Vandaag in de F1-geschiedenis....

Started by 0634, 05 August 2011 - 09:06:36

Previous topic - Next topic

SDG

8 juni 1975

Niki Lauda (Ferrari) wint in Anderstorp de Grote Prijs van Zweden. Voor de Oostenrijker is het reeds zijn derde zege op rij, waarmee hij in de WK-tussenstand een comfortabele voorsprong weet uit te bouwen. Polepositie in Anderstorp is voor de Italiaan Vittorio Brambilla (March), voor wie het tevens de enige pole in zijn carrière is. De Italiaan leidt de eerste ronden van de race, waarna Carlos Reutemann (Brabham) de kop overneemt. Wanneer Patrick Depailler (Tyrrell) en Jean-Pierre Jarier (Shadow) vooraan met pech wegvallen, kan de pas als vijfde gestarte Lauda op kousenvoeten naar voren oprukken en uiteindelijk tien ronden voor het einde de met versnellingsbakproblemen kampende Reutemann van de koppositie verdringen. Lauda's teamgenoot Clay Regazzoni vervolledigt het podium, de resterende punten zijn voor de Amerikanen Mario Andretti (Parnelli) en Mark Donohue (Penske) en de Brit Tony Brise (Hill). De opvolger van Graham Hill bij het Hill-team scoort zo zijn eerste – en zoals later zou blijken zijn enige – WK-punt uit zijn carrière. Op 29 november van hetzelfde jaar wordt ook hij immers een van de slachtoffers van de noodlottige vliegtuigcrash die in één klap het hele Hill-team wegveegt.


SDG

9 juni 1968

Op het razendsnelle circuit van Spa-Francorchamps wordt de Grote Prijs van België, de vierde race van het seizoen 1968, verreden. Aan de race gaat een treurige proloog vooraf wanneer de Italiaan Ludovico Scarfiotti, winnaar van de Italiaanse Grote Prijs in 1966 en nog vierde een paar weken eerder in Monaco, op zaterdag verongelukt bij een klimrace in Duitsland wanneer hij met zijn wagen in een ravijn belandt. De polepositie in Spa is voor de Nieuw-Zeelander Chris Amon (Ferrari), die over de veertien kilometer bijna vier seconden sneller is dan de Schot Jackie Stewart (Matra). Op de auto van Amon wordt, net als op de Brabham van Jack Brabham, voor het eerst in een wedstrijd een achtervleugel gemonteerd, een innovatie die de Formule 1 voor altijd zal veranderen. De Ferrari's van Amon en thuisrijder Jacky Ickx starten als snelsten, maar worden al snel gepasseerd door de Honda van John Surtees. Wanneer deze laatste met pech moet opgeven, neemt Denis Hulme (McLaren) even de kop over, maar zijn vreugde is van korte duur, want al snel komt de zich voor een slechte start revancherende Stewart langszij. De Schot lijkt het te zullen gaan halen, tot hij bij het ingaan van de laatste ronde nog de pits in moet om bij te tanken. Een nietsvermoedende Bruce McLaren krijgt zo alsnog de zege in de schoot geworpen. Het is de eerste overwinning in de Formule 1 voor het team dat de naam van de Nieuw-Zeelander draagt. De Mexicaan Pedro Rodriguez (BRM) wordt tweede, Jacky Ickx derde. De race wordt ontsierd door een zwaar ongeval van de Brit Brian Redman (Cooper), wiens wagen volledig uitbrandt. De coureur kan echter op het nippertje het wrak op eigen kracht verlaten en aan de vlammen ontsnappen.



