8 mei 1977
Race 5: Grote Prijs van Spanje
Jarama
75 ronden van 3,404 km. Totaal: 255,300 km
Weer: droog, zonnig en warm

Na de vier overzeese wedstrijden waarmee 1977 afgetrapt werd keert het Formule 1-circus begin mei eindelijk terug naar Europa, net zoals anno 2015 ook 38 jaar geleden zo’n beetje het ‘echte’ begin van het seizoen. En net zoals vandaag slaan de teams voor deze eerste manche op Europese bodem hun tenten op in Spanje; hoe meer de dingen veranderen, hoe meer ze hetzelfde blijven…
Nadat het stratencircuit in de Barcelonese wijk Montjuich na de dramatische race van 1975 voorgoed afgevoerd werd, is het Jarama-circuit nabij de hoofdstad Madrid nu definitief de vaste thuishaven geworden voor de Spaanse Grote Prijs. Op deze naar de normen van de jaren zeventig vrij moderne omloop – de aaneenschakeling van bochtige gedeelten met een lang recht stuk bij start en aankomst zou zelfs in sommige hedendaagse Tilke-omlopen niet uit de toon vallen – was het uitkijken naar hoe de machtsverhoudingen binnen het veld verder zouden evolueren.
Voor deze eerste race in Europa is het deelnemersveld flink uitgebreid: niet minder dan 31 auto’s zullen op Jarama strijden voor 24 startplaatsen. Eén van de ‘nieuwkomers’ is Frank Williams, die na de split met Walter Wolf eind 1976 weer eens van nul moet herbeginnen. Met een privé-March bestuurd door de Belg Patrick Nève maakt de veelbeproefde Britse teambaas zijn terugkeer in de paddock. Niets dat op dit moment laat vermoeden dat deze bescheiden start van Williams Grand Prix Engineering, zoals het team vanaf nu officieel heet, uiteindelijk zal uitmonden in één van de grootste succesverhalen in de Formule 1-geschiedenis.
Nog nieuw in Spanje zijn de Brit David Purley – de man die in 1973 op Zandvoort nog tevergeefs probeerde Roger Williamson van de vuurdood te redden – met de LEC (een eigen constructie gefinancierd door het familiebedrijf van koelkasten), ouwe taaie Italiaan Arturo Merzario in een privé-March en de Spanjaard Emilio de Villota (vader van de betreurde Maria) in een privé-McLaren.
Ook de naam Hesketh keert terug in de Formule 1: waar in 1976 nog een overjaars chassis ingezet werd bij Wolf/Williams, heeft ontwerper Frank Dernie nu voor een nieuwe constructie gezorgd, bestuurd door de jonge Britse belofte Rupert Keegan en de Oostenrijker Harald Ertl. De tijden van wilde excessen in de paddock zijn echter voorbij: het enige exorbitante aan het team is de Penthouse-sponsoring op de bolide van Keegan.
Bij het fabrieksteam van March keert Ian Scheckter terug uit ziekteverlof. Zijn tijdelijke vervanger Brian Henton is echter nog steeds van de partij met een privé-March, net als de Amerikaan Brett Lunger en de Nederlander Boy Hayje. Bij BRM tenslotte is Larry Perkins opgestapt en vervangen door de Zweed Connie Anderson.
De kwalificaties
Het is vooraf, zoals gebruikelijk bij de start van het Europese luik, uitkijken naar de technische ontwikkelingen die de teams in de pauze voorafgaand aan de race doorgevoerd hebben. Bij McLaren is deze uiterst radicaal te noemen, aangezien het de nieuwe M26, die na zijn eerste proefrace in 1976 voorlopig terug de koelkast in ging, eindelijk nog eens opnieuw van stal haalt voor titelverdediger James Hunt.
Al snel wordt het echter duidelijk dat er voor het team van de wereldkampioen nog veel werk aan de winkel is. Vanaf de eerste officieuze training is er meteen één man die er torenhoog bovenuit steekt: Mario Andretti. De winnaar van Long Beach voelt zich ook hier in Spanje met de Lotus 78 als een vis in het water en er is niemand die ook maar in zijn buurt komt. Verrassende tweede is Jacques Laffite in de Ligier. De Fransman kwalificeert zich voor de eerste keer dit seizoen op de eerste startij, naast de Lotus. Op de tweede startrij staan beide Ferrari’s van Niki Lauda en Carlos Reutemann. De Argentijn ziet zijn tijd van in de eerste kwalificatie geschrapt wegens een onreglementaire voorvleugel, maar weet dat nadien meer dan recht te zetten.
Na hen volgen Jody Schecker (Wolf), John Watson (Brabham), een wat tegenvallende Hunt, een opnieuw verrassend sterke Clay Regazzoni (Ensign), Jochen Mass in de tweede – en oude M23 – McLaren en Patrick Depailler (Tyrrell). Depailler’s teamgenoot Ronnie Peterson klokt slechts de vijftiende tijd, een bijzonder teleurstellend resultaat voor het team van Ken Tyrrell. De zeswielige P34, die exact één jaar terug op ditzelfde circuit nog zijn langverwachte en sensationele debuut maakte, lijkt stilaan door de tijd ingehaald te worden. De geruchten dat de volgende Tyrrell er weer eentje op vier wielen zal worden doen nu al de ronde in de paddock…
Beide Heskeths van Keegan en Ertl kwalificeren zich keurig in de buik van het peloton, terwijl ook Nève, Merzario en de Villota zich aan de goede kant van de scheidingslijn plaatsen. Lunger, een zwaar door mechanische problemen geplaagde Jean-Pierre Jarier (ATS), Alex Ribeiro (March), Hayje, Henton, Purley en Anderson kwalificeren zich niet.
