FIA hoofdkantoor in Geneve foto: FIA

Vanavond is bekend geworden, dat de motorenfabrikanten in de Formule 1 ( Honda, Mercedes, Ferrari en Renault) een akkoord met FIA en Formula 1 Management hebben met betrekking tot de leveringen en de kosten van klantenmotoren.
Er wordt vooralsnog geen formele verklaring uitgegeven door FIA na de vergaderingen van gisteren met de Strategy Group en die van vandaag met de zogenoemde F1 Commission.

Het eerste gremium bestaat uit 6 van de teams, 6 afgevaardigden van de FIA en ook 6 van de Formula 1 Group als commerciële partij (Bernie Ecclestone) .
De F1 Commision bestaat uit vertegenwoordigers van alle stakeholders in F1: Teams (weer 6 met stemrecht) bandenfabrikanten, motorenfabrikanten, organisatoren van GP’s (ook 6), Sponsors en natuurlijk de FIA.

De vier motorenfabrikanten hebben een overeenkomst om een kostenplafond van EUR 12 miljoen per klantenteam per seizoen in te stellen voor de levering van de 1,6 liter turbo hybride aandrijflijn. Daarnaast is er afgesproken, dat alle deelnemende teams onvoorwaardelijk zullen worden voorzien van motoren.
Daarmee vervalt de noodzaak om een onafhankelijke motorenleverancier aan te stellen die voor teams zonder motorleverancier een alternatief biedt.
Tevens is het aantal versnellingsbakken per rijder per seizoen beperkt tot 3.

Er is formeel ingestemd door de commissie met bovenstaand voorstel, waardoor in ieder geval bereikt is, dat kleinere teams, die tot nu toe EUR 20-25 miljoen betaalden per seizoen, hun begrotingen gemakkelijker rond zullen krijgen. Als het geheel in maart dit jaar voor de World Motor Sport Council komt en geratificeerd wordt, kunnen de mannen en vrouwen bij Force India, Sauber en anderen opgelucht adem halen als ze denken over de toekomst in formule 1 na 2017.