5 maart 1977
Race 3: Grote Prijs van Zuid-Afrika
Kyalami
78 ronden van 4,104 km. Totaal: 320,112 km
Weer: droog, bewolkt en fris

Na de Zuid-Amerikaanse tournee van januari neemt de Formule 1 een pauze van maar liefst zes weken tot de volgende race in Zuid-Afrika. Deze race was tot voor de komst van Argentinië en Brazilië op de kalender traditioneel de seizoensopener (of zelfs enkele keren de afsluiter tussen Kerst en Nieuwjaar), maar is nu de derde wedstrijd van het seizoen.
Traditiegetrouw wordt de wedstrijd verreden op het snelle Kyalami-circuit nabij Johannesburg, gelegen op grote hoogte en vooral gekenmerkt door het lange rechte stuk bij start en finish met een heuveltop in het midden en twee scherpe bochten vlak voor en na dit stuk (de zgn. Leeukop- en Crowthorne-bochten).
Zuid-Afrika, dat betekent in deze ver vervlogen tijden traditioneel een controversiële race, aangezien de Apartheidspolitiek dezer dagen nog steeds welig tiert in het land. Doordat de Formule 1 in 1977 nog lang niet de impact van vandaag de dag heeft, komt het circus in deze tijden echter steevast weg met de jaarlijkse uitstap naar de Kaapprovincie.
De aandacht van de volgers richt zich dan ook van bij aanvang van het weekend op het sportieve gedeelte, waarbij het vooraf uitkijken is of de machtsverhoudingen van de eerste twee races, de lange pauze tijdens dewelke de teams naar hartelust hun auto’s verder konden ontwikkelen in acht genomen, gerespecteerd zouden blijven. Een weekend dat overigens naar aloude traditie afwijkt van de rest van de kalender qua wedstrijddagen.
De trainingen vinden plaats op woensdag en donderdag, vrijdag is Monaco-gewijs een rustdag en de race wordt op zaterdag afgewerkt. Zuid-Afrika is daarmee samen met Groot-Brittannië in 1977 het enige land waar de Grote Prijs niet op een zondag verreden wordt.
Fittipaldi zet vanaf deze wedstrijd tot het einde van het seizoen nog maar één wagen in voor zijn kopman Emerson Fittipaldi. Bij March moet Ian Scheckter zijn thuisrace missen omwille van een opgelopen blessure. De Zuid-Afrikaan wordt eenmalig vervangen door de Duitser Hans-Joachim Stuck, in 1976 nog één van de smaakmakers van het team.
Nog twee coureurs maken in Kyalami hun comeback. De Amerikaan Brett Lunger – in 1976 op de Nürburgring nog één van de redders van Niki Lauda – zet een privé-March in. Dat doet ook de Nederlander Boy Hayje (met een March ingezet door het RAM-team), die na in 1976 in Zandvoort zijn debuut gemaakt te hebben voor de tweede keer in zijn carrière in een Formule 1-weekend start.
Een verdere opvallende verschijning is Shadow, waar de auto’s van Tom Pryce en Renzo Zorzi hun traditionele zwarte jasje ingewisseld hebben voor een nieuwe, witte livery. Niemand die bij het begin van het weekend echter kan vermoeden dat Shadow op zaterdag omwille van totaal andere redenen het nieuws zal halen…
De kwalificaties
De kwalificaties

