Het is een apart fenomeen, dat internet. Algemeen bekend is dat je er namelijk niet al te lange artikelen op moet zetten. Wordt het gewoon minder goed gelezen. Tot voor kort was dat voor Formule 1-nabeschouwers niet eens zo heel lastig om te doen. Zoveel gebeurde er niet tijdens een race. Maar die tijden zijn geweest. Alles is tegenwoordig anders. Saaie races, optochten genaamd, bestaan niet meer. In 2011 worden races volgepropt met actie. Met incidenten. Met duels op het scherpst van de snede. Autoracen zoals autoracen ooit bedacht was. Heerlijk. Geweldig. Maar wel lastig om het in twee A4-tjes na te beschouwen.

Eerst maar eens de mindere kant van de 2011-versie van de Grand Prix van Canada: de start. Of eigenlijk meer het ontbreken van een start. Want in al zijn door angst ingefluisterde wijsheid besloot de wedstrijdleiding om de race aan te vangen vanachter de Safety Car. En dat was een regelrechte aanfluiting. Miljoenen fans over de hele wereld werden op deze manier bestolen van een fascinerende run-down naar de eerste, altijd lastige, bocht op een nat wegdek. Natuurlijk zou dat risico’s inhouden. Misschien zelfs wel een ongeval. Of twee. Een doffe dreun in iemands flank. Een wegspattende voorvleugel. Een afgeschreven wagen. Brokstukken. Een boze coureur. En dan was het misschien alsnog tijd geweest voor een Safety Car. Had allemaal gekund. En ja, dat is dus inderdaad een risico.

Maar als je van plan bent om 24 jonge kerels in razendsnelle vuurpijlen te zetten, op een krap baantje, met hoge snelheden en links en rechts overal muren en vangrails, dan kom je er nou eenmaal niet onderuit dat je een risicootje loopt. Als je dan vervolgens het venijn van de startclimax wegneemt door een drietal nutteloze rondjes achter een Safety Car, ga je eigenlijk dwars in tegen één van de basisprincipes van de heilige sport die autoracen heet: risico nemen. En dat kan nooit de bedoeling zijn.

Al moet gezegd worden dat de wedstrijdleiding even later volkomen gelijk had toen het de rode vlag liet wapperen. Nooit leuk, het stilleggen van een race. Urenlang wachten. Al werden we nog enigszins vermaakt doordat een paar ijverige marshalls midden in de moesson probeerden het water naar de putjes te dweilen. Iets dat even kansloos was als op een skelter een poging doen om Sebastian Vettel te verslaan in kwalificatie. Hoe vervelend het lange wachten dan ook was, het bleek volkomen terecht. Sinds 2000 hadden de regengoden het namelijk droog gehouden in Montreal. Gisteren bleek dat ze al die jaren de regen netjes hadden opgespaard om het in één keer over het circuit uit te gieten. De regen die neerviel deed een normale regenbui lijken op een druppelend kraantje. Dan kan je als raceleiding niet anders beslissen dan de wedstrijd stil te leggen. Goed gedaan dus.

Maar het uiteindelijk voorgeschotelde spektakelstuk was de lange pauze halverwege meer dan waard. Want ondanks het wachten, de om zeep geholpen start en de overdaad aan regen, gebeurde er al snel van alles. En zoals gebruikelijk had Lewis Hamilton er mee te maken. Na de vorige race klaagde hij steen en been. Veel straffen. Veel incidenten. Heeft hij ook gelijk in. Maar dat komt voor een groot deel omdat Lewis nou eenmaal wél dat basisprincipe van het autoracen snapt. Lewis Hamilton houdt van risico nemen. Het hoort bij hem. Hij heeft er waarschijnlijk een speciaal risico-gen voor. En dan gaat er nou eenmaal ook wel eens iets mis en daalt de kritiek op je neer. Niets van aantrekken, Lewis. Je geeft jouw sport de kleur die het nodig heeft. En, voor ik van discriminatie word beschuldigd, dat bedoel ik dus niet letterlijk.

In de eerste paar ronden van de race werd het beeld dan ook voornamelijk gevuld door de McLaren van de Brit. In de binnenkant van bocht één kwam hij al snel Mark Webber tegen, die van schrik een halve, achterwaartse pirouette besloot te maken. Toen was daar Michael Schumacher. Geleerd van het Webber-incident koos Hamilton nu dus maar de buitenkant. Maar Schumacher, de sluwe vos, beperkte Lewis’ speelruimte tot het groene grasveld naast de baan.