De race
Zondagmorgen begint met een schok, wanneer Niki Lauda zich plotsklaps terugtrekt voor de race omwille van hevige pijn in de ribben; wellicht nog een uitloper van het tractorongeluk dat de Oostenrijker een jaar voordien had. De derde startplaats blijft zodoende leeg, terwijl Brett Lunger als eerste niet-gekwalificeerde coureur zo alsnog aan de wedstrijd kan deelnemen.
Eén van de favorieten voor de zege is meteen weg, al is het achteraf gezien toch maar de vraag of de vice-wereldkampioen in staat geweest zou zijn om weerwerk te bieden aan het geweld van Lotus en Mario Andretti. Van zodra het licht op het ongebruikelijk late startuur van 16.15 uur op groen springt, schiet de zwarte wagen met startnummer 5 naar de kop en niemand ziet hem nog terug voor de finish.
Enkel Jacques Laffite kan in de beginfase de Lotus bijhouden en de vijfde ronde van de Fransman is zelfs de snelste van de hele race. Kort daarna krijgt de Ligier echter te kampen met een trillend rechterachterwiel en Laffite ziet zich na elf ronden genoodzaakt om de pits op te zoeken. Daar komt de pijnlijke waarheid aan het licht: een monteur heeft domweg de centrale wielmoer niet helemaal vastgezet, een minuscule fout die verstrekkende gevolgen heeft. De Fransman kan na zijn pitstop weer zijn weg vervolgen en begint aan een achtervolgingsrace die hem uiteindelijk tot op de ondankbare zevende plaats brengt, net buiten de punten.
Na het wegvallen van Laffite vooraan heeft Andretti het rijk nu helemaal alleen, temeer daar de in tweede positie rijdende Reutemann niet meer aandringt en duidelijk voor de zes punten gaat. Achter hem is er niettemin een fraaie, vele rondende durende strijd tussen Watson, Scheckter en Mass voor de derde plaats. Een spin doet de Noord-Ier vervolgens terugvallen en een late bandenwissel loopt helemaal faliekant af doordat de stilgevallen motor niet meer in gang geraakt.
Titelverdediger Hunt beleeft weinig plezier aan de nieuwe McLaren M26. Bij de start kan hij weliswaar naar de vierde plaats oprukken, doch na tien ronden is het avontuur voor de Brit al voorbij wanneer hij met een beschadigde ontsteking uit de race verdwijnt. Clay Regazzoni en Vittorio Brambilla (Surtees) zijn dan ook al niet langer van de partij, als gevolg van een crash tussen beiden die duidelijk veroorzaakt wordt door de Italiaan. Ook Alan Jones (Shadow) elimineert zichzelf, na op Peterson ingereden te zijn.
Aan de finishlijn heeft Andretti, die van start tot finish aan de leiding rijdt, zestien seconden voorsprong op Reutemann. Scheckter pakt de laatste podiumplaats, terwijl Mass, Gunnar Nilsson (Lotus) en Hans-Joachim Stuck (Brabham) de resterende punten onder elkaar verdelen.
In de WK-stand is Scheckter opnieuw alleen leider, terwijl Andretti op zevenmijlslaarzen naar voren opgerukt is. Twee overwinningen op rij hebben hem op de tweede plaats gebracht, drie punten achter de Zuid-Afrikaan en één punt voor het Ferrari-duo Reutemann-Lauda.
De uitslag
1. Mario Andretti (Lotus)
2. Carlos Reutemann (Ferrari)
3. Jody Scheckter (Wolf)
4. Jochen Mass (McLaren)
5. Gunnar Nilsson (Lotus)
6. Hans-Joachim Stuck (Brabham)
7. Jacques Laffite (Ligier)
8. Ronnie Peterson (Tyrrell)
9. Hans Binder (Surtees)
10. Brett Lunger (March)
10. Ian Scheckter (March)
12. Patrick Nève (March)
13. Emilio de Villota (McLaren)
14. Emerson Fittipaldi (Fittipaldi)
Pole: Mario Andretti (Lotus) 1’18”700
Snelste ronde: Jacques Laffite (Ligier) 1’20”810
WK-stand:
Rijders:
Scheckter 23, Andretti 20, Reutemann 19, Lauda 19, Hunt 9, Fittipaldi 8, Depailler 7, Pace 6, Mass 5, Nilsson 4, Regazzoni 1, Zorzi 1, Watson 1, Jarier 1, Stuck 1
Constructeurs:
Ferrari 34, Wolf 23, Lotus 22, McLaren 12, Brabham 8, Fittipaldi 8, Tyrrell 7, Ensign 1, Shadow 1, ATS-Penske 1
Wordt vervolgd…