Derde pole positie op rij voor wereldkampioen James Hunt.
Waar Zuid-Afrika in deze tijd van het jaar doorgaans borg staat voor warm en zonnig weer – in deze tijden van onbeperkt testen reizen de teams vaak al ruimschoots vooraf naar Kyalami af om van de optimale weersomstandigheden te profiteren – valt daar dit jaar echter bitter weinig van te merken. De twee officiële trainingssessies op woensdag vinden op een uitgeregend circuit plaats en zullen in het geval het op donderdag droog blijft een maat voor niets zijn.
In de eerste training ’s morgens komt maar de helft van de rijders de baan op om een tijd neer te zetten, ’s namiddags is er al iets meer actie. Het is verrassend Tom Pryce in de Shadow die voorlopig de snelste is, voor Niki Lauda (Ferrari), lokale held Jody Scheckter (Wolf) en Carlos Pace (Brabham).
Op donderdag ligt de baan er droog bij, waarbij het ene uurtje ’s namiddags – in de voormiddag is er nog een vrije training – dus allesbepalend voor de startgrid zal worden. En na zestig minuten blijkt titelverdediger James Hunt (McLaren) andermaal de snelste. De Brit behoudt zo zijn score van 100% in de kwalificaties in 1977, al verliest hij bijna de pole aan Carlos Pace, die door een fout in de tijdwaarneming aanvankelijk als eerste genoteerd wordt. De Braziliaan start uiteindelijk naast Hunt op de eerste rij.
Verrassende derde is Niki Lauda, die voor het eerst dit jaar eindelijk de sprong naar voren gemaakt heeft, voor Patrick Depailler (Tyrrell), Jody Scheckter, Mario Andretti (Lotus), Ronnie Peterson (Tyrrell), Carlos Reutemann (Ferrari) en Emerson Fittipaldi. Gunnar Nilsson (Lotus) maakt de top tien vol. Doordat er slechts 23 coureurs aan de start komen, kwalificeert iedereen zich, waarbij Boy Hayje, Larry Perkins (BRM) en Brett Lunger de verwachte hekkensluiters worden. Het einde van de kwalificaties komt overigens geen moment te vroeg, want de sessie is nog maar net afgevlagd of de hemelsluizen gaan alweer open.
De race
De race

Het gedrang in de eerste bocht: Hunt leidt voor Lauda en Scheckter.
Ook op zaterdag is de hemel nog steeds grijs en betrokken, maar op het moment dat het startlicht op groen springt is de baan helemaal droog. Pole-man Hunt neemt een perfecte start, gevolgd door Lauda, Scheckter en Depailler, die korte metten maken met Pace. Na hem volgen de snel gestarte Jochen Mass (McLaren), Andretti, Peterson, Fittipaldi en Reutemann. Pryce en Vittorio Brambilla (Surtees) missen hun start compleet en jagen achteraan het veld achterna.
Het langverwachte eerste echte duel tussen de beide protagonisten van het vorige seizoen is eindelijk aangebroken. Hunt kan een zestal ronden het commando behouden, waarna hij in de eerste bocht na start en finish uitgeremd wordt door Lauda, die snel een klein kloofje met zijn achtervolgers slaat. De eerstvolgende vijftien ronden verandert er weinig aan de posities in de voorste gelederen.
John Watson (Brabham) rukt in het middenveld stilaan naar voren op, terwijl Andretti een paar plaatsen verliest en Pryce en Brambilla verder de achterhoede oprollen. Beide coureurs hebben inmiddels plaatsgenomen in een groepje met o.a. Stuck, Jacques Laffite (Ligier), Nilsson en Clay Regazzoni (Ensign).
Na tweeëntwintig ronden ontstaat er plotseling een kettingreactie aan gebeurtenissen die de race helemaal op zijn kop zal zetten. Achterin het veld moet Renzo Zorzi in de tweede Shadow met een lek in de brandstofleiding langs de kant vlak voorbij de heuveltop nabij start en finish. Het beginnende brandje noopt twee baanposten het circuit over te steken om hulp te bieden. Door de heuveltop vlakbij zien ze echter de aanstormende wagens niet aankomen en omgekeerd, met dramatische en fatale gevolgen.
Stuck, die als eerste voorbijkomt, kan beide baancommissarissen met een ultieme reflex nog net ontwijken, doch Pryce, die vlak achter de March hangt, ziet niet wat er gaande is. De gevolgen zijn verschrikkelijk: de Shadow rijdt vol in op de tweede man en slingert hem de lucht in. De ongelukkige coureur krijgt vervolgens de brandblusser die de man met zich meedraagt tegen het hoofd. Zowel de 19-jarige baanpost Jansen Van Vuuren als Tom Pryce, 27 jaar oud en 42 Grote Prijzen op zijn actief, zijn op slag dood.
De brandblusser rukt de helm van het hoofd van Pryce, slaat ook nog de rolbeugel van de Shadow weg, wordt vervolgens weg gekatapulteerd, vliegt nét over het dak van een tribune heen en beëindigt zijn dolle vlucht op een publieksparking tussen de auto’s. Het mag bijgevolg een mirakel genoemd worden dat er niet meer slachtoffers vallen.
Het fatale ongeluk.
De Shadow – met een dode coureur achter het stuur – raakt stuurloos van de baan, hobbelt een eindje door de berm en komt in de Crowthorne-bocht opnieuw op het circuit terecht, waarbij hij de nietsvermoedende Laffite mee van de baan maait, om uiteindelijk in de vanghekkens tot stilstand te komen. Een woedende Laffite haast zich richting Pryce om verhaal te halen. Pas wanneer de Fransman bij het wrak van de Shadow arriveert, ziet hij tot zijn afschuw wat er gebeurd is…

