Je kan alle poles pakken die er te pakken zijn. Je kan ook alle races winnen die er te winnen zijn. Je kan zelfs het kampioenschap aanvoeren met een voorsprong groter dan de staatsschuld van Amerika. Maar zolang je in een wagen van Adrian Newey zit, zal je altijd worden achtervolgd door het feit dat je in de beste wagen rijdt. En dat ís ook zo. De pennenstreken die Newey ergens vorig jaar op zijn tekenbord heeft neer gekalkt moeten zo ongeveer de Mona Lisa evenaren. Als je het dan waagt om in dat kunstwerk te gaan winnen, zal je je erbij neer moeten leggen dat je van tijd tot tijd te horen krijgt dat jíj het niet bent die wint, maar dat het je wágen is die wint. Het zoet der overwinning zal het zuur van de kritiek snel weg doen spoelen, maar toch, het kan de ware sportman, hunkerend naar eeuwige roem en erkenning, uiteindelijk gaan irriteren.

Maar er is een remedie, er is een antwoord: je tanden laten zien als het moet. Of liever nog: je ballen. En dat deed Sebastian Vettel vandaag. Natuurlijk, die poleposition was weer prachtig, maar dat weten we nu wel. En natuurlijk, die zege was ook meer dan terecht, maar dat weten we nu ook wel. Wat we nog niet wisten, is dat Vettel beschikt over een leeuwenhart. Maar dat weten we nu. Dat Vettel de snel gestarte Alonso vroeg of laat weer voorbij zou gaan werd al snel duidelijk. De Ferrari was simpelweg niet snel genoeg op Monza en de uiteindelijke podiumplek van de Spanjaard mag voor een groot deel toegeschreven worden aan het verdedigende werk van Michael Schumacher richting Lewis Hamilton, maar daarover later meer. De manier waarop Vettel de Ferrari inhaalde, mag echter met gouden letters worden bijgeschreven in de Formule 1-analen.

Met een tempo boven de 300 denderden de twee kemphanen zij aan zij door de Curva Grande. De hoge snelheid dreef de twee steeds verder naar buiten totdat de baan voor de aan de buitenkant rijdende wereldkampioen ineens ophield. Vettel wilde er niets van weten, hield zijn poot stijf, letterlijk, en stuiterde over het gras en zonder te liften terug de baan op om naast de Spaanse superstarter in de richting te razen van de in de verte opdoemende chicane. Vettel wist het allang: hij zat aan de goede kant. Alonso kon niet anders dan braafjes achter hem aansluiten in de chicane, zijn helm vullen met de nodige Spaanse vloeken en zich tandenknarsend gewonnen geven. Hij zou Vettel pas weer een dik uur later terugzien toen hij de Duitser na het uitstappen mocht feliciteren met alweer een zege.

De actie van Vettel was niet zozeer een elegante actie. Evenmin was het een briljante manoeuvre. Het was niet eens een eerlijk gevecht, gezien het verschil in snelheid. Maar het ging dit keer ook niet om de moeilijkheidsgraad, want die was niet eens zo hoog. Wat de actie van Vettel zo bijzonder maakte is exact hetzelfde als wat de actie van teamgenoot Mark Webber twee weken geleden in Eau Rouge zo bijzonder maakte: het getuigt van ongekende moed en vastberadenheid. Sebastian Vettel liet inderdaad zijn tanden zien. Of beter nog: hij liet zijn ballen zien. Vettel is meer dan een leuke rijder in een wagen van Adrian Newey. Sebastian Vettel is een wereldkampioen en dus een absolute grootheid.

Sowieso werd Monza deze zondag een bal der grootheden. Want de uiteindelijke top vijf werd gevuld door louter wereldkampioenen en ze lieten vanmiddag stuk voor stuk zien waarom ze dat allemaal zijn. Een groot deel van de race werd gedomineerd door een verbeten gevecht tussen ex-kampioenen Lewis Hamilton en Michael Schumacher. De Brit zat te dromen bij de herstart, die volgde op een SC-periode na een ouderwetse startbotsing waarbij Vitantonio Liuzzi een aantal mensen bruut van de baan ramde, waarna de Duitse recordkampioen simpeltjes langs de McLaren schoot. Een peperdure fout bleek later. Schumacher besloot zijn plek te gaan verdedigen alsof hij met een tijdmachine teruggegaan was tot medio jaren ‘90, in zijn Benetton was gestapt en de door hem zo verfoeide Williams-Renault van zijn aartsrivaal Damon Hill in zijn spiegels zag opdoemen.