Spa 1968: eerste zege voor het McLaren-team

SDG

10 juni 2007

Lewis Hamilton (McLaren-Mercedes) wint op het Circuit Gilles Villeneuve in Montréal de Grote Prijs van Canada. Voor de Britse rookie annex GP2-kampioen van 2006 is het zijn eerste Formule 1-zege. In de kwalificaties pakt Hamilton tevens zijn eerste polepositie. De jonge coureur, voor wie 2007 door velen voor de start van het seizoen nog als een leerjaar beschouwd wordt in dienst van zijn kopman – en titelverdediger – Fernando Alonso, neemt door zijn zege opnieuw de leiding in de WK-stand over en profileert zich vanaf nu echt als een potentieel titelkandidaat. Achter Hamilton wordt er, de traditie van het Canadese circuit in acht genomen, een geanimeerde en spectaculaire wedstrijd gereden waarbij het vaak chaos troef is. Alonso, die vanop de tweede plaats start, probeert bij de start de kop te nemen, maar mist de eerste bocht compleet en schakelt zichzelf na nog enkele akkefietjes definitief uit voor de zege. De Spaanse wereldkampioen zal slechts als zevende finishen, nadat hij enkele ronden voor het einde nog ingehaald wordt door de Super Aguri van Takuma Sato. De Japanner bezorgt het kleine team daardoor het beste resultaat uit zijn geschiedenis. De race kent ook verschillende safetycarfases. De eerste komt er na een crash van de Duitser Adrian Sutil (Spyker-Ferrari), die voor Felipe Massa (Ferrari) en Giancarlo Fisichella (Renault) uitdraait op een diskwalificatie wanneer beiden het rode licht bij de uitgang van de pitstraat negeren. Een tweede komt onmiddellijk daarna, na een zeer zware crash van de Pool Robert Kubica (BMW-Sauber), die na een lichte aanrijding met de Toyota van Jarno Trulli bij hoge snelheid met een vernietigende klap in de muur belandt, vervolgens een angstwekkende koprol maakt om uiteindelijk aan de andere kant van de baan tot stilstand te komen. Ondanks het geweld en de destructie waarmee de crash gepaard gaat, komt Kubica er met lichte verwondingen vanaf; hij zal enkel de volgende race op Indianapolis moeten missen. In die race zal hij vervangen worden door de testpiloot van BMW-Sauber, de 19-jarige Duitser Sebastian Vettel. Nog twee safetycarfases komen er na crashes van respectievelijk Christijan Albers (Spyker-Ferrari) en Vitantonio Liuzzi (Toro Rosso-Ferrari). Na Hamilton zijn de resterende podiumplaatsen uiteindelijk voor de Duitser Nick Heidfeld (BMW-Sauber) en de Oostenrijker Alexander Wurz (Williams-Toyota).





http://www.youtube.com/watch?v=RTQBVDV1E7s


SDG

#393
11 juni 1964

Op deze dag wordt in het Zuid-Franse Avignon Jean Alesi geboren. De Fransman met Italiaanse roots wordt in 1987 Frans kampioen Formule 3, vooraleer hij in 1988 naar de Formule 3000 overstapt. In 1989 wordt hij voor het team van Eddie Jordan vice-kampioen en in datzelfde jaar mag hij ook voor het eerst van de Formule 1 proeven, wanneer hij vanaf de Franse Grote Prijs bij Tyrrell Michele Alboreto vervangt, die zijn zitje omwille van tegengestelde sponsorbelangen kwijtgespeeld is. Het debuut van Alesi is sensationeel: hij rijdt een tijdje in tweede positie en finisht uiteindelijk als vierde. Alesi wordt nog vijfde in Italië en opnieuw vierde in Spanje, waardoor hij zijn eerste halve seizoen al meteen als negende in de eindklassering beëindigt.

In 1990 blijft hij bij Tyrrell en al in de eerste race van het seizoen in het Amerikaanse Phoenix scoort de jonge Fransman een nieuwe voltreffer: vanaf de vierde startplaats neemt hij bij de start direct de kop van de race en enkel Ayrton Senna kan, na een fraai duel, Alesi van de zege houden. Een nieuwe superster lijkt geboren. In Monaco wordt hij opnieuw tweede, dit opnieuw na Senna, en Alesi heeft de aanbiedingen van de topteams voor het uitkiezen. Een deal met Williams is al zo goed als rond wanneer hij op het laatste moment voor zijn hart kiest in plaats van voor de rede, en voor 1991 bij Ferrari tekent.

