7 september 1986
Race 13: Grote Prijs van Italië
Monza
51 ronden van 5,800 km. Totaal: 295,80 km
Weer: droog, zonnig en zeer warm
Na de Grote Prijs van Oostenrijk gaapt er een kloof van drie weken met de volgende race, waarmee het Formule 1-seizoen 1986 aan zijn laatste kwart begint. Begin september, dat betekent in de Formule 1 traditioneel afspraak in de legendarische snelheidstempel van Monza nabij Milaan, voor de Grote Prijs van Italië. ‘De race van de vallende bladeren’ zoals hij ook wel eens genoemd wordt, vindt dit jaar onder stralend zomerweer plaats en het zoals gewoonlijk talrijk opgenomen publiek heeft al even traditioneel slechts oog voor één enkel team: Ferrari.
De wijzigingen die aan de staart van het peloton plaatsvinden worden dan ook enkel en alleen door de kenners en fanatieke volgers ter kennis aangenomen. Bij Osella moet de Canadees Allen Berg wegens sponsorperikelen zijn stoeltje voor één race afstaan. In zijn plaats neemt de jonge Italiaan Alex Caffi plaats achter het stuur. Voor de piloot, die vers uit de Italiaanse Formule 3 komt, betekent het meteen zijn Formule 1-debuut.

Formule 1-debuut voor Alex Caffi (Osella).
Een andere nieuwe naam is het kleine AGS-team (Automobiles Gonfaronnaises Sportives), dat vanuit de Formule 3000 de overstap naar de Formule 1 maakt. Het Franse team zal pas in 1987 volop de aanval op de F1 inzetten, doch wil hier in Italië – en ook bij de volgende race in Portugal – alvast wat race-ervaring opdoen. De auto van het Franse team is net als de Minardi’s voorzien van een Motori Moderni-turbomotor. De Italiaan Ivan Capelli, die eind 1985 al twee GP’s reed voor Tyrrell en in 1986 de Europese Formule 3000-titel zal veroveren, fungeert als piloot.
AGS wekt vooral opzien doordat het kort voor de Grote Prijs de voormalige Franse Ferrari-piloot Didier Pironi, die in 1982 zijn F1-carrière afgebroken zag door een zwaar trainingsongeluk, de baan op stuurt voor een test. Tot een comeback van Pironi zal het evenwel niet komen. In de zomer van 1987 zal de Fransman uiteindelijk de dood vinden bij een crash tijdens een speedbootrace.

Nog een debutant in Monza: AGS (met Ivan Capelli achter het stuur).
Het Ferrari-dolle Italiaanse publiek blijft tijdens de eerste trainingsdag op vrijdag evenwel op zijn honger zitten, doordat de Ferrari met startnummer 27 van Michele Alboreto leeg in de pits blijft staan. De geruchtenmolen draait onmiddellijk overuren, doch de waarheid is bijzonder onschuldig: de Italiaan is uitgegleden in zijn badkamer en moet daardoor op vrijdag forfait geven!
Op zaterdag is de Scuderia terug op volle oorlogssterkte op de baan, doch het is een andere Italiaan die na afloop van de kwalificaties bovenaan prijkt. Teo Fabi doet zijn stunt van Oostenrijk in eigen land nog eens over en scoort zo zijn tweede pole op rij. Doordat de kleine, kalende coureur evenwel in een Benetton-BMW rijdt en niet in een Ferrari wordt zijn knalprestatie door zijn landgenoten echter op schouderophalen onthaald.
Titelverdediger Alain Prost (McLaren) rijdt de tweede tijd, terwijl de tweede rij wordt ingenomen door Nigel Mansell (Williams) en de tweede Benetton van Gerhard Berger. De Braziliaanse tandem Ayrton Senna (Lotus) en Nelson Piquet (Williams) bezet de derde startrij. Derek Warwick (Brabham), Keke Rosberg (McLaren), Michele Alboreto (Ferrari) en Riccardo Patrese (Brabham) vervolledigen de top tien, waarin dus eens te meer vier wagens met BMW-motoren terug te vinden zijn.
De negende startplaats van Alboreto en de twaalfde van Stefan Johansson zijn ogenschijnlijk niet echt spectaculair, doch in de warm-up op zondag zitten beide Ferrari’s behoorlijk voorin, wat veel belooft voor de race. Achterin het veld kwalificeert Ivan Capelli zich als vijfentwintigste met de AGS. Doordat AGS buiten mededinging meerijdt mag Alex Caffi, die pas de zevenentwintigste en laatste tijd rijdt, toch starten.
Bij de start van de opwarmronde vallen er op de eerste startrij meteen twee drama’s te noteren. Fabi’s motor blokkeert en de Benetton-coureur kan pas als laatste wegrijden, waardoor hij helemaal achteraan moet starten en ondanks de snelste ronde in de race in het middenveld zal blijven steken. Drie poles verovert de Italiaan in zijn carrière en geen enkele daarvan kan hij verzilveren.

