De Grand Prix van San Marino in Imola. Wie die naam hoort denkt meteen terug aan dat donkere weekend, intussen elf jaar geleden. Weinigen zullen zich 30 april kunnen herinneren, de dag dat Roland Ratzenberger tegen de muur smakte en overleed. De dag erop staat echter in het geheugen gebeiteld van miljoenen anderen. Die eerste meidag van 1994 verloor de wereld Ayrton Senna da Silva, in de toen bloedsnelle Curva Tamburello. Een bocht waar ook eerder N�lson Piquet een hersenschudding aan overhield en waar Gerhard Berger aan de dood ontsnapte. Senna had minder geluk. De klap op zich overleefde hij, dat overleefde iedereen. Maar het losgeraakte wiel met een stuk wielophanging sloeg tegen zijn hoofd, een wonde waaraan hij vier uren later het leven liet. Maar het is niet allemaal kommer en kwel geweest in Imola.

De eerste maal dat men hier neerstreek was op 14 september 1980, voor de Grand Prix van Itali�. Voor het eerst sinds 1950 was die race niet georganiseerd in Monza, maar wel een paar tiental kilometer verderop, in de nabijheid van Bologna. Een jaar later moest men kiezen tussen Monza en Imola, en toen werd de oplossing voor twee Grand Prix� in ��n land te organiseren bedacht. Monza behield de titel Grand Prix van Itali� terwijl Imola werd omgedoopt naar Grand Prix van San Marino. Niet minder dan 78 000 toeschouwers trotseerden regen en wind om Gilles Villeneuve de polepositie te behalen. Miguel Angel Guerra was een van de ongelukkigen. Na de drie eerste races kon hij zich eindelijk kwalificeren op een 22ste plaats. In de training crahste hij echter vrij zwaar waardoor hij niet aan de start kwam van wat zijn debuut zou moeten geweest zijn. Eddie Cheever en Bruno Giacomelli schakelden elkaar uit in de 28ste ronde, en drie ronden later deden Michele Alboreto en Beppe Gabbiani hetzelfde. De overwinning ging uiteindelijk naar N�lson Piquet in zijn Brabham-Ford, gevolgd door Riccardo Patrese en Carlos Reutemann. Hector Rebaque (Brabham-Ford), Didier Pironi (Ferrari) en Andrea de Cesaris (McLaren-Ford) sloten de top 6 af.

Imola 1981-1994Het jaar erop is misschien wel een van de meest omstreden races die er ooit zijn geweest. Het hele seizoen al behandelden de FISA (F�d�ration International du Sport Automobile, de organisatoren van de races) en de FOCA (Formula One Constructors Association, alle teams samen) elkaar alsof het de grootste vijanden waren, wat resulteerde in een rijdersstaking in de allereerste race in Zuid Afrika. Drie races later, hier in Imola, boycotten de turbo-teams de race omdat Gilles Villeneuve�s derde plaats werd ontnomen. De enige turbo-teams die aan de start kwamen waren Ferrari en Renault. McLaren, Brabham, Lotus, March, Ligier, Arrows, Ensign en Theodore Racing bleven weg. Dat leverde een startgrid van amper veertien coureurs op. Renault was buiten competitie, de Fransen waren al de eerste races enorm sterk en er werd automatisch verwacht dat ze hier met Prost en Arnoux wel zouden winnen. Echter, de turbo-motoren gaven de geest en daardoor kwam de leiding in handen van beide Ferrari�s. Michele Alboreto had intussen al meer dan een minuut achterstand dus daar moesten ze zich niet druk om maken. De opdracht werd dan ook vanuit de pits gegeven om het rustig aan te doen en motor, benzine en banden te sparen. Gilles Villeneuve, de onbetwiste kopman van Ferrari, gehoorzaamde. Zijn teammaat, Didier Pironi, deed dat niet. Ronde na ronde wisselde de kop tussen nummer 27 en 28. Bij het ingaan van de laatste ronde had Villeneuve de leiding in handen en Pironi zou toch niet meer voorbijgaan. Immers, Villeneuve was de kopman en daarom behoorde Pironi tweede te worden� dacht hij. Pironi dook in de slipstream, kwam naast de Canadees te rijden en ging hem voorbij in Tosa. Hij wilt het publiek vermaken, dacht Villeneuve. Niet dus. Pironi verdedigde zijn positie met elke nodige centimeter wanneer Villeneuve hem weer voorbij wilde. Eerste werd Pironi, tweede Villeneuve op 0.366 seconden. Dedre Alboreto op meer dan een minuut achterstand. Het publiek dol van vreugde, Pironi gelukkig, Villeneuve woest. Dat hij nooit meer zou spreken met die verrader, riep Villeneuve. Veel kans daarvoor kreeg hij jammer genoeg niet. Twee weken later verongelukte de Canadees in Zolder.

