6 juli 1986
Race 8: Grote Prijs van Frankrijk
Circuit Paul Ricard, Le Castellet
80 ronden van 3,813 km. Totaal: 305,040 km
Weer: droog, bewolkt en fris
Na de Noord-Amerikaanse tournee steken de Formule 1-teams terug de Atlantische Oceaan over voor wat de traditionele hoofdbrok van het seizoen is, met de tocht langs de snelle Europese circuits, beginnend met de Franse Grote Prijs. Het Paul Ricard-circuit, dat anderhalve maand daarvoor nog een tragedie beleefde met de dood van Elio de Angelis, vormt echter een probleem doordat het te gevaarlijk geworden is.
Een probleem dat te elfder ure opgelost wordt door de omloop een flink stuk in te korten: vlak voor de snelle bocht waar de Italiaan de dood vond slaat men nu rechtsaf en bereikt men via een doorsteekje op het circuit het lange rechte Mistral-stuk ongeveer halverwege, waarna men de traditionele loop van de baan volgt. Dit alles heeft tot gevolg dat de totale lengte van het circuit ingekort wordt van 5,809 km tot 3,813 km en het aantal te rijden ronden stijgt van 53 tot 80. Deze configuratie zal ook bij de volgende Franse Grote Prijzen aangehouden blijven zolang men op Paul Ricard rijdt (tot en met 1990).

De inderhaast ingekorte versie van het Paul Ricard-circuit.
Het begin van het zomerseizoen zorgt ook voor een eerste voorzichtige aanloop in het ‘silly season’. Ter gelegenheid van de Franse Grote Prijs wordt een deal aangekondigd tussen Ligier en motorenbouwer Alfa Romeo voor de levering van een splinternieuwe viercilinder turbomotor vanaf 1987. Op dat moment kan niemand nog vermoeden hoe de deal in het tussenseizoen afgeblazen zal worden en de motor nooit in een race te zien zal zijn.
Ook in Frankrijk wordt als een donderslag bij heldere hemel het nakende vertrek van BMW uit de Formule 1 aangekondigd. De Duitse motorenbouwer, die in 1983 nog met Nelson Piquet in een Brabham de eerste turbo-wereldkampioen leverde, stopt er mee. Brabham, dat nog een lopend contract heeft tot eind 1987, kan tot dan evenwel nog op motoren rekenen.
De uitstap van BMW is des te opmerkelijker daar kort daarvoor nog het gerucht de ronde doet dat Benetton in de toekomst het nieuwe BMW-fabrieksteam zal worden, met Gerhard Berger en Ayrton Senna als piloten. Plannen die in het water vallen; pas in 2000 zal de Duitse constructeur terugkeren in de Formule 1. Tot en met 1988 zal er onder de naam Megatron nog een klantenversie van de BMW-turbomotor in de Formule 1 rondwaren, die door o.a. Arrows gebruikt zal worden.
Tijdens de trainingsdagen is het in het zuiden van Frankrijk bloedheet, iets wat vooral de Pirelli-teams ten goede komt. De Ligiers van René Arnoux en Jaques Laffite zijn op zaterdagmorgen in racetrim zelfs de snelsten, wat vele Fransen al doet dromen. Helaas slaat het weer voor zondag helemaal om: op de dag van de race is het een stuk frisser, wat de Goodyear-teams in de kaart speelt. Ayrton Senna (Lotus) pakt uiteindelijk zijn vijde pole van het seizoen, voor de beide Williamsen van Nigel Mansell en Nelson Piquet, Arnoux (Ligier), Alain Prost (McLaren), Michele Alboreto (Ferrari), Keke Rosberg (McLaren), Gerhard Berger en Teo Fabi (Benetton) en Stefan Johansson (Ferrari). Patrick Tambay is hersteld van zijn ziekteverlof en keert bij Lola terug achter het stuur.