Benetton krijgt andermaal geen loon naar werken:
Fabi raakt niet van zijn plaats bij de opwarmronde, Berger finisht pas als vijfde.
Ook de naast hem staande Prost raakt niet van zijn plaats weg. Bij de McLaren is het euvel echter een stuk erger: de batterij blijkt defect. Prost spurt snel richting pits, waar de reservewagen op hem staat te wachten. Doordat de opwarmronde ondertussen al gestart is, heeft hij daardoor echter het reglement overtreden. De Fransman start alsnog de race vanuit de pits en werkt zich geleidelijk aan op naar voren, doch het is slechts een kwestie van tijd vooraleer hij de zwarte vlag te zien zal krijgen. Net op het moment dat dit eindelijk gebeurt, geeft de motor van de reservewagen ook nog eens prompt de geest.
Inmiddels is vooraan de strijd in alle hevigheid losgebarsten. Doordat de eerste startrij weggevallen is, ziet Gerhard Berger zijn kans schoon en de Oostenrijker wint overtuigend de sprint naar de eerste chicane, achtervolgd door Mansell, Piquet, René Arnoux (Ligier), Rosberg en Alboreto. Ondertussen is het peloton ook al Ayrton Senna kwijt. De koppeling van de Lotus begeeft het bij het wegaccelereren bij de start.
Berger leidt vijf ronden lang, tot hij plotseling problemen krijgt met de rembalans vooraan en zowel Mansell, Piquet als de verrassend snelle Alboreto moet laten voorgaan. De Ferrari is, zoals in de warm-up al bleek, razendsnel in race-trim en volgt het tempo van de beide Williams-rijders moeiteloos. Johansson, die inmiddels naar de vijfde plaats opgerukt is, bevestigt de goede vorm van de rode bolides. Na een vijftiental ronden valt Alboreto vooraan echter weg door een spin en uiteindelijk zal hij door motorpech het veld moeten ruimen.

Stefan Johansson redt de eer voor Ferrari met een derde plaats.
Tijdens de bandenstops neemt Berger vooraan weer kort het commando over, doch bij zijn eigen pitstop valt hij terug naar de derde plaats, die hij in ieder geval vast in handen lijkt te hebben. Arnoux rukt door het spel van de bandenstops kort op naar de tweede plaats, tot hij vlak daarna met pech uit de race verdwijnt. Ligier is de goede vorm van de eerste seizoenshelft helemaal kwijt doordat de ontwikkeling van de auto gestagneerd is; uit de laatste zes wedstrijden van het seizoen puren de Fransen welgeteld nog één WK-puntje.
Dertien ronden voor de finish valt de beslissing voor de zege, wanneer Mansell verkeert schakelt en Piquet vrij baan heeft om hem te passeren. De banden van de Brit zijn inmiddels te ver afgesleten om nog terug te vechten. Piquet haalt een vlotte zege, zijn vierde van het seizoen, en klimt in de WK-stand op naar de tweede plaats, op vijf punten van zijn teamgenoot. Williams scoort zijn tweede dubbelzege van 1986.

Vierde overwinning van het seizoen voor Nelson Piquet.
Doordat bij Berger in de laatste ronden nog een cilinder het begeeft en de Benetton met een slakkengangetje over de finish moet, kunnen Johansson en Rosberg hem nog passeren. De Zweed pakt zo zijn tweede podiumplaats op rij en geeft de tifosi alsnog een reden om te feesten. Ferrari springt bovendien bij de constructeurs over Ligier naar de vierde plaats. Voor Rosberg wordt het de laatste puntenfinish uit zijn Formule 1-carrière, net als voor Alan Jones, die als zesde het laatste puntje pakt. Alex Caffi maakt zijn debuutrace vol als elfde en hekkensluiter, zij het op zes ronden van de winnaar.

Het podium: Piquet, Mansell en Johansson.
Einduitslag:
1 Nelson Piquet (Williams)
2 Nigel Mansell (Williams)
3 Stefan Johansson (Ferrari)
4 Keke Rosberg (McLaren)
5 Gerhard Berger (Benetton)
6 Alan Jones (Lola)
———————————–
7 Thierry Boutsen (Arrows)
8 Christian Danner (Arrows)
9 Philippe Streiff (Tyrrell)
10 Martin Brundle (Tyrrell)
11 Alex Caffi (Osella)
Pole-tijd: 1’24”078 (Fabi)
Snelste raceronde: 1’28”099 (Fabi)
WK rijders:
Mansell 61, Piquet 56, Prost 53, Senna 48, Rosberg 22, Johansson 18, Laffite 14, Arnoux 14, Alboreto 12, Berger 8, Brundle 5, Jones 4, Fabi 2, Dumfries 2, Tambay 2, Patrese 2, Streiff 1, Danner 1
WK constructeurs:
Williams 117, McLaren 75, Lotus 50, Ferrari 30, Ligier 28, Benetton 10, Lola 6, Tyrrell 6, Brabham 2, Arrows 1
Wordt vervolgd…