Het blijkt echter de verkeerde keuze. Waar Williams na enkele overgangsjaren in 1991 definitief weer aansluiting vindt bij de absolute top, stelt de nieuwe Ferrari teleur. Noch Alesi, noch Prost slagen erin een race te winnen. Alesi finisht uiteindelijk als zevende in het kampioenschap met 21 punten. Drie derde plaatsen (Monaco, Duitsland en Portugal) zijn zijn beste resultaten. 1992 kondigt zich nog moeilijker aan. De nieuwe Ferrari is nog een stuk slechter dan de wagen van het vorige jaar, die door Prost nog moeilijker bestuurbaar dan een vrachtwagen werd omschreven. Het kost de drievoudige wereldkampioen aan het eind van 1991 de kop bij Ferrari en Alesi moet daardoor ineens het kopmanschap bij de Scuderia dragen. De Fransman behaalt met meer geluk dan wijsheid nog twee derde plaatsen in Spanje en Canada, de enige lichtpuntjes in een seizoen om snel te vergeten. Teamgenoot Ivan Capelli brengt het er nog slechter vanaf en wordt nog voor het eind van het seizoen bedankt voor bewezen diensten.

Veel slechter kan het niet meer en dus wordt vanaf 1993 gebouwd aan de wederopstanding bij Ferrari. Ex-Peugeot-teammanager Jean Todt neemt de dagelijkse leiding van het team over en sportief wordt het team versterkt met de terugkeer van Gerhard Berger. De resultaten zijn stilaan weer in stijgende lijn, doch het is Berger die als eerste van de vruchten van de inspanningen profiteert wanneer hij in 1994 de Duitse Grote Prijs wint. Alesi van zijn kant heeft vaak het geluk tegen zich. Zo pakt hij ook in 1994 in Monza de pole en leidt autoritair de race, tot bij zijn pitstop zijn versnellingsbak er plots mee ophoudt. Ook moet hij in het begin van datzelfde seizoen twee races aan de kant blijven na een zware crash tijdens testritten.

De jaren gaan langzaam maar zeker voorbij, maar Alesi blijft nog steeds verstoken van zijn eerste overwinning. Hij lijkt stilaan een tweede Chris Amon te gaan worden, tot hij op 11 juni 1995, op zijn eenendertigste verjaardag, alsnog het geluk aan zijn kant heeft. Bij de Canadese Grote Prijs in Montréal profiteert hij van pech van titelverdediger Michael Schumacher om met de Ferrari met nummer 27 op het Gilles Villeneuve-circuit een emotionele zege te boeken. Een tweede overwinning is later op het jaar bij de Europese Grote Prijs op de Nürburgring binnen handbereik, maar het is Schumacher die in zijn Benetton in de laatste ronden Alesi nog de zege afhandig maakt.

Wanneer diezelfde Michael Schumacher voor 1996 bij Ferrari tekent, zijn de dagen van Alesi bij de Scuderia geteld. De Fransman en zijn teamgenoot Gerhard Berger maken echter de omgekeerde beweging, van Ferrari naar Benetton. Op papier een goede keuze, aangezien Benetton in 1995 nog beide wereldtitels veroverde. Benetton is na het vertrek van Schumacher echter niet meer hetzelfde team en speelt in 1996 niet mee voor de titel. Sterker nog, het team behaalt in 1996 geen enkele overwinning. Zowel Alesi als Berger moeten zich met ereplaatsen tevreden stellen. De Fransman is in Monaco het dichtst bij de zege, wanneer hij in leidende positie met pech naar de kant moet. Hij wordt niettemin vierde in het WK met 47 punten, zijn beste resultaat uit zijn carrière. Ook in 1997 weet de Fransman – in tegenstelling tot Berger, die in Duitsland wint – niet met de zege aan te knopen. In Monza pakt hij de pole en leidt hij de eerste helft van de race, doch bij de pitstops verliest hij de leiding aan David Coulthard, wat hem de overwinning kost. Alesi wordt opnieuw vierde in de eindstand van het WK, met 36 punten.