Button schoot er direct langs. Maar de wereldkampioen van 2008 kwam even later sneller uit bocht 13 dan zijn troonopvolger een jaar later. Button hield de ideale lijn en keek in zijn linkerspiegel op het moment dat Hamilton naar links dook. Gehinderd door de opspattende spray zag Button zijn vriend blijkbaar niet in de kleddernatte spiegels. Want Hamilton kwam klem te zitten tussen Button’s McLaren en de pitmuur. Iets over een ‘rock‘ en een ‘hard place‘, zouden de Britten zeggen. What is he doing? Krijste Button nog over de radio. Hij nam risico, Jenson. Zoals het hoort. Maar soms, eigenlijk best vaak, loopt dat nou eenmaal niet vrolijk af. Dat is dan ook het risico.

En zo komen we bij Button. De man die zo vaak boven komt drijven als het allemaal niet zoals geplant gaat. Zo ook in Canada. Jenson moest liefst 5 keer naar de pits en deed dat dan ook nog eens zo gehaast dat hij een tijdstraf kreeg voor te hard rijden in de pitstraat. En zelfs dat was nog niet alles. Want na Hamilton, kreeg ook Alonso te maken met de blijkbaar erg stevige McLaren van Button. De Brit wilde er langs aan de binnenkant, Alonso remde later, de twee raakten elkaar en de Ferrari spinde van de baan. Button kon door. En nog steeds was zijn McLaren in tact.

Toen had Button er genoeg van, zo leek het. Eerder in de race al, had hij laten zien wel degelijk snel te zijn. Maar ineens was hij niet gewoon snel en ook niet heel snel. Nee, Button bleek ineens belachelijk snel. Ronde na ronde verpulverde hij de snelste rondetijd, risico’s werden niet langer vermeden. Bengelde hij eerder nog wat stuiptrekkend achteraan na de vele incidenten, nu stormde hij ineens op het podium af. Raasde langs de verbouwereerde Webber en Schumacher en reed in 2 rondes tijd de dikke 4 seconden voorsprong van, de in 2011 gebruikelijke raceleider, Vettel aan flarden. We zullen nooit weten of het hem zou zijn gelukt. Of Button op dat laatste lange rechte stuk, met hulp van zijn DRS en betere tractie, voorbij zou zijn gekomen aan Vettel. Want de Duitser, het hele seizoen zo soeverein, maakte een zeldzaam slippertje en hield zijn RedBull maar net op de baan. Voor de ontketende Button was het kleine gaatje ruim voldoende om voor de tiende keer in zijn loopbaan als eerste afgevlagd te worden.

Voor Schumacher was het wel een beetje zuur. Ook hij kwam in de latere fase van de race sterk naar voren rijden. Eindelijk zagen we weer eens flarden van de oude Regenmeister die jarenlang de Formule 1 -wereld zijn wil als een heuse dictator had opgelegd. Eindelijk zagen we hem weer vechten, knokken, driften, en ja, risico’s nemen. Toen de baan droger werd, moest hij de snellere RedBulls en die ene McLaren echter weer laten gaan. Maar zo bleef de race tot aan de slotronde boeien. Zelfs tot aan de allerlaatste meters toen Felipe Massa eindelijk Kamui Kobayashi kon inhalen.

Maar ondanks al deze geweldenaren behoorde de dag toe aan Jenson Button. De voormalig wereldkampioen pakte zijn, misschien wel, zoetste zege ooit. Al moest hij nog even wachten op de bevestiging. Want zowel het incident met Hamilton als die met Alonso moest nog verder worden onderzocht. Button kan inmiddels opgelucht ademhalen. Beide ongevallen waren race-incidenten die, zeker onder deze omstandigheden, nou eenmaal voorkomen. Geen straf dus, zo concludeerden de stewards volkomen terecht.

David Coulthard zei over de clash met Alonso bij de BBC: Ik weet niet wie er schuld heeft. Dan moet ik het ongeval vanuit verschillende camera-hoeken zien. Dat zegt alles. Als je met twintig camera’s moet gaan bekijken wie er net een toefje meer schuld heeft dan een ander, is er geen schuldige. Jenson Button en Fernando Alonso waren aan het racen. Net als Schumacher. Petrov. Heidfeld. Alonso. Webber. Kobayashi. Allemaal. Allemaal zag ik ze knokken. Allemaal zag ik ze ineens Lewis Hamilton nadoen en risico’s nemen. Inderdaad, een basisprincipe van de heilige sport die autoracen heet. Hulde en dank aan hen allemaal. Hulde en dank ook aan de wedstrijdleiding, die door de race-incidenten op de juiste waarde in te schatten, uiteindelijk toch leek te begrijpen wat autoracen nou precies inhoudt.

En ik zit nog net binnen de twee A4-tjes.