Op deze dag wordt in de Franse hoofdstad Parijs Jacques Laffite geboren. Laffite wordt pas op behoorlijk late leeftijd gegrepen door het autosportvirus: hij is er in 1972 al bijna dertig wanneer hij het Franse Formule Renault-kampioenschap wint, nadat hij voordien monteur was in de Formule 3 voor zijn landgenoot (en eveneens latere Formule 1-coureur) Jean-Pierre Jabouille. Het belet hem echter niet van zijn opgang richting de Formule 1 gestaag verder te zetten. In 1973 rijdt hij Formule 3 en wint hij o.a. de race in Monaco, waardoor de aandacht van de teambazen uit de Formule 1 verder gewekt wordt.
In 1974 rijdt hij in de Formule 2 en op de Nürburgring mag hij bij de Duitse Grand Prix voor de eerste keer van de Formule 1 proeven wanneer hij van Frank Williams een plaatsje in diens Iso-Marlboro-team krijgt. Hij rijdt de rest van het jaar voor het team van Frank en ook in 1975 combineert hij Formule 2 met Formule 1 bij Williams. Het wordt het jaar van zijn grote doorbraak: hij wint soeverein het Formule 2-kampioenschap en op de Nürburgring rijdt hij, in een door vele uitvallers geteisterde wedstrijd, met de bescheiden Williams naar een sensationele tweede plaats. Deze ene puntenscore levert hem meteen de twaalfde plek in de eindstand van het WK op.
De marktwaarde van Laffite stijgt evenredig en voor 1976 wordt hij uitverkoren om voor het nieuwe Ligier-team te rijden, het team van Guy Ligier – waarvoor Laffite voordien ook al enkele keren deelnam aan de 24 Uren van Le Mans – dat met Franse staatssteun en een Matra V12-krachtbron een nieuw topteam in de Formule 1 moet worden. Met de eerste auto van het team – die tot de reglementswijzigingen vanaf de Grote Prijs van Spanje voorzien is van een onwaarschijnlijk hoge luchthapper die hem de bijnaam ‘de theemuts’ meegeeft – is Laffite meteen in de voorste gelederen van het peloton terug te vinden. Hij wordt tweede in Oostenrijk en derde in België en Italië; tijdens deze laatste race scoort hij tevens zijn eerste polepositie. Hij finisht als zevende in het WK met 20 punten. In 1977 en 1978 blijft Laffite de enige troef van Ligier. In 1977 scoort hij met wat meeval in Zweden zijn eerste overwinning, doch de grote sprong naar de top blijft vooralsnog uit. De Ligier kan vooral in 1978 niet langer opboksen tegen het geweld van de nieuwe ‘wing cars’, met Lotus als voornaamste exponent hiervan, en het team raakt niet verder dan sporadisch enkele podiumplaatsen. 1977 finisht Laffite als tiende, 1978 als achtste.
Voor 1979 besluit men de zaken dan ook rigoureus anders aan te pakken: met de JS11 bouwt het team zelf ook zijn eerste wing car en het vervangt de Matra V12 door de klassieke Ford Cosworth V8-krachtbron, die in dit soort auto’s het beste tot zijn recht komt. Tevens wordt een tweede auto ingezet wanneer een andere Franse topcoureur, Patrick Depailler, het team komt versterken. Ligier oogt aldus op papier sterk bij het seizoensbegin, maar dan nog slaat het iedereen met verstomming door de openingsraces in Zuid-Amerika helemaal naar zijn hand te zetten: Laffite wint met gemak beide wedstrijden en in Brazilië scoort het team zelfs de eerste – en ook enige – dubbelzege uit zijn bestaan. Vanaf de derde race in Zuid-Afrika heeft echter ook Ferrari zijn nieuwe wagen voor 1979 klaar en stilaan zullen Jody Scheckter en Gilles Villeneuve de leidende rol in het WK overnemen. Depailler wint nog de Grote Prijs van Spanje, maar wordt kort nadien het slachtoffer van een ongeluk met een zweefvliegtuigje, dat het einde van zijn seizoen betekent. Met veteraan Jacky Ickx als invaller moet Ligier in de tweede seizoenshelft ook nog eens opboksen tegen Renault en Williams, die dit jaar eveneens de sprong naar voren maken. Laffite wordt uiteindelijk vierde in het WK en Ligier finisht als derde in het constructeurs-WK. Het is dan wel het beste resultaat voor het team uit zijn bestaan, doch het is duidelijk dat er in 1979 veel meer in zat.