Een jaar later, de emoties bekoeld na een dramatisch voorgaande seizoen, nam Arnouw de polepositie en was het de Ferrari van Patrick Tambay die naar de overwinning reed. Prost werd in zijn Renault tweede, derde werd Ren� Arnoux in de tweede Ferrari. Guerrero, Cecotto, Lauda, Fabi, Warwick, Patrese en Mansell spinden van de baan, Alboreto en Sullivan werden door een ongeluk uitgeschakeld. In 1984 won Prost, nu voor McLaren rijdend, voor Ren� Arnoux en Elio de Angelis die ondanks een bezinetekort toch op het podium mocht verschijnen. In 1985 was het de beurt aan Elio de Angelis om op de hoogste podiumplek plaats te nemen, nadat Prost van de eerste plaats werd gediskwalificeerd door een ondergewicht van zijn wagen. Tweede werd onze landgenoot Thierry Boutsen, die daarmee zijn allereerste podiumplaats haalde. Derde werd Tambay in de Renault. Johansson, Senna, Piquet, Brundle en Warwick kwamen zonder benzine te staan op 3-4 ronden van het einde. Cheever, Winkelhock, Alliot, Hesnault, Bellof, Berger en Patrese zagen hun motor in rook opgaan. Jonathan Palmer crashte in de ochtendtraining en de start van de race werd hem geweigerd. 1986, 1987 en 1988 verliepen veel rustiger dan de voorgaande jaren, met Prost, Mansell en Senna als overwinnaars. In 1987 schoof N�lson Piquet erg hard van de baan in de beruchte Tamburello. Gelukkig kwam hij zijwaarts tegen de muur terecht, waardoor hij gelukkig �maar� een hersenschudding opliep. Het hele seizoen zou hij daar trouwens nog last van hebben, maar hij leefde tenminste nog.

In 1989 was het weer zover. Bij het ingaan van de derde ronde schoof er weer eentje rechtdoor in de Tamburello en smakte enorm had tegen de betonnen muur. Het betreft hier Gerhard Berger, die zijn Ferrari niet meer onder controle kon houden en hard rechtdoor ging. De volle benzinetank scheurde open door de klap en de wagen stond binnen de seconde in brand, terwijl Berger bewusteloos in de wagen bleef zitten. Dankzij het snelle optreden van de marshalls en brandweerlui werd er een drama voorkomen. Berger werd overgebracht naar het ziekenhuis van Bologna en hield er gelukkig geen verwondingen aan over. De race was intussen stilgelegd en werd opnieuw herstart. Senna en Prost hadden voor de race een niet-aanvalspact gesloten tot aan de eerste bocht. Dat wil dus zeggen dat wie tweede rijdt zijn teamgenoot pas voorbij mag gaan na de eerste bocht. Het probleem is dat je in Imola moeilijk kan bepalen waar de eerste bocht is. Tamburello wordt in zesde versnelling genomen, met een snelheid van 300km/uur. De Villeneuve-knik wordt eveneens flat-out genomen. Tosa was de eerste bocht, zo redeneerde Prost. Maar niet Senna. Voor hem was Tamburello de eerste bocht, en dus haalde hij in de haarspeldbocht Tosa zin teammaat in. Dat manoeuvre was de aanleiding voor een jarenlange vijandigheid tussen de twee. De race ging natuurlijk door en hoe haal je nu in hemelsnaam een coureur in die met exact hetzelfde materiaal rijdt, en bovendien nog eens Senna heet? Zo won de Braziliaan dus de race, met een voorsprong van 40 seconden op Prost en meer dan een ronde op Alessandro Nannini.

In 1990 won Patrese. Gerhard Berger, intussen weer volledig hersteld van zijn klap een jaar eerder en nu teamgenoot van Senna, werd tweede. Derde werd opnieuw Alessandro Nannini. Prost, intussen naar Ferrari gevlucht, eindigde op een halve seconde van het podium. In 1991 won Senna voor teamgenoot Berger en Jirki Jarviletho. Het jaar erop verloor McLaren heel veel van zijn pluimen. Williams naar de dominante positie over en behaalde met Mansell en Patrese een dubbelwin in Imola, met Senna op een derde plaats. Het jaar 1993 was nat. De regen viel uit de lucht, met Senna op pole-positie en Prost, intussen naar Williams gevlucht, op een tweede startplaats. Een race eerder had Senna op briljante wijze elke andere coureur naar huis gereden in zijn zwakke McLaren. Hier in Imola kreeg hij iets na halfweg race echter te maken met een hydraulisch systeem toen hij tweede lag. Prost zag zijn kans en won, voor Schumacher en zijn Benetton-teamgenoot Brundle. Toen kwam 1994.