Met ongetwijfeld het schuim op de lippen probeerde Hamilton het eerst aan de linkerkant van Schumacher en even later dan toch maar aan de rechterkant. Even probeerde hij het in de Curva Grande en daarna toch ook maar in de Lesmos. Hij dacht zelfs even aan de Parabolica en waagde een hoopvolle poging in de Rettifilo. Maar steeds was er te weinig ruimte, een plotseling naar een andere lijn sturende Mercedes of werd hij verrast door de enorm hoge topsnelheid van zijn tegenstrever. Een topsnelheid waar zelfs zijn DRS-vleugeltje geen antwoord op kon vinden. Weer zag hij een gat, aan de binnenkant dit keer, Hamilton dook erin, maar zag het gat ineens verdwijnen. Een tripje door het gras was het enige dat overbleef. Hamilton moest liften. Tot zijn grote schrik schoot teamgenoot en ook-al-wereldkampioen Jenson Button, herstellende van een beroerde start, meteen langs hem.

Button, de man die dit jaar de meeste inhaalacties op zijn naam heeft staan en daarbij ook nog eens nimmer in de fout ging, verloor geen enkele tijd achter de oude meester en schoot buitenom de chicane in, voorbij Schumacher die gedemoraliseerd meteen maar nieuwe banden ging halen om tot zijn grote verrassing na alle pitstops andermaal vóór Lewis Hamilton uit te komen, waarna hij de Brit nogmaals ronden lang kon ophouden en frustreren. Uiteindelijk lukte het Hamilton om voorbij te gaan aan Schumacher. Maar het was te laat om zijn snelle McLaren naar het podium te sturen. Wereldkampioen nummer vijf, Fernando Alonso, bleek net te ver weg en zo konden de tifosi alsnog een Ferrari op het podium bejubelen.

Voor de stand in het kampioenschap, door de Vettel-terreur al weken niet meer interessant, deden Alonso en Button nog goede zaken. Door hun podiumplekken wipten ze beiden voorbij aan Mark Webber. De Australier mopperde laatst iets over zijn status als coureur zonder titel. Hij had gewoon niet het geluk, zo meende Webber zelf, dat Button wel had gehad in diens Brawn-dagen. De Brit had toen, net als Webber nu, de beste wagen onder zijn kont, maar had in tegenstelling tot de arme Webber Rubens Barrichello als teamgenoot en geen topcoureur als Vettel.

Een beetje gelijk had Webber tijdens zijn klaagzang wel: Barrichello is zeker geen Vettel. Maar nu Webber inmiddels dertien races in ‘s werelds beste wagen heeft gereden en nog steeds geen enkele keer heeft weten te winnen, moet hij eerst maar eens bij zichzelf te rade gaan of hij inderdaad wel heeft wat nodig is om wereldkampioen te worden. Met welke teamgenoot dan ook. Button is misschien niet sneller dan Webber maar heeft wel de gave om keer op keer foutloos en constant te rijden en in moeilijke omstandigheden boven zichzelf uit te stijgen. En dat is iets waar Webber nou niet bepaald in uitblinkt. Zijn weergaloze actie twee geleden weken in Belgie liet hij vandaag volgen door een doldwaze move waarmee hij zichzelf al vroeg elimineerde. Zelfs al tekent Newey de Nachtwacht als opvolger van de Mona Lisa, Mark Webber zal nooit wereldkampioen worden, al zou hij ondergetekende als teamgenoot krijgen.

Sebastian Vettel zal het nooit uitspreken, maar zal het ongetwijfeld ook weten. Vorig jaar, toen Webber een sterke periode kende, had de jonge Duitser lange tijd moeite met hem. Het kwam zelfs tot een beschamende crash in Turkije. Uiteindelijk wist hij zijn teamgenoot er pas in de laatste race onder te krijgen. Dit jaar is alles anders. Vettel is volwassen geworden. Hij maakt zich niet meer druk om minder begaafde teamgenoten. Hij kan volledig vertrouwen op zijn talent, zijn materiaal en zijn team. Dat is meer dan voldoende voor een dominante, glorieuze tweede wereldtitel. Het kan, met een beetje geluk, zelfs al gebeuren in Singapore. Maar eigenlijk doet het er niet eens toe. Het zijn slechts statistieken. Kille cijfertjes die slechts uitslagen weergeven en resultaten bij elkaar optellen. Kille cijfertjes die nooit laten zien hóe iemand won. Of hoe iemand verloor. Die cijfertjes doen er helemaal niet toe. Het gaat er eigenlijk alleen maar om wat de rijders op het asfalt laten zien. Op dat asfalt, en ook nog op het gras ernaast, liet Sebastian Vettel vandaag zijn ballen zien. En dat is wat er wél toe doet.