
Long Beach, 1980. Clay Regazzoni raast volgas over de Shore Line Drive in zijn Ensign. Zijn wagen is niet best, maar Regga is in topvorm. Zoals wel vaker op Long Beach. Voor hem rijdt Emerson Fittipaldi, achter hem John Watson. De bocht nadert. Clay trapt het rempedaal in maar het breekt onmiddellijk. De Ensign dendert zonder vaart te minderen door de uitloopstrook. Recht op een gestrande Brabham af. Clay kan hem niet meer ontwijken, raakt de Brabham, duwt zijn neus dwars door de bandenstapel heen en dreunt met een oorverdovende herrie tegen een betonnen muur aan. Dan staat hij eindelijk stil.
Als het gordijn van rook, zand en stof weg is getrokken blijft de ravage over. Marshalls snellen toe. Toeschouwers houden hun adem in. Iedereen vreest het ergste. Regga zit bekneld in zijn wagen. Niemand weet of hij nog leeft. Maar dat lijkt bijna onmogelijk. Maar toch… het is Regga. De onverwoestbare Regga. Eindelijk wordt de Zwitser uit het wrak gehaald en afgevoerd naar het ziekenhuis. Een operatie volgt direct. Regazzoni overleefd. Zoals hij altijd overleefd. De onverwoestbare is werkelijk onverwoestbaar. Maar er is schade aan zijn ruggenwervel. Clay zal nooit meer lopen. En, zo menen de artsen, ook nooit meer racen.

Maar toch, hij leeft. Nog steeds. De man die ontelbare keren flirtte met de dood. Maar hij overleefde, steeds weer, om daarna nog maar weer eens te crashen. De racer pur sang. De ruwe doordouwer. Hij is zoals hij eruit ziet. Stoere snor. Sterke gelaatstrekken. Ruige, karakteristieke kop op een krachtig lichaam. Niet altijd even geliefd op de baan, vanwege zijn soms woeste acties en zijn ontembare drang om aan te vallen, maar daarbuiten rustig, ingetogen en bescheiden. Waar Regga racet is het nooit saai. In zijn jonge racejaren bijt hij zijn tong af tijdens een botsing op Monza in een Formule 3 wagen. Maar dat is nog kinderspel. Op het Franse Albi circuit slaat hij tijdens trainingen over de kop nadat hij veel te wild de bocht ingaat. Niets aan de hand. Natuurlijk is er niets aan de hand.
Op Monaco, in het voorprogramma van de GP van 1967, schiet zijn wagen zelfs onder de vangrail door, Clay duikt instinctief de cockpit in, het metaal van de vangrail schampt zijn helm. Als door een wonder wordt de Zwitser niet onthoofd. De wagen blijft, net voordat hij het water in schiet, hangen. Clay stapt zelf uit, schudt zijn hoofd een paar keer en haalt zijn schouders achteloos op. Weer niets aan de hand. Another day at the office.
De wilde, maar snelle Regazzoni maakt toch indruk. Niet alleen door zijn crashes valt hij op, maar ook door zijn aanvallende rijstijl en prima resultaten. Zelfs Enzo Ferrari heeft hem inmiddels al opgemerkt. Maar op Zandvoort gaat het een jaar later weer mis. Tijdens een F2 race raakt Regazzoni verwikkeld in een wiel aan wiel duel met Brits talent Chris Lambert. Bij Tunnel Oost raken ze elkaar, Lambert verliest de controle, vliegt over de vangrails en sterft in zijn wagen. Lamberts vader, gekweld door verdriet, is furieus op Regazzoni. Een rechtszaak lijkt aanstaande. Maar Clay wordt vrijgesproken. Hoe tragisch ook, zeker voor vader Lambert, het was een raceongeval. En, in die tijd, all in the game.