In 1980 krijgt Laffite een nieuwe Franse topcoureur naast zich in de persoon van Didier Pironi en beiden winnen elk één race: Pironi in België, Laffite in Duitsland. Ligier handhaaft zich aan de top, maar voor de titel schiet het tekort tegenover Williams, dat in 1980 het te kloppen team is. Bovendien gaan enkele races verloren door domme pech, zoals in Frankrijk en Groot-Brittannië. Laffite wordt opnieuw vierde in de eindstand van het WK en Ligier finisht dit keer zelfs als tweede bij de constructeurs, zij het met bijna slechts de helft van de punten van Williams.
In 1981 heeft het team, dat de Cosworth V8 opnieuw ingewisseld heeft voor een Matra V12, aanvankelijk moeite om de aansluiting bij de top te behouden. Nieuwe tweede man Jean-Pierre Jabouille, die nog steeds herstellende is van zijn zware ongeluk in de Canadese Grote Prijs van 1980, stopt na enkele races definitief met Formule 1, waarna Patrick Tambay zijn vervanger wordt. Hierdoor is Laffite in 1981 de onbetwiste nummer één bij de Fransen. Na een moeizame start raakt de Ligier halverwege het seizoen tenslotte helemaal op dreef, met overwinningen in Oostenrijk en in Canada. Laffite heeft hierdoor bij de slotrace van het seizoen in het Amerikaanse Las Vegas zelfs nog een waterkansje om wereldkampioen te worden, maar uiteindelijk redt hij het niet. Hij wordt, net als de twee voorbije jaren, vierde in het WK.
In 1982 blijft Laffite zijn werkgever trouw, doch het blijkt een misrekening. De nieuwe, uiterst smalle Ligier valt ronduit tegen en na de vette jaren breken voor het Franse team de magere jaren aan. Ligier zal pas in 1996 met Olivier Panis in Monaco opnieuw met de zege aanknopen en de overwinning die Laffite in 1981 in de stromende regen in Canada scoorde zal lange tijd de laatste overwinning van de Fransen blijven. Noch Laffite, noch zijn nieuwe Amerikaanse teamgenoot Eddie Cheever kunnen een vuist maken en de paar podiums die alsnog gescoord worden komen er doorgaans in wedstrijden met veel uitvallers. Zoals in Oostenrijk, waar Laffite als derde over de meet gaat en zijn enige noemenswaardige resultaat van het seizoen laat optekenen. De Fransman wordt pas zeventiende in het WK met 5 schamele punten.
Voor 1983 verlaat hij dan ook het team en hij tekent een contract bij Williams, het team waarbij hij destijds zijn Formule 1-debuut maakte. Williams werd in 1982 verrassend wereldkampioen met de Fin Keke Rosberg, doch doordat het team nog steeds met een atmosferische Cosworth rijdt, is van meet af aan duidelijk dat deze prestatie niet herhaald zal worden. Niettemin is de Fransman op de langzamere circuits in de beginfase van het seizoen nog steeds in de voorste gelederen te vinden, doch hij kan hier slechts beperkte resultaten uit puren: in Long Beach rijdt hij een tijdje op kop en valt uiteindelijk net naast het podium door een communicatiefout met de pitmuur, terwijl hij in Monaco op weg lijkt naar een zekere tweede plaats achter teamgenoot Rosberg tot hij met pech uitvalt. Laffite moet zich uiteindelijk met enkele vierde plaatsen tevreden stellen en finisht als elfde in het WK met 11 punten. Het dieptepunt van het seizoen komt er in de voorlaatste race in Brands Hatch, waar hij zich niet weet te kwalificeren.