Bij Benetton besluit men de – dure – contracten van Alesi en Berger niet meer te verlengen. De Oostenrijker hangt aan het eind van 1997 maar meteen de helm aan de haak, terwijl Alesi naar een andere werkgever op zoek moet. Het wordt uiteindelijk Sauber, niet meer dan een bescheiden middenmoter. Alesi moet met lede ogen toezien hoe de topteams niet langer in hem geïnteresseerd zijn. Een derde plaats in de chaotische Grote Prijs van België, na het Jordan-duo Damon Hill en Ralf Schumacher, is zijn beste resultaat in 1998. In 1999 is de carrière van Alesi in vrije val: drie punten is het schamele resultaat. Voor 2000 tekent hij bij het team van zijn oude Ferrari-ploegmaat en persoonlijke vriend Alain Prost. Het wordt in alle opzichten een ontluisterend jaar. Het team, dat met Alesi en het jonge Duitse talent Nick Heidfeld nochtans twee prima rijders in huis heeft, scoort geen enkel punt en eindigt als laatste in het constructeurs-WK. Motorleverancier Peugeot en de meeste sponsors van het team trekken hun conclusies en beëindigen de samenwerking. Voor 2001 weet Alain Prost alsnog een deal te scoren met Ferrari voor klantenmotoren en ook sportief glimt er een lichtje aan de horizon, wanneer Alesi in de eerste seizoenshelft zowaar enkele punten scoort. Maar halverwege het seizoen pakken er zich donkere wolken samen boven het team, wanneer blijkt dat Prost financieel in slechte papieren zit. De relatie tussen rijder en teambaas verzuurt er helemaal door en na de Grote Prijs van Duitsland barst de bom, wanneer Alesi met slaande deuren bij het team opstapt. Hij kan het seizoen echter afmaken bij Jordan, het team waarvoor hij ooit nog in de Formule 3000 uitkwam, waar hij de juist op straat gezette Heinz-Harald Frentzen mag vervangen. Het is echter duidelijk dat de Formule 1-loopbaan van Alesi op zijn laatste benen loopt en aan het eind van het seizoen rijdt hij in het Japanse Suzuka zijn 201ste en allerlaatste Grote Prijs. Het wordt een einde in mineur, wanneer hij door de spinnende Sauber van Kimi Raikkönen meegesleurd wordt in een crash. Het is bovendien de enige keer dat hij in 2001 de finish niet haalt, waardoor hij zich een mooi seizoensrecord door de neus geboord ziet.

Na het beëindigen van zijn Formule 1-carrière is Jean Alesi nog in diverse andere autosportklassen actief. Van 2002 tot en met 2006 rijdt hij in de DTM, waarbij hij in totaal vier zeges behaalt. In 2008 en 2009 rijdt hij in de Speedcar Series in Azië, in 2010 in de Le Mans Series. En in mei 2012, op bijna 48-jarige leeftijd, neemt hij voor het eerst de start in de 500 Mijl van Indianapolis.



SDG

12 juni 1966

John Surtees (Ferrari) wint in Spa de Grote Prijs van België. De race wordt in bijzonder slechte weersomstandigheden verreden en wordt dan ook gekenmerkt door een hele reeks zware ongevallen. Nog in de eerste ronde crasht meer dan de helft van de gestarte wagens uit de race, zodat er na de eerste doortocht nog amper zeven rijders in koers zijn. Eén van de uitvallers is Jackie Stewart (BRM), die tegen een telefoonpaal crasht en ruim een half uur geklemd zit in zijn benzine lekkende bolide. Deze nare ervaring indachtig, zal de Schot in de toekomst het voortouw nemen in de strijd voor meer veiligheid op de circuits. Na Surtees zijn de resterende punten voor Jochen Rindt (Cooper), Lorenzo Bandini (Ferrari), Jack Brabham (Brabham) en Richie Ginther (Cooper). Guy Ligier (Cooper) en Dan Gurney (Eagle) rijden de race uit, maar worden omwille van hun grote achterstand niet geklasseerd. In het kader van de wedstrijd worden opnamen gemaakt die later te zien zullen zijn in de filmklassieker 'Grand Prix'.



Matthijs

In de documentaire 'the killer years' wordt ook aandacht besteed aan deze bewuste race en hoe het het bewustzijn tav veiligheid heeft veranderd.

SDG

13 juni 1982

De jonge Italiaanse coureur Riccardo Paletti (Osella) verongelukt dodelijk bij de Grote Prijs van Canada in Montréal. Op de omloop op het Île Notre-Dame, die zopas is omgedoopt tot Circuit Gilles Villeneuve als eerbetoon aan de een maand daarvoor op het circuit van Zolder verongelukte Canadese Ferrari-rijder, beleeft de