In de trainingen op vrijdag 29 april ging Rubens Barrichello er heel hard af. Variante Bassa was een chicane die men makkelijk aan 220 km/uur kon nemen. Jammer genoeg waren de curbstones aan de buitenkant een soort van schans, zo ondervond Barrichello. Hij kwam bovenop de bandenstapels terecht, botste terug en maakte vervolgens nog een koprol of twee. Barrichello, bewusteloos, werd uit het wrak bevrijdt en naar het medisch centrum gebracht vanwaar hij werd overgevlogen naar Bologna. De coureurs waren enorm aangedaan, ondanks de vele ongelukken van de afgelopen jaren. Maar hij had niets, die jonge Braziliaan. “Het eerste wat ik zag toen ik mijn ogen opende was Senna�s gezicht,” verteld Barrichello. “Dat heeft me echt iets gedaan. Eerst was hij een idool, dan een collega � nu een vriend.” Zaterdag 30 april loopt hij alweer lachend door pits en paddock, grappend over de knappe verpleegsters die in het ziekenhuis rondliepen. Op de baan gaat het intussen verschrikkelijk mis voor Roland Ratzenberger. Tussen Tamburello en Curva Villeneuve breekt zijn voorvleugel. De Oostenrijker verliest alle neerwaartse druk en gaat er geweldig hard af. Met een snelheid van om en beide 300 km/uur klapt hij frontaal tegen de betonnen muur. Zijn wagen komt pas in Tosa, honderd meter verderop, tot stilstand. Ratzenberger�s hoofd hangt levensloos tegen de cockpit. Ambulance�s, veiligheidswagens, brandweer, medische teams, marshalls � allen snellen ze ernaar toe. Ratzenberger wordt uit de wagen getild en ter plaatse gereanimeerd. Na een dik kwartier wordt hij in kritieke toestand overgevlogen naar Bologna. Officieel stierf hij acht minuten na overbrenging, volgens de meesten was hij op slag dood. Hoe dan ook, Formule 1 had zijn eerste dodelijke ongeluk in een raceweekend sinds 12 jaar, toen in Canada 1982 Ricardo Paletti levend verbrandde. Senna gaat met een marshall en en wagen van de FIA naar de plek van het ongeluk. Williams sluit zijn pitboxen, voor hen moet het niet meer doorgaan. Ook Benetton, het team van Schumacher, sluit af. Jirki Jarviletho, doorgaans zo�n vrolijke kerel, barst in tranen uit. Ook Frentzen begint te huilen. De tien andere teams volgen elkaars voorbeeld, de sessie wordt niet hervat. Senna gaat niet naar de verplichte persconferentie en wordt op het matje geroepen bij de Stewards of the Meeting. “Toch tenminste �emand die zich een dode aantrekt,” roept de Braziliaan. Het is Professor Watkins die kan voorkomen dat de FIA een sanctie oplegt. De dag erna, zondag 1 mei 1994. De Formule 1-wereld rouwt om het overlijden van Ratzenberger. Senna heeft een Oostenrijkse vlag in zijn zak zitten, die hij ter ere van de coureur zal zwaaien wanneer hij zijn zegerondje maakt. Voor de race komt er een bericht binnen vanuit de Williams-box naar de Franse televisie: “Dear friend Alain, we missen je hier in de paddock � ik mis je.” Senna�s gedachten zijn in die 24 uren enorm omgeslagen, de dood van Ratzenberger heeft hem mentaal erg aangegrepen. Dat hij niet wou racen, zei hij via de telefoon aan zijn toenmalige vriendin. Nog nooit had hij zoiets gezegd. Vlak voor de race pinkt hij een traan weg, het zou zijn laatste zijn. Bij de start van de race gaat het al mis. Letho laat zijn Ford-motor in de Benetton afslaan en wordt langs achteren geramd door Pedro Lamy. Door de brokstukken raken 9 mensen in het publiek licht gewond en komt de Safety Car naar buiten. Die gaat na 5 rondjes weer naar binnen en de race gaat voort. Lang duurt het niet. Om 14:18 knalt de Williams tegen de betonnen muur in Tamburello, aan boord zit Ayrton Senna. Met 300 km/uur is hij eraf gegaan en Senna�s hoofd ligt op de cockpitrand. Even beweegt zijn helm nog, maar dan is het beeld net hetzelfde als een dag ervoor. De race wordt onmiddellijk stilgelegd, Senna wordt uit zijn wagen gehaald en bewusteloos op de grond gelegd. Onder hem vormt zich een enorme plas bloed. Ter plaatse wordt tracheotomie uitgevoerd, een ingreep die moet voorkomen dat de persoon stikt. In kritieke toestand wordt ook Senna overgevlogen naar het Ospidale Maggiore in Bologna. De race gaat toch opnieuw van start. Enkel Berger stopt uit eerbied voor zijn vriend. En nog is het weekend niet gedaan. Bij het verlaten van de pits, toen was de snelheidslimiet er nog niet, verliest Michele Alboreto een wiel dat drie mechaniciens van Ferrari vloert. Gelukkig raken zij niet levensgevaarlijk gewond. De winnaar wordt uiteindelijk Micha�l Schumacher, tweede wordt Nicola Larini. Derde Mika H�kkinen, die lachen d op het podium verschijnt en niets afweet van de toestand van Senna. Berger bevestigd dat Senna op dat ogenblik nog leefde. “Om 18uur was ik in het ziekenhuis, aan het bed van Ayrton. Met mijn eigen ogen heb ik kunnen zien hoe zijn hart opo dat moment nog klopte.” Een kwartiertje later krijgt hij de laatste sacramenten toegediend, een half uur later stopt zijn hart met kloppen. De wereld is een van zijn helden kwijt, in Brazili� worden drie dagen nationale rouw aangekondigd.

