5 juni 1977
Race 7: Grote Prijs van België
Zolder
70 ronden van 4,262 km. Totaal: 298,340 km
Weer: fris en wisselvallig

Nadat het Formule 1-circus in 1970 voor het laatst het oude, majestueuze circuit van Spa aandoet, is het een aantal jaren zoeken naar een nieuwe vaste stek voor de race. Het Waals-Brabantse Nijvel (1972 en 1974) en het Limburgse Zolder (1973 en 1975) wisselen elkaar om beurten af, maar geen van beide circuits kan de supersnelle omloop in de Ardennen doen vergeten. Nadat Nijvel wegens financiële moeilijkheden de handdoek in de ring gooit, heeft Zolder vanaf 1976 het rijk alleen voor zich.
De coureurs en volgers blijven de eerste jaren een wat moeilijke verhouding met het circuit hebben – de eerste editie van de race in 1973 loopt door het afbrokkelende asfalt ei zo na uit op een farce – maar uiteindelijk zullen ze de Limburgse omloop tegen wil en dank in toch in de armen sluiten. En zo slaan de teams het eerste weekend van juni voor de vierde keer hun tenten op in Zolder.
De kwalificaties
De lange, hete zomer van 1976 is op het moment van de race slechts een verre herinnering: het hele weekend is het fris en met de regelmaat van de klok gaan de hemelsluizen open. Iedere sessie is het dan ook bang naar de hemel kijken en afwachten wat het weer de eerstvolgende momenten gaat brengen. De eerste taining op vrijdagmorgen gaat nog droog van start, maar wanneer de regen inzet is het meteen afgelopen met de snelle tijden. Mario Andretti (Lotus) en John Watson (Brabham) zijn op dat ogenblik de snelsten.
De vrijdagnamiddagtraining verdrinkt helemaal in de regen en is dan ook qua tijden helemaal een maat voor niets. Jody Scheckter (Wolf) zet de snelste tijd neet, doch bijna de helft van de auto’s komt niet eens de pit uit. Vooral titelverdediger James Hunt (McLaren), die hier in Zolder weer met de nieuwe M26 rijdt, kan de trainingsrondjes nochtans goed gebruiken.
De definitieve startopstelling zal dus op zaterdag beslist worden. Na een nog steeds regenachtige vrije training volgt de laatste officiële kwalificatiesessie, waarin het eindelijk begint op te drogen. Niet iedereen kan echter voluit gaan. Hunt blaast zijn motor op en moet snel opnieuw overstappen in de oude M23, die McLaren nog steeds als reserve meegenomen heeft. Ian Scheckter van zijn kant laat op advies van het team de nieuwe March 771 in de pits en stapt terug over op de oude 761.
Het Lotus-team staat in de eerste sessies al in de voorste gelederen, maar de echte schok volgt echter in de laatste training, wanneer Andretti maar liefst anderhalve seconde sneller blijkt dan tweede man Watson. De experimentele wing-car met grondeffect laat hier in Zolder voor het eerst echt zijn tanden zien en rijdt de tegenstand op een hoopje. Tweede Lotus-man Gunnar Nilsson bewijst de superieure capaciteiten van de auto: de Zweed rijdt de derde tijd. Naast hem start WK-leider Scheckter en Patrick Depailler (Tyrrell), Jochen Mass (McLaren), Carlos Reutemann (Ferrari), Ronnie Peterson (Tyrrell), Hunt en Jacques Laffite (Liger) maken de top tien vol.
Niki Lauda (Ferrari) start pas als elfde, Arturio Merzario (March) rijdt een sterke veertiende tijd en Riccardo Patrese (Shadow) is voor zijn tweede Grote Prijs net zoals in Monaco vijftiende. Ook terug van de partij zijn David Purley in de LEC, Brett Lunger (overgestapt op McLaren) en Larry Perkins (die bij Surtees Hans Binder vervangt).
Voor de race wordt er op verzoek van de organisatoren een overeenkomst bereikt om 26 in plaats van de gebruikelijke 24 wagens te laten starten. Dit in de eerste plaats om de kwalificatiekansen van de twee Belgische deelnemers aan het GP-weekend te verhogen. Patrick Nève in de Williams-March slaagt hierin, Bernard De Dryver (ook March) niet. Hij weet zich net als Boy Hayje (March), Emilio de Villota (McLaren), Connie Anderson (BRM), Alex Ribeiro (March) en de debuterende Mexicaan Hector Rebaque (Hesketh) niet te kwalificeren.
De race
Op zondag is het weer nog even onvoorspelbaar als de voorbije twee dagen. Rond het voorziene startuur van drie uur in de namiddag begint het opnieuw te druppelen, zodat de start uitgesteld wordt. Wanneer het iets harder begint te regenen, stapt iedereen op de grid over op regenbanden, met uitzondering van Hunt. De regerend wereldkampioen zit opnieuw in de M26 en waagt een gok door op slicks van start te gaan, erop rekenend dat de baan snel opnieuw zal opdrogen.
Afwezig op de startgrid is Brett Lunger. De Amerikaan krijgt tijdens de installatieronde af te rekenen met motorpech en doordat het euvel niet meer tijdig hersteld kan worden, dient hij forfait te geven. Het biedt Boy Hayje als eerste niet-gekwalificeerde coureur de kans om alsnog aan de wedstrijd deel te nemen.
