS-Penske)
10. Patrick Nève (March)
11. Gilles Villeneuve (McLaren)
12. Vern Schuppan (Surtees)
13. Brett Lunger (McLaren)
14. Carlos Reutemann (Ferrari)
Pole: James Hunt (McLaren) 1’18”490
Snelste ronde: James Hunt (McLaren) 1’19”600
WK-stand:
Rijders:
Lauda 39, Scheckter 32, Andretti 32, Reutemann 28, Hunt 22, Nilsson 20, Mass 17, Laffite 10, Depailler 10, Watson 9, Fittipaldi 8, Pace 6, Peterson 4, Stuck 4, Brambilla 3, Jones 3, Regazzoni 1, Zorzi 1, Jarier 1
Constructeurs:
Ferrari 56, Lotus 47, McLaren 34, Wolf 32, Brabham 19, Tyrrell 14, Ligier 10, Fittipaldi 8, Shadow 4, Surtees 3, Ensign 1, ATS-Penske 1
Wordt vervolgd…