De stuurloze Shadow met een dode coureur achter het stuur.
Ondanks het drama gaat de race gewoon door, ook al omdat de baan vrij is en er slechts een paar brokstukken op de baan liggen, en ook om verdere chaos te vermijden. De gele vlaggen die gezwaaid worden zorgen er wel voor dat het ritme uit de race gehaald wordt en bovendien lopen enkele wagens schade op doordat ze over de brokken heen rijden.
Zo bijvoorbeeld Lauda, die een stuk van de rolbeugel van de Shadow oppikt, die vervolgens een waterleiding doorboort. Doordat de Ferrari stilaan al zijn koelwater ziet wegvloeien, kunnen de achtervolgers weer aanpikken bij de Oostenrijker, die hoe langer hoe meer last krijgt van een oververhitte motor. Het stuk rolbeugel wordt vervolgens de rest van de race door de Ferrari meegesleept – een lugubere aanblik.

Jody Scheckter maakt een goede beurt voor eigen publiek.
Doordat Scheckter bandenproblemen krijgt, verkiest de Zuid-Afrikaan er voor om zijn tweede plaats te consolideren en Lauda kan weer wat uitlopen. Achter hem verliest Hunt zijn derde plaats aan Depailler, terwijl Andretti uit de race verdwijnt door de gevolgen van een aanrijding met Reutemann. Pace valt door twee pitstops voor vers rubber vooraan helemaal weg – niemand die op dit moment kan vermoeden dat het de laatste Grote Prijs van de Braziliaan geweest is – en na Hunt zijn het zo Mass en Watson die de laatste puntenposities innemen.

Carlos Pace aan het werk in wat zijn laatste race zal worden.
Aan de volgorde verandert er de laatste ronden niet veel meer. Lauda krijgt alsmaar meer last van zijn oververhitte motor, maar haalt het uiteindelijk en gaat met vijf seconden voorsprong op Scheckter over de finish. Voor de wereldkampioen van 1975 is het de eerste zege na zijn ongeluk op de Nürburgring, terwijl Scheckter en Wolf nu definitief bewezen hebben dat hun verrassende zege in de openingsrace in Argentinië geen toevalstreffer was.
De Zuid-Afrikaan neemt bovendien opnieuw de leiding over in de WK-stand. Depailler bezorgt Tyrrell zijn eerste podium van 1977. Larry Perkins (BRM), die als allerlaatste finisht op vijf ronden achterstand, rijdt in Kyalami zijn laatste Formule 1-race.
Pas wanneer de rijders terugkeren in de pits krijgen ze het treurige nieuws over de dood van Tom Pryce en de baanpost te horen. Op het podium heerst er na de race dan ook een bedrukte stemming.

Tom Pryce °11 juni 1949 – †5 maart 1977.
De uitslag
1. Niki Lauda (Ferrari)
2. Jody Scheckter (Wolf)
3. Patrick Depailler (Tyrrell)
4. James Hunt (McLaren)
5. Jochen Mass (McLaren)
6. John Watson (Brabham)
7. Vittorio Brambilla (Surtees)
8. Carlos Reutemann (Ferrari)
9. Clay Regazzoni (Ensign)
10. Emerson Fittipaldi (Fittipaldi)
11. Hans Binder (Surtees)
12. Gunnar Nilsson (Lotus)
13. Carlos Pace (Brabham)
14. Brett Lunger (March)
15. Larry Perkins (BRM)
Pole: James Hunt (McLaren) 1’15”96
Snelste ronde: John Watson (Brabham) 1’17”63
WK-stand:
Rijders:
Scheckter 15, Reutemann 13, Lauda 13, Hunt 9, Pace 6, Fittipaldi 6, Depailler 4, Andretti 2, Nilsson 2, Mass 2, Regazzoni 1, Zorzi 1, Watson 1
Constructeurs:
Ferrari 22, Wolf 15, McLaren 9, Brabham 7, Fittipaldi 6, Tyrrell 4, Lotus 4, Ensign 1, Shadow 1
Wordt vervolgd…