Wanneer de race in de regen van start gaat, kijkt iedereen uit naar het duel tussen Andretti en Watson voorin. De Noord-Ier is het snelste weg, doch de tweestrijd is na nog geen halve ronde alweer afgelopen wanneer Andretti hem bij het afremmen voor de chicane van de baan ramt. Beide wagens komen tot stilstand in de zandbak en de race is meteen beroofd van twee favorieten voor de zege.
Het is nu Scheckter die bij de eerste doortocht op kop ligt, voor Nilsson, Mass, Reutemann, Depailler, Laffite, Peterson, Lauda, Vittorio Brambilla (Surtees) en Patrese. Hunt zwalpt ondertussen op slicks over de natte baan: de gok heeft verkeerd uitgepakt en de wereldkampioen rijdt een verloren race. Wanneer het na een tijdje alsnog ophoudt met regenen is zijn achterstand al veel te groot geworden.
Geleidelijk droogt de baan echter op en iedereen komt binnen voor droogweerbanden, doch niet voordat leider Scheckter gespind is, wat hem flink wat plaatsen kost. Achtereenvolgens leiden Mass, Brambilla en zelfs Purley(!) de race, tot Lauda, die op het juiste moment binnenkomt voor zijn bandenwissel en door de pitcrew in een voor 1977-normen recordtijd van zestien seconden bediend wordt, het heft in handen neemt.
Nilsson valt vooraan eveneens weg doordat zijn pitstop op een klein drama uitloopt: één van de wielen zit geblokkeerd en de Lotus-coureur verliest veel kostbare tijd. Voor Lotus is de race nu definitief verloren. Althans, zo ziet het er toch naar uit…
Lauda leidt nu voor Mass, Alan Jones (Shadow), Brambilla, Scheckter, Peterson en Nilsson en lijkt op weg naar een nieuwe zege. Na een tijdje begint het opnieuw te motregenen, doch een nieuwe bandenwissel blijkt niet nodig. Enkel Scheckter denkt daar anders over, maar bij Wolf heeft men zich vergist. Het zal echter weinig uitmaken, want een zevental ronden voor de finish valt de Zuid-Afrikaan alsnog uit.
Doordat Masss ondertussen uit de race gecrasht is, ligt het Zweedse duo Nilsson-Peterson, dat ondertussen weer sterk naar voren opgerukt is, nu tweede en derde. Voor Nilsson volstaat dit echter niet: ronde na ronde loopt hij in op de koploper en met nog twintig ronden te gaan heeft hij hem te pakken.
De verrassing is compleet. Nilsson laat zich niet meer op foutjes betrappen en rijdt met haast spelend gemak op zijn eerste Grand Prix-zege af. Lauda finisht als tweede en loopt fors in op Scheckter in de WK-stand. Peterson weet na een fel duel met Brambilla de laatste podiumplaats in de wacht te slepen. Voor beiden – evenals voor het Surtees-team – is het pas de eerste puntenfinish van het seizoen. Bovendien staan er met Nilsson en Peterson voor het eerst in de geschiedenis twee Zweden samen op een Formule 1-podium.
Jones finisht als vijfde, terwijl Hans-Joachim Stuck (Brabham) het laatste puntje pakt, ten koste van Hunt. De wereldkampioen, die zich door de pech van anderen alsnog in de punten had gereden, keert zo uiteindelijk alweer met lege handen terug naar huis. Het is al de vierde nulscore op rij voor de Britse hoop, voor wie de verlenging van zijn titel alsmaar onwaarschijnlijker lijkt te worden.
Gunnar Nilsson is echter dé held van de dag. De Zweed weet, ondanks de moeilijke weersomstandigheden, de potentie van de Lotus 78 maximaal te benutten en bezorgt zijn team na de vroege uitval van kopman Andretti alsnog de zegebloemen. Niemand, ook Nilsson zelf niet, kan op dit moment echter vermoeden dat de coureur een gevecht tegen de tijd levert en het voor altijd bij deze ene zege zal blijven…
De uitslag
1. Gunnar Nilsson (Lotus)
2. Niki Lauda (Ferrari)
3. Ronnie Peterson (Tyrrell)
4. Vittorio Brambilla (Surtees)
5. Alan Jones (Shadow)
6. Hans-Joachim Stuck (Brabham)
7. James Hunt (McLaren)
8. Patrick Depailler (Tyrrell)
9. Harald Ertl (Hesketh)
10 Patrick Nève (March)
11. Jean-Pierre Jarier (ATS-Penske)
12. Larry Perkins (Surtees)
13. David Purley (LEC)
14. Arturo Merzario (March)
Pole: Mario Andretti (Lotus) 1’24”640
Snelste ronde: Gunnar Nilsson (Lotus) 1’27”540
WK-stand:
Rijders:
Scheckter 32, Lauda 31, Reutemann 23, Andretti 22, Nilsson 13, Hunt 9, Mass 8, Fittipaldi 8, Depailler 7, Pace 6, Peterson 4, Brambilla 3, Jones 3, Stuck 2, Regazzoni 1, Zorzi 1, Watson 1, Jarier 1,
Constructeurs:
Ferrari 46, Lotus 33, Wolf 32, McLaren 15, Tyrrell 11, Brabham 9, Fittipaldi 8, Shadow 4, Surtees 3, Ensign 1, ATS-Penske 1
Wordt vervolgd…