De start (Foto: LAT Photography).
Bij de start blijft Alboreto op zijn startplaats staan. Het hele startveld zwermt om de Ferrari heen en de Italiaan kan aan een anonieme achtervolgingrace beginnen die echter buiten de punten zal eindigen.
Mansell neemt de beste start, voor Senna, Arnoux, de snel gestarte Berger, Prost, de verrassende Johnny Dumfries in de tweede Lotus, Piquet en Rosberg. Al na drie ronden doet er zich een eerste belangrijke ontwikkeling voor wanneer achteraan het veld Andrea de Cesaris (Minardi) zijn motor opblaast en een breed oliespoor op de baan uitsmeert. Mansell kan zichzelf nog net rechthouden, doch Senna spint op de olie van de baan en in de bandenmuur. Het is meteen einde race voor de leider in het WK.

De race van Ayrton Senna eindigt al na drie ronden in de bandenstapels.
Op hetzelfde moment beleeft Thierry Boutsen (Arrows) een hachelijk moment wanneer aan het einde van het snelle Mistral-stuk plotseling de motorkap van zijn auto losbreekt en de lucht in geslingerd wordt. Iedereen kan het losgeslagen stuk chassis gelukkig ontwijken.
Wanneer Berger vooraan wegvalt na een aanrijding bij het dubbelen van de tweede Arrows van Christian Danner, luidt de volgorde vooraan: Mansell, Arnoux, Prost, Rosberg en Piquet. De eerste bandenstop brengt de Williamsen en McLaren’s definitief vooraan en dit zal tot het einde van de race niet meer veranderen. Prost neemt tijdens de bandenstops van Mansell tot tweemaal toe de leiding over, doch hij verliest deze opnieuw wanneer hij zelf achter vers rubber moet. Achter hen leveren Piquet en Rosberg een gelijkaardig duel voor de derde plaats, dat door de Braziliaan gewonnen wordt.
De Ligiers pakken de laatste punten, waarbij Arnoux deze keer de snelste van de twee is. Dumfries heeft ook lange tijd uitzicht op zijn eerste WK-punt, tot hij bij het dubbelen van Huub Rothengatter (Zakspeed) door de Nederlander geramd wordt. De Lotus-coureur kan nog een tijdje verder rijden, de rit van Rothengatter eindigt ter plaatse. Philippe Streiff (Tyrrell) van zijn kant stopt halverwege de race met een brandende turbo. Het klungelige en veel te trage optreden van de baancommissarissen om het brandje te blussen is Formule 1-onwaardig en een regelrechte blamage voor de veiligheid bij autosportevenementen.
Mansell pakt zijn derde zege van het seizoen, waarmee hij tot op één puntje nadert van Prost, die door het uitvallen van Senna opnieuw leider in de WK-stand wordt. Precies halverwege het seizoen worden de eerste drie in de stand door slechts drie schamele puntjes van elkaar gescheiden, spannender kan het haast niet. Ook Piquet kan mits hij eindelijk onder stoom komt nog een rol spelen, voor Rosberg is het stilaan vijf voor twaalf.

Derek Warwick aan het werk op de omloop waar zijn voorganger Elio de Angelis kort voordien de dood vond.
Einduitslag:
1 Nigel Mansell (Williams)
2 Alain Prost (McLaren)
3 Nelson Piquet (Williams)
4 Keke Rosberg (McLaren)
5 René Arnoux (Ligier)
6 Jacques Laffite (Ligier)
—————————————————-
7 Riccardo Patrese (Brabham)
8 Michele Alboreto (Ferrari)
9 Derek Warwick (Brabham)
10 Martin Brundle (Tyrrell)
11 Christian Danner (Arrows)
Pole-tijd: 1’06”526 (Senna)
Snelste raceronde: 1’09”993 (Mansell)
WK rijders:
Prost 39, Mansell 38, Senna 36, Piquet 23, Rosberg 17, Laffite 14, Arnoux 8, Johansson 7, Berger 6, Alboreto 6, Brundle 2, Fabi 2, Patrese 2
WK constructeurs:
Williams 61, McLaren 56, Lotus 36, Ligier 22, Ferrari 13, Benetton 8, Tyrrell 2, Brabham 2
Wordt vervolgd…