Twee weken na het zware ongeval op de Nürburgring dat titelverdediger Niki Lauda ei zo na het leven kost, geeft de Formule 1 afspraak in Zeltweg, voor de Grote Prijs van Oostenrijk. Ferrari, dat nog steeds het spoor bijster is door het wegvallen van zijn kopman, geeft voor deze race helemaal forfait, wat voor James Hunt (McLaren) een uitgelezen kans biedt om zijn achterstand op Lauda in de WK-stand verder te verkleinen. Het is van meet af aan duidelijk dat de Brit er geen gras wil laten over groeien, want hij rijdt in de kwalificaties naar de polepositie, voor John Watson (Penske) en Ronnie Peterson (March).
Op een nog natte baan is het Peterson die al snel de kop neemt, achternagezeten door Watson, Jody Scheckter (Tyrrell) en Gunnar Nilsson (Lotus). Het is het laatste jaar waarin op de Oesterreichring in zijn oude, originele lay-out wordt gereden. Als gevolg van het ongeluk dat Mark Donohue in 1975 het leven kostte, zal vanaf 1977 in de eerste bocht na de start een chicane gelegd worden. Nu echter biedt de nog steeds maagdelijke omloop voldoende gelegenheid tot inhaalmanoeuvres en racen op het scherp van de snee. Vooraan rijden de koplopers in de beginfase van de race op een zakdoek achter elkaar en er wordt verschillende keren van koploper gewisseld.
Nadat Scheckter crasht en Peterson de rol moet lossen, kiest Watson definitief het hazenpad. Vanuit de achtergrond komt Jacques Laffite (Ligier) echter nog ijzersterk opzetten, maar Watson is buiten bereik. De Noord-Ier behaalt dan ook vrij gemakkelijk zijn eerste zege, voor Laffite, Nilsson, Hunt, Mario Andretti (Lotus) en Peterson, die pas zijn eerste punt van het seizoen scoort.
Watson scheert, zoals hij reeds lang beloofd had, na zijn eerste overwinning zijn karakteristieke baard af. Ook voor zijn team Penske is het de eerste zege en ook de enige, want de Amerikaanse constructeur zal op het eind van het seizoen de Formule 1 vaarwel zeggen en zich terug uitsluitend op de Amerikaanse autosportklassen concentreren.