De Italiaanse vlaggen, hoog boven de dichtbevolkte tribunes langs het rechte startfinish-stuk van het Livorno-circuit, dansen mee op het ritme van de verkoelende zomerwind. Net als de vlaggen van het Derde Rijk, die trots de grid opgedragen worden voor de Mercedessen en Auto Union’s uit. De Duitsers weten, net als iedereen eigenlijk, dat hun wagens deze race weer gaan domineren, zoals het hele jaar al. Alle grote azen staan dan ook weer aan de start, sterren als Hans Stuck, Bernd Rosemeyer, Hermann Lang en Manfred von Brauchitsch. Maar de Duitsers rekenen vandaag vooral op polesitter Rudolf Caracciola, volgens Mercedes‘ teamleider Alfred Neubauer de beste van allemaal, al is niet iedereen het daar mee eens. Zeker niet in Italië. De voormalig kampioen domineert het EK dit jaar met zijn vloeiende rijstijl en zijn ijzersterke Mercedes-Benz. Een tweede titel lijkt slechts een kwestie van tijd.

Maar de Italianen komen niet voor Caracciola. Zij komen voor hun eigen helden, en vooral Achille Varzi kan vandaag wel eens een goede kans maken, want hij start naast de Duitser vanaf de tweede plek. Maar er is twijfel of Achille het nog wel kan. Varzi is Varzi niet meer, zo lijkt het. Men ziet hem staan, daar op de grid. Ziet er niet goed uit. Ingevallen wangen, bleek gezicht, ogenschijnlijk geen schim meer van de gedistingeerde, nette vent die hij altijd was. Zoals een getalenteerde zoon van een welgestelde textielfabrikant er uit hoort te zien. Maar hij is aan de morfine geraakt, zo fluistert men. Naar het schijnt is hij zelfs zwaar verslaafd, samen met zijn grote liefde Ilse, een Duitse blondine. Mussolini, Italië’s fascistische leider, heeft al maatregelen genomen om de gevallen volksheld te redden. Il Duce heeft Ilse een tijdje geleden Italië uit gezet. Varzi heeft gezegd dat het weer beter gaat met hem. Maar of dat zo is weet nog niemand. Hij staat daar maar, naast zijn Auto Union, voor zich uitstarend, peinzend, somberend, zo lijkt het. As valt van zijn eeuwige sigaret. De stofbril hangt om zijn pezige nek. Kan hij het nog? De twijfel die er is, wordt versterkt door de aanblik van een ogenschijnlijk gevallen held.

Varzi is niet de enige Italiaan die het moeilijk heeft, zo weet men. Die andere thuisfavoriet, volgens velen de beste van allemaal, heeft het misschien nog wel moeilijker. Giorgio, de zoon van Tazio Nuvolari is twee maanden geleden gestorven aan myocarditis, een ontsteking aan de hartspier, en Tazio wordt gekweld door immens verdriet. In de wagen, zo zegt hij, kan hij het voor even vergeten, van zich afzetten, maar daarbuiten voelt hij zich leeg, eenzaam, verlaten. Bovendien is zijn Alfa Romeo niet bijzonder snel, geen partij voor de Duitse wagens, en Nuvolari start vandaag pas vanaf de zevende plek.

Als Tazio de grid op wandelt kijken hij en Achille elkaar heel even aan. Tazio knikt beleefd, Achille krult zijn mondhoek nauwelijks zichtbaar even omhoog, bij wijze van groet. Hoe anders was het nog een paar jaar terug. Toen domineerden de twee Italianen de Europese racerij. Dan weer won Nuvolari, de vechtjas, die zijn wagens altijd driftend door de bochten joeg en aan remmen een hartgrondige hekel had, en dan weer won Varzi, de stylist, die nooit fouten leek te maken en altijd soepeltjes balanceerde op de ideale lijn. Respect was er altijd geweest voor elkaar, al was het voor Achille vaak lastiger, omdat Nuvolari nou eenmaal vaker won dan hij, maar meer dan respect was er nooit geweest. Vrienden waren het niet. Nooit geweest ook. Verschillende werelden. Tegenpolen. Rijk en arm. Vechter en stylist. Stil en spraakzaam. Weinig overeenkomsten, anders dan de racerij.

Bij de start schiet Caracciola weg van zijn pole, voor Lang, Varzi komt maar moeizaam weg. Rudolf schiet over het rechte stuk en duikt de eerste bocht in, onder luid gejuich van de Duitsers, en blaast een paar minuten later, nog altijd als leider, weer over startfinish heen, met Lang in zijn kielzog. Varzi en Nuvolari kunnen niet aansluiten. Vallen wat terug. Lang plant zijn aanval en pakt de leiding. Ronde na ronde knokken de twee Duitsers om de leiding. Neubauer vindt het maar niks, die strijd tussen zijn jongens. Al doet het hem deugt dat Rosemeyer en Varzi het tempo niet kunnen volgen in hun Auto Unions. Neubauer strijkt over zijn voorhoofd als Von Brauchitsch zijn Mercedes met mechanische problemen langs de kant parkeert. De Italianen mokken als zij Nuvolari uit zien stappen en zijn wagen aan Farina geeft. Seamen en Muller halen de ploeterende Varzi in, die terugvalt naar plaats zes. De Duitsers domineren. En dat doet pijn. Veel pijn.

Laatste ronde. Caracciola stoomt het rechte stuk weer op, blokt een laatste aanval van Lang en raast over de finish, nog geen halve seconde voor Lang, maar liefst tweeënhalve minuut voor Rosemeyer. Neubauer slaat met gebalde vuisten in de lucht, schreeuwt het uit, en springt van vreugde. Een prachtige 1-2 zege voor Mercedes en de Europese titel is voor Caracciola! Varzi wordt zesde. Stapt uit. Loopt weg. Zonder het publiek te bedanken. Zonder zelfs maar op te kijken. Zonder emotie ook. De fans weten niet wat te doen: klappen? Zwijgen? Wat is er toch met Achille? Is hij echt verslaafd? Heeft die duivelse Ilse hun grote held echt in de vernieling geholpen? Morfine? Zou het dan toch?

Varzi en Nuvolari. Achille en Tazio. De twee besten van allemaal. Dat weten ze zeker. Nog altijd. Ondanks Caracciola, wat Neubauer ook bromt. Ondanks Rosemeyer. Ondanks Lang. Achille en Tazio, helden van heel Italië. Voorbeelden van iedereen. Ook van de jeugd. Zij kijken tegen hen op, groeien met hen op, willen worden zoals zij. Autocoureurs zijn supersterren, grootheden, helden. En iedereen wil op een held lijken. Maar al die helden zijn eigenlijk gewoon mensen. Mensen met problemen. Met eigenaardigheden. Met zwaktes. Zorgen. Verdriet. Pijn. Ellende. Voor het publiek doet het er niet toe. Helden zijn helden en worden, zeker in Italië, bewonderd, bezongen, bewierookt. Varzi en Nuvolari zullen die Duitsers vroeg of laat weer gaan verslaan, zoveel weten de Italianen wel zeker.