
Het klinkt al niet best. Een beetje triest. Beetje sneu. Van de term ‘tweede rijder’ gaat een soort tragedie uit. Alsof hij slechts kruimels op mag rapen die een ander laat vallen. Of rugdekking mag geven als een aanval wordt verwacht. Ambities worden beperkt tot het weghouden van punten bij concurrenten en het vechten voor de constructeurtitel. Alsof iemand als ventje ooit is gaan racen om op een goede dag eens de constructeurtitel te kunnen winnen… ‘Tweede rijder’ is eigenlijk een term voor zij die net niet goed genoeg zijn om te doen wat ze zouden moeten doen. Die net niet voor vol worden aangezien en die net niet in staat worden geacht om de beste resultaten uit het materiaal te persen. ‘Tweede rijder’… als je het miljoenenloon, de competitieve wagen en incidentele successen weg denkt is het bijna een belediging…

Nog erger is het als je ooit vol ambities was. Zoals Mark Webber. Weet u nog: een jaar geleden vocht hij met zijn huidige kopman nog een verbeten gevecht uit om de wereldtitel. Zelfs eentje die, naar een aloude Formule 1 traditie, gepaard ging met een veelbesproken, grimmige botsing. Zo eentje die de verhoudingen nog meer op scherp zette, die de krantenkoppen vulde, die de onderlinge sfeer nog verder deed bekoelen. Zo’n gevecht dat uiteindelijk, op de slotdag van het seizoen, dramatisch verloren ging, maar waarbij het soms onduidelijk was wie kopman was en wie de knecht. …..Een jaar later is alles anders. De cijfers zeggen genoeg: Vettel 11, Webber 0. Wie kopman is en wie knecht is niet eens meer een vraag.
In bocht nummer twee van het Yas Marina-circuit van Abu Dhabi gebeurd het ongelofelijke: Sebastian Vettel schuift achterstevoren van de baan. De Formule 1-dictator van 2011 wordt kansloos van de baan gesmeten door een plotseling leeggelopen band. Einde race, zo zou even later blijken. En dus liggen er kansen. Niet alleen voor nieuwe raceleider Lewis Hamilton, voor Ferrari-hoop-in-bange-dagen Fernando Alonso of voor man-in-vorm Jenson Button. Kansen zijn er zeker ook, misschien nog wel meer, voor Mark Webber.

Het mag ook wel eens. Een man, absoluut gezegend met een hoop talent en ooit vol met ambities, kan het natuurlijk niet verkroppen dat zijn teamgenoot afgetekend wereldkampioen wordt en race na race op zijn naam schrijft, terwijl hij, Mark Webber, nog niet eenmaal die volgens iedereen superieure RB7 van meesterontwerper Adrian Newey winnend over de streep heeft kunnen duwen. Dat moet pijn doen. Immens veel pijn. En dus komt er in Abu Dhabi een onverwachte kans als die verfoeide Vettel eindelijk eens van de baan af stuitert.
En dat niet alleen, de nummer twee van het WK tot dusver, Jenson Button, komt ook in de problemen. De Brit ziet zijn ambities, en daarmee ook zijn snelheid, getemperd worden door een dienstweigerend KERS-systeem en rijdt een halve race lang in een kreupele McLaren rond. Nog meer kansen dus voor Webber. En Mark is dan ook sneller, zoekt het duel op, maar komt er niet voorbij. Even later ook nog eens een slechte pitstop, zeker zes seconden weggegooid, en Massa die er tot overmaat van ramp ook nog langs schiet. De kansen voor Mark ebben langzaam weg.

De grootste pech voor de aimabele Mark is dat de RB7 weliswaar een juweel van een machine is, maar eigenlijk gemaakt is om op kop te rijden en niet om mee te racen. Want de Red Bull vliegt dan wel razendsnel door de bochten maar is niet ideaal om mee in te halen. Voor Vettel maakt dat niet uit, die hoeft maar zelden in te halen, iedereen rijdt immers achter hem en nooit voor hem. Maar voor Webber is alles anders. Misschien is Webber wel niet gebaat bij de RB7. De Red Bull mist simpelweg de benodigde rauwe snelheid op de rechte stukken. En die rauwe snelheid heeft Webber juist nodig om naar voren te komen.
Mark Webber reed vorig jaar het beste en meest succesvolle seizoen uit zijn loopbaan. Lange tijd hield hij het bewierookte supertalent Vettel zelfs achter zich en deed in de uitstekende RB6 zelfs soms denken aan de topcoureur die hij ooit hoopte te kunnen worden. Maar het was slechts schijn, of beter: een kwestie van tijd. Het supertalent was gewoon nog niet helemaal klaar. Moest nog wat stappen maken en deed dat. Sindsdien is er geen twijfel meer. Iedereen weet allang dat Mark Webber nooit de topcoureur zal worden die hij zo graag zou willen zijn. Mark Webber is een ‘tweede rijder’, daar zal hij het mee moeten doen.

Hij is als David Coulthard terwijl hij Mika Hakkinen wilde zijn. Als Rubens Barrichello terwijl hij Michael Schumacher wilde zijn. Ik hoop het niet, maar ik zie het Mark zo doen: komende winter roepen dat hij in 2012 nu écht voor de wereldtitel zal gaan. Moet ie niet doen. Echt niet. Mark Webber zal namelijk ook in 2012 geen wereldkampioen worden. Mark Webber zal helemaal nooit wereldkampioen worden. Tweede rijders kunnen races winnen, zeker, maar worden nooit wereldkampioen.
Toch hoeft Mark zich niet te schamen voor zijn prestaties in 2011. Allerminst zelfs. Want ondanks alle ronden aan kop van Vettel, ondanks Button’s heroïsche inhaalrace in Canada, ondanks Alonso’s puike prestaties in de moeilijke Ferrari, heeft Mark Webber hét hoogtepunt van het racejaar 2011 op zijn naam staan. Want de beelden van het Australische oermens die zijn Red Bull vlak voor Eau Rouge aan de binnenkant van Alonso drukt zullen het netvlies van vele raceliefhebbers waarschijnlijk nooit meer verlaten. Het zijn dé momenten waarover tien jaar later nog gepraat wordt. En die schaarse momenten zijn vaak meer waard dan een simpele zege. Voor dat ene, heldhaftige moment in Eau Rouge, mogen we Mark dan ook eeuwig dankbaar zijn. Thanks mate!
