
Om vandaag maar eens met een filosofische inslag te beginnen: Gerard Reve zij bij leven ooit eens dat het beroerde aan twijfel is, dat het zich veel beter laat verdedigen dan welke visie dan ook. En daar zit wel wat in. Want er zijn veel redenen te verzinnen om, als je zo gezegend bent dat je Lewis Hamilton heet, over te stappen van McLaren naar Mercedes. Noem maar op: fabrieksteam, veel geld, veel visie, Ross Brawn, Norbert Haug, geweldige faciliteiten, bla bla bla. Maar als Hamilton bekend is met het werk van Reve, en dat lijkt mij overigens niet heel erg voor de hand liggen, zal de befaamde en beroerde twijfel inmiddels zijn piekerende brein binnengedrongen zijn. Want op het Circuit of the Amerika’s raasde de spraakmakende Brit hard als een motherfucker naar een glorieuze zege terwijl van de ploeterende Mercedessen niets meer werd vernomen. Je kan er alle visie op loslaten die je wilt, Lewis, maar als je inderdaad twijfel in je hoofd hebt, dan is dat goed te verdedigen.

De eerste Great Price in ’s werelds meest fameuze natie in vijf jaar was er eentje om door een ringetje te halen. Dat was nodig ook. Het lot had namelijk bedacht dat het leuk zou zijn om de terugkeer van de Formule 1 in het land waar ze toch al zo’n uiterst moeizame band mee heeft, samen te laten vallen met de beslissende NASCAR race. En die wildwildwest vorm van kermisracen is nou eenmaal de vorm van racen die de dikbuikige, bierdrinkende, baseballcapdragende Yanks zo graag willen zien. Vooraf stevige concurrentie dus.
Bijkomend nadeel was dan ook nog eens dat op het net opgeleverde circuit in Austin, Texas, inhalen heel lastig was. Althans, zo zei men. En niet alleen ‘men’ zei dat. Ook Jenson Button zei dat. En Nico Rosberg. Michael Schumacher merkte het op. Zelfs frontrunners stonden met gefronste wenkbrauwen te vertellen dat achterblijvers inhalen op bepaalde delen van de baan wel eens heel lastig kon worden. Om in goed Amerikaans nog eens terug te komen op alle overpeinzingen vooraf: Big fat bullshit.

Stierenpoep inderdaad. De toch echt in grote getale aanwezige camera’s hadden namelijk vanaf de start meteen al de grootste moeite om de miljoenen huiskamers te voorzien van alle actuele gevechten. Zo werd de actie die Felipe Massa langs Kimi Raikkonen hielp volkomen gemist, totdat de regisseur een paar ronden later ineens een verloren camera vond die de beelden stiekem toch had geregistreerd. Meest opvallende man on the move was vermoedelijk Button. De Britse former Champ zag zijn kwalificatiepoging mislukken door een tegenwerkend gaspedaal en maakte tot overmaat van ramp een dramatische start mee, maar finsihte uiteindelijk verdienstelijk als vijfde. A damn good job kid, zullen de Texaanse boeren hem toe hebben geroepen. En dat op een baan waarop hijzelf reeds had aangekondigd niet te kunnen inhalen. Right.
Dat Fernando Alonso goed kan racen, weten ze zelfs in Amerika (denk ik, hoop ik, geen idee eigenlijk), maar de Spaanse wannabe-kampioen die zich slechts als negende kwalificeerde, haalde in de nacht van zaterdag op zondag twee mensen in en mocht de race vanaf P7 aanvangen. Nog voordat Olav Mol het door had reed hij alweer op plek vier rond, wat dan weer plek drie werd toen Mark Webber vroegtijdig huiswaarts keerde. Als een ware Houdini overleeft hij, met een inmiddels veel en veel en veel en veel te langzame Ferrari, ook race nummer negentien, en mag hij nog altijd hopen op een derde wereldtitel.

Volgens Amerikaanse traditie dient een sportevenement een MVP te hebben: Most Valuable Player. Er kon er vandaag maar eentje de aller, allerbeste zijn. En dat was King Lewis. Op de baan moest hij in de eerste fase van de race twee gevleugelde stieren van Red Bull voor zich dulden. En meestal verdwijnen die in zo’n situatie dan langzaam uit het zicht. Vandaag echter niet. Niet voor Lewis. Hij moest en zou nog eenmaal winnen voor zijn jeugdliefde McLaren, met wie hij opgroeide, jarenlang lief en leed deelde, met wie hij huilde en lachte, maar wie hij uiteindelijk met veel pijn in zijn hart zal gaan verlaten. Met twee uitgekiende en uitgekookte acties schoot hij, uit naam van de eeuwige liefde, verbeten langs zowel Webber als Vettel en pakte één van zijn zoetste overwinningen.
Zo zorgden Lewis en zijn maatjes voor een heerlijke voorstelling. Volgende week de grote finale op Interlagos, Brazilie. Daar waar Kimi Raikkonen in 2007 geheel onverwacht Ferrari’s laatste wereldtitel tot nu toe binnenhaalde. Over precies zeven dagen weten we of zijn opvolger dat ook gaat doen, al zal er net als bij Lewis Hamilton ook bij Fernando Alonso genoeg reden zijn voor twijfel. En zoals Reve al zei: die twijfel laat zich bijzonder goed verdedigen.
See ya later, folks!