Imola sinds 1995Een jaar later is Imola hertekend. De Tamburello is nu een trage chicane geworden, om te voorkomen wat men een jaar eerder meemaakte. Ook de Curva Villeneuve, de bocht waar Ratzenberger rechtdoor ging, is een chicane geworden. Aan de omheining hangen duizenden bloemen en foto�s, de muur is zwart geschilderd. Voor de start van de race houden de coureurs een minuut stilte ter herinnering van een jaar voordien, iets wat ze in Monaco 1994 ook deden. De winnaar wordt Damon Hill, die in 1994 maar nipt de titel verloor. Tweede en derde worden Ferrari-coureurs Alesi en Berger. Schumacher was in de tiende ronde al van de baan gespint. In 1996 wint Hill opnieuw, voor Micha�l Schumacher en Gerhard Berger. Het jaar erop is het de beurt aan Heinz-Harald Frentzen, voor beide Ferrari�s van opnieuw Schumacher en Eddie Irvine. Frentzen wint hiermee zijn allereeste Formule 1-race. In 1998 is het de beurt aan Coulthard. Na twee dominante races en een tweede plek voordien moest H�kkinen de race hier staken. De tweede en derde plaats worden net zoals het jaar voordien ingenomen door Schumacher en Irvine. Micha�l Schumacher kon opnieuw winnen in 1999, toen polesitter en koploper Mika H�kkinen door een stuurfoutje van de baan crashte. Coulthard had moeite met de tragere coureurs in te halen en verloor daardoor de race aan de Duitser. Rubens Barrichello werd knap derde in zijn Stewart-Ford. De volgende jaren gebeurt er niet veel. In 2000, 2002, 2003 en 2004 wint Schumacher. Broertje Ralf Schumacher wint hier in 2001 zijn eerste race van zijn nog vrij jonge carri�re. De dag voor de race in 2003 overlijdt moeder Schumacher, en ondanks dit voorval komen ze beiden aan de start. Micha�l Schumacher wint schitterend de race en trekt zich onmiddellijk erna terug van alle publiek en media. Broertje Ralf wordt knap vierde. Vorig seizoen behaalde Jenson Button in zijn BAR-Honda hier de eerste polepositie van zowel zijn eigen carri�re als voor B.A.R.

De nummers op het kaartje duiden de volgende bochten aan: 1. Tamburello, 2. Villeneuve, 3. Tosa, 4. Piratella, 5. Aqua Minerale, 6. Variante Alta, 7. Rivazza, 8. Variante Bassa

Alles weten over Formule 1 in 2022?
Hier, op GP Pits brengt Formule 1 nieuws eneen F1 Magazine F1-seizone 2021 lees je alles over de races, voorbeschouwingen, nabeschouwingen en het brekende nieuws.
Op ons gratis forum lees je alles over formule 1 en nog veel meer. Meld je gratis aan en neem deel aan discussies over de mooiste sport van de wereld!

By peter

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *