
En dat is twee…
Sebastian Vettel is tweevoudig wereldkampioen. De jongste ooit. En of je de man met het priemende vingertje nou een leuke vent vind of niet: hij krijgt een diepe, diepe buiging voor zijn voltallige repertoire van het huidige seizoen. Natuurlijk, zure critici zullen wijzen naar Adrian Newey’s geesteskindje en opmerken dat die Red Bull zijn rijder echt vleugels heeft gegeven, maar ook al is de RB7 een prachtige racer, je moet het nog wel even doen.

En Vettel deed het, doet het en zal het blijven doen. Zoveel lijkt wel zeker. In een jaargang waarin de top van het veld erg competitief was en in de meeste races gebroederlijk dicht bij elkaar bleef op het wegdek, kwam de jonge Duitser toch tot het indrukwekkende aantal van 9 zeges, en het is nog niet eens gedaan. Het verschil met de andere wagens wist Vettel veelal op zaterdag ten volste te benutten en met goede starts – Mark, vraag eens hoe hij dat toch steeds flikt – om te zetten in een voordeel op zondag, waarin het voordeel van de RB7 ten opzichte van de rest vaak toch een toefje kleiner leek.
Op deze zondagmiddag in het zo vaak beslissende Suzuka had Vettel genoeg aan één enkel punt. Het enige dat hij eigenlijk niet moest doen was wat hij vrijdag al had gedaan: van de baan stuiteren. Met zijn natuurlijke snelheid en zijn racewagen hield dat feitelijk in dat hij halverwege uit had kunnen stappen, een bord verse sushi had kunnen nuttigen, een glaasje asahi had kunnen drinken, de sangaku had kunnen dansen, en weer door had kunnen rijden. Het zou waarschijnlijk genoeg zijn geweest voor een plekje achter de McLaren’s, de Ferrari’s en teammaat Webber. Maar Vettel wilde daar niets van weten. Helemaal niets. Van meet af aan had hij het stuur tussen de tanden en was hij uit op een klinkende zege om zijn heerschappij kracht bij te zetten.
Wegspuitend vanuit zijn startvak zag hij zijn enig overgebleven concurrent – als je dat überhaupt zo mag noemen in dit geval – een fractie sneller accelereren dan hijzelf deed. Vettel had echter geen zin in een tweede plek en drukte Jenson Button enigszins ondeugend het gras op. De McLaren-coureur moest even liften om in het juiste spoor te blijven, ploegde door het gras, zag Lewis Hamilton profiteren en stuurde, ongetwijfeld verbaal de nodige fucks en shits in zijn helm brakend, weer terug op het grijze deel van het circuit. Natuurlijk, in een ideale wereld duwt Vettel een collega niet op het gras, maar dit is geen ideale wereld. Het is racen. En tja, als je racet komen dit soort dingen nou eenmaal voor. Alle coureurs zullen zeggen dat dit soort acties niet helemaal fair zijn maar allemaal doen ze het de volgende keer zelf.

Button wierp de onvrede snel van zich af en reed in het vervolg een uitstekende wedstrijd. De zege van de Brit komt voor een groot deel op het conto van zijn vermogen om zuinig om te gaan met zijn rubber. Waar de Pirelli’s door de nodige andere toppers danig op de proef werd gesteld, leek het met het verval van Button’s banden wel mee te vallen en kon hij steeds een toefje langer doorrijden dan Vettel, waardoor de Duitser na zijn stop in verkeer terecht kwam dat hem enigszins tijd kostte. Het gaf Button net dat beetje ruimte dat hij nodig had om een tactische zege te grijpen. In de slotfase van de wedstrijd leek Alonso, in de blijkbaar gedurende de race steeds sneller wordende Ferrari, nog een serieuze bedreiging te worden, maar Button liet de Spanjaard uiteindelijk niet in de DRS-zone komen. Aangezien Button zijn McLaren direct na de vlag vlak bij het gras parkeerde dat hij eerder die dag nog zo enthousiast had gemaaid, zal het aanstaande gebrek aan benzine de Brit hebben doen besluiten om iets zuiniger te gaan rijden. Het zal de reden zijn geweest van het krimpende gat met Alonso. Button’s derde vreugdedansje van het jaar kwam achteraf gezien dus nooit serieus in gevaar.
Verder was de race redelijk vlak. Weinig, om niet te zeggen: geen enkele, heroïsche inhaalactie. Weinig incidenten. Al is het natuurlijk altijd zo dat als je net even op wil staan om een nieuwe kop koffie in te schenken, Lewis Hamilton en Felipe Massa nooit te beroerd blijken om hun tweewekelijkse bokspartijtje op de mat te leggen. Vlak voor de chicane, besloot Massa een bij voorbaat kansloze poging buitenom en stuurde Hamilton voor de zekerheid maar even tegen de Braziliaan aan. Hamilton moet echt even wat relaxter achter zijn McLaren-stuur gaan zitten en beseffen dat, zeker als je toch al naar binnen moet, niet ieder gevecht een duel op leven en dood hoeft te zijn. Massa zat daar al en dan kan je niet insturen alsof je op een onbewoond eiland rondrijdt.

Iets verder naar achteren had homeboy Kamui Kobayashi grootse plannen vandaag, maar hij moest tandenknarsend toezien hoe zijn Sauber-collega Sergio Perez de show stal. De Mexicaanse rookie rijdt een volwassen en steady debuutseizoen en is een heuse aanwinst voor de Formule 1. Kobayashi, de Japanse vechtersbaas die twee jaar geleden als een komeet de sport inschoot met enkele fraaie gevechten, zal de komende tijd alle zeilen bij moeten zetten om de Mexicaan achter zich te houden. Want de Japanner mag dan wel een spectaculaire rijder zijn, alleen spektakel brengt je verder niets. Perez is een beschermeling van Ferrari en de wijze waarop hij zich ontwikkeld lijkt hem in een positie te brengen waarmee hij een serieuze optie kan worden om over anderhalf jaar Felipe Massa te vervangen bij de Italianen.
Halverwege de race leken we zowaar eventjes terug in de tijd te zijn gegaan. Michael Schumacher leidde enkele ronden lang de wedstrijd op Suzuka met in zijn kielzog een McLaren-Mercedes. Precies zoals hij in 2000 naar zijn derde wereldtitel was geracet. En al zal de kop van het veld voor de recordkampioen-op-leeftijd hebben aangevoeld als zijn natuurlijke habitat, hij moet bijna wel gedacht hebben dat het niet Jenson Button was in de jagende McLaren maar zijn oude rivaal Mika Hakkinen of anders wellicht David Coulthard. Toch bleek het wel degelijk Button te zijn en van schrik besloot de goed rijdende Schumacher dan maar naar binnen te gaan voor vers rubber.
Sebastian Vettel had zich nog zo voorgenomen om de titel met een zege op te luisteren en voelde ondertussen een bijna onbedwingbare behoefte om Fernando Alonso in te halen. Helaas voor de objectieve kijker, maar gelukkig voor Vettel, klonk er ineens een stem over de radio die aangaf dat Vettel het wat rustiger aan moest doen. Het was de stem der wijsheid. Meer dan één enkel punt had Vettel immers niet meer nodig en voor de derde plek waar hij op dat moment op reed krijg je er 15. Meer dan voldoende dus voor een overtuigende tweede gouden medaille.

Wat er nu nog rest voor de heren coureurs is het vermaak van de massa. Oké, Red Bull moet nog even de wereldtitel bij de constructeurs bezegelen, maar McLaren zal waarschijnlijk net zoveel hoop hebben op die titel als Tonio Liuzzi op een zege in Zuid-Korea: geen. Het is dus aan de heren Vettel, Button, Alonso, Hamilton en de rest van de klas om in de laatste vier races van 2011 de miljoenen fans met een mooie show te vermaken. En dat is zeer goed mogelijk: want al doet de vroeg besliste titelstrijd dit jaar anders vermoeden, op het asfalt viel er dit raceseizoen veel, heel veel, te genieten.
Vettel is de jongste tweevoudig wereldkampioen ooit. U kunt nu inzetten op hoelang het nog zal duren voordat hij de jongste drievoudig wereldkampioen ooit zal zijn…