1984 brengt weinig beterschap. Williams is ondertussen overgeschakeld op Honda-turbomotoren, doch de nieuwe wagen is aanvankelijk veel te zwaar en de motor gaat nog steeds gebukt onder de traditionele kinderziektes. Het wordt voor het Britse team dan ook een leerjaar. Rosberg weet in de straten van Dallas te winnen – waar zijn teamgenoot uit protest tegen het vroege aanvangsuur van de race in pyjama in de paddock verschijnt – doch Laffite verzinkt het hele seizoen in anonimiteit. Een vijfde plaats in Detroit en een vierde plaats in Dallas zijn de enige puntenfinishes van het seizoen voor de Fransman, van wie het al snel duidelijk wordt dat zijn dagen bij Williams geteld zijn. Nog voor de jaarwisseling tekent hij een contract bij zijn oude liefde Ligier, waar hij na twee seizoenen afwezigheid zijn terugkeer maakt.
Ligier heeft ondertussen ook een aantal magere jaren achter de rug, maar werkt vanaf 1985 samen met Laffite langzaam maar zeker aan de wederopstanding. Het team, dat ondertussen over de Renault-turbomotor beschikt, gaat vooral vanaf de zomer alsmaar beter presteren. Laffite scoort op Silverstone en de nieuwe Nürburgring twee derde plaatsen op rij en in de slotrace in Australië behalen de Franse veteraan en zijn nieuwe teamgenoot Philippe Streiff – die de tegenvallende Andrea de Cesaris halverwege het seizoen aflost – zelfs een tweede en derde plaats, ondanks een botsing tussen beide rijders in de laatste ronde. Laffite wordt negende in het WK met 16 punten.
Voor 1986 ogen de perspectieven bijzonder rooskleurig. De inmiddels 42 jaar oude Laffite krijgt bij Ligier gezelschap van de ondertussen ook al 38-jarige René Arnoux. Het Franse team mikt duidelijk op ervaring en dat betaalt zich ook helemaal uit. Met de fraaie, nieuwe JS27 zijn beide veteranen van bij aanvang in de voorhoede van het peloton terug te vinden. Tegenover McLaren, Williams en de Lotus van Ayrton Senna komen ze dan wel net iets tekort, maar beiden zijn in de eerste seizoenshelft doorgaans ‘best of the rest’. Vooral Laffite oogt dit jaar helemaal als herboren: al in de openingsrace in Rio rijdt hij prompt naar de derde podiumplaats en in de staten van Detroit finisht hij zelfs als tweede, terwijl beide Ligiers in de openingsfase van de race zowaar een tijdje eerste en tweede liggen. Op Brands Hatch in juli kondigt een nieuwe mijlpaal zich aan voor Laffite: hij zal voor de 176ste keer starten in een Formule 1-race, een evenaring van het record van Graham Hill. De jubileumwedstrijd loopt echter uit op een drama. Laffite, die zich slecht gekwalificeerd heeft als gevolg van motorpech, raakt betrokken bij de zware massacrash in de buik van het peloton vlak na de start. Hij wordt door de Ferrari van Stefan Johansson frontaal een betonnen muur in geduwd en het duurt een hele tijd vooraleer de ongelukkige coureur uit zijn benarde positie bevrijd is. Het verdict is hard: bij de crash zijn beide benen van Laffite op verschillende plaatsen gebroken. Door zijn reeds gevorderde leeftijd is het meteen duidelijk dat niet alleen zijn seizoen, maar mogelijk meteen ook zijn Formule 1-carrière definitief voorbij is. Wat velen vrezen, wordt uiteindelijk ook bewaarheid: het is het laatste optreden van Jacques Laffite in de koningsklasse van de autosport geweest. Ondanks dat hij enkel de eerste helft van het seizoen rijdt, wordt hij uiteindelijk nog als achtste in de eindstand van het WK geklasseerd.
Het betekent evenwel niet zijn afscheid aan de autosport. Reeds in 1988 kruipt de Fransman opnieuw achter het stuur in Parijs-Dakar, terwijl hij nadien ook nog verschillende jaren actief is in toerwagenraces en – net zoals begin jaren ’70, voorafgaand aan zijn Formule 1-carrière – in de 24 Uren van Le Mans. In 2005 neemt hij zelfs deel aan de Grand Prix Masters, het kortstondige kampioenschap voor voormalige F1-coureurs, terwijl hij ook in de paddock van de echte Formule 1 opnieuw zijn opwachting maakt als tv-commentator, en dit tot eind 2012.