In 1970 krijgt Clay zijn grote kans. De Commendatore, Enzo Ferrari, heeft genoeg gezien en geeft de Zwitser een kans in de Formule 1, naast Ferrari’s Belgische kopman Jacky Ickx. Het wordt een geweldig debuutjaar. Een aantal podiumplekken, een pole. Maar zijn hoogtepunt beleeft hij op Monza, een dag na de tragische dood van Jochen Rindt. Voor de uitzinnige tifosi. Regazzoni verslaat Stewart en Beltoise en wint in zijn eerste jaar Ferrari’s thuisrace. Heldendom wacht. Clay rijdt dat jaar slechts acht races, maar wordt keurig derde in de eindstand.
Ferrari kan in de jaren die volgen echter niet op tegen de snelle Britse wagens van Tyrrell en Lotus. Ook een overstap naar het eveneens Britse BRM helpt niet. Wel is er wéér een flirt met de dood. Begin maart crasht Mike Hailwood. Regazzoni kan hem niet meer ontwijken en kleunt er vol op. Onmiddellijk spatten de vlammen van de wagen. Maar midden in het inferno trekt Hailwood, de held, de bewusteloze Clay uit het brandende wrak. Uiteraard overleefd de onverwoestbare. Alweer.
Dan maar weer terug naar Ferrari. In 1974 verslaat hij teamgenoot Lauda en wint eindelijk weer eens een race. Maar hij komt net drie puntjes te kort voor de titel. Het jaar erop legt Clay het af tegen de sluwe Oostenrijker, die zichzelf zo onderhand heeft opgewerkt tot beste rijder van het veld. Clay wint wel weer op Monza, voor de wild geworden tifosi. Een jaar later kan hij Lauda niet meer bijbenen ondanks een zege in Amerika. Maar Clay geniet van het mooie leven. Ook buiten de baan. Regga komt steeds meer in de boulevardbladen, legt het aan met mooie vrouwen, gaat het zakenleven in en geniet van zijn rijke leven. Het zint de Commendatore maar niks. Einde dienstverband.

Mindere jaren volgen in de Ensign en later in de Shadow, totdat Frank Williams hem oppikt. Eindelijk weer een competitieve wagen, al won Williams nog nooit. Maar nu, met de door de Saudi’s gesponsorde miljoenen, heeft Frank eindelijk zijn topwagen. Alan Jones is Frank’s favoriet. Maar in Engeland valt Jones uit en is Clay de gevierde man die de allereerste Williams zege ooit binnenhaalt. Iedereen in de paddock is blij voor de geliefde veteraan. Iedereen, behalve Frank. De zege had voor Jones moeten zijn, vindt hij. Frank stapt niet op het podium. Jones laat ook al niets van zich horen. Teleurstelling en frustratie zijn sterker dan sportiviteit en collegialiteit. Na dat ene Williams jaar is het alweer voorbij. Frank vervangt hem voor Carlos Reutemann.
De inmiddels 40-jarige Clay keert terug bij Ensign. Maar Clay’s F1-carriere spat voorgoed uit elkaar tegen de betonnen muur van Long Beach. Dwarslaesie. Maar Clay heeft het overleefd. Natúúrlijk heeft hij het overleefd. En niet zomaar. De levensgenieter leert zelfs opnieuw te genieten. Hij weet ook niet beter, hij kan gewoon niet anders.
Hij leert zelfs weer te racen. Want iemand die kan zitten in een rolstoel, kan ook zitten in een racewagen. Al snel racet Clay weer mee in volledig door handbediening aangestuurde racewagens, karts, trucks en rally’s. Hij start een eigen raceschool en doet zelfs mee aan de slopende Parijs-Dakar rally. Hij kan het racen niet laten.

Zelfs op de openbare weg racet Clay weer volop mee. Als hij midden in de nacht door een Italiaanse politieman aangehouden maar niet herkend wordt, is hij het niet eens met de aanhouding. ‘U reed 200, waar u maar 130 mag,’ claimt de agent. ‘Bull!’ briest de gehandicapte coureur. ‘Ik reed zeker 250!’ Ondanks zijn dwarslaesie geniet Clay met volle teugen van zijn leven. Hij racet nog met regelmaat, is succesvol in het zakenleven en werkt als co-commentator voor de Italiaanse TV. De onverwoestbare heeft zijn levensgeluk hervonden.
Maar als altijd is er weer een volgende crash. In december 2006 rijdt Regga in zijn Chrysler Voyager achterop bij een vrachtwagen, in de buurt van Parma. Dit keer kan Clay niet wegduiken in de cockpit. Dit keer is Mike Hailwood er niet om hem te redden. Dit keer is er ook geen bandenstapel om de klap nog enigszins te absorberen. Clay Regazzoni is op slag dood. De onverwoestbare is voorgoed verwoest.