Moi para Kimi,

Ik zal niet de enige geweest zijn, maar ik moest aan je denken vandaag. Ik zag je rijden daar vooraan, in die zwartgouden Lotus, opgezweept door een jagende Alonso die schuimbekkend achter je aan raasde. Ik bedacht me hoe mooi dat was. Hoe uniek. Hoe prachtig. Voor het eerst sinds mijn jeugdheld Senna, reed er een zwartgouden Lotus helemaal vooraan het veld. Een Lotus. Een heuse Lotus. En ook al is het niet het team van toen, ik denk dat Colin Chapman, waar hij ook moge zijn, zijn pet eindelijk weer eens triomfantelijk de lucht in gooide.

Weet je nog dat jij deze winter terug wilde keren en ik zei dat je dat absoluut niet moest doen. Het is duidelijk: jij had volkomen gelijk en ik zat er gruwelijk naast. Geef ik volmondig toe, al hoop ik wel dat je het onder ons houdt. Ik had het je al willen zeggen na Spa, maar was er nog niet aan toe gekomen. Want toen was het al duidelijk dat ik ernaast zat. Waanzin was het, echt waanzin, om Schumacher zo aan te vallen in Eau Rouge of all places. Voor je het weet hang je met een rokende Lotus ergens omgekeerd in een Belgische bramenstruik en dan had ík gelijk gekregen. Waanzin was het. Heus. Maar waanzin bleek eens te meer het voorportaal van genialiteit.

Viel het je trouwens op na afloop van Spa? Al die statistiekenneukers die champagne dronken met Button? Heb je ze gezien? ‘Knap hoor Jenson!’ ‘Well done JB!’ Flikker toch op! Wat jij daar deed was zoveel mooier. Zoveel zuiverder. Het vat de essentie van het racen in één vloeiende actie samen. Een samensmelting van lef, instinct en rauw talent. Al die scorebordjournalisten wezen naar Button met zijn grote beker. Al die naar teletekst wijzende, van ranglijsten kwijlende, op cijfertjes geilende, op titeltjes rukkende engnekken, die alleen maar willen weten wie er aan het einde van de dag de grootste trofee omhoog mag houden wijzen altijd maar naar de winnaar.

Voor hen doet het er louter en alleen maar toe wie er aan het einde van het jaar is gestegen op de eeuwige ranglijst achterin het zoveelste seizoensoverzicht van Anjes Verheij. Alsof de schoonheid van de racerij samen te vatten is op een eeuwige ranglijst. Alsof een soort van Top 100 aller tijden, maar dan zonder de mogelijkheid te sms-en op jouw persoonlijke favoriet, dat allemaal weer kan geven. Formule 1 is geen Radio 538 en Bernie Ecclestone is geen Erik de Zwart. Die hele lijst kan me compleet gestolen worden. Als je de essentie van het racen mist of gewoon niet wil zien: kijk dan niet! Zet je tv dan aan om een uur of vier en check pagina 612 van teletekst. Als je zo van statistieken houdt, is dat paginanummer alles wat je weten moet!

Maar ik dwaal af. Dit is jouw dag. Natuurlijk heb jij gelijk gekregen. Wat weet ik er nou helemaal van? Ik heb ooit even eerbiedig als voorzichtig een McLaren-Peugeot MP4/9 aan mogen raken. De liefkozing van een museumstuk. Kwijlend als een hitsige tienerjongen voor het beslagen raam van Christine Le Duc. Dichter dan dat ben ik nooit bij de Formule 1 gekomen. Terwijl jij raceheld bent van beroep. Olie stroomt door de aderen. Benzine door de aorta. Ik wist het reeds toen ik je door Eau Rouge zag razen. En nu, na Abu Dhabi, zullen ook al die statistiekenneukers je bezingen. Want je hebt het geflikt: je 19e (negentiende) zege. De eerste zege in meer dan drie jaar. De eerste zege in god-weet-hoeveel-races. De eerste zege voor een Lotus in god-weet-hoeveel-dagen. Je staat op teletekst, maat. Pagina 612.

Je zal vast graag weer eens wereldkampioen willen worden. Of je dat gaat lukken zou ik echt niet weten. Uitsluiten doe ik het niet meer. Maar weet je, het doet er echt geen ene reet meer toe. Je hebt alles al gedaan. Je hebt gewonnen in een McLaren, in een Ferrari en in een Lotus. De drie meest illustere namen uit de racegeschiedenis. Met voorsprong. Misschien ben je zelfs de enige die dat ooit geflikt heeft, daar heb ik geen idee van. Ik zal het morgen eens vragen als ik bij toeval een statistiekenneuker tegen kom. Het doet er niet echt toe. Jij deed het en dat weet ik zeker. Jij bewees het ongelijk van die onbenullige, nietswetende, labbekakkende, internetvullende, onzinpratende sceptici als ik. Ik buig voor je. Heel diep.

Kimi, Ikuisesti minun sankari, voor altijd mijn held.

Kunnioittaen,
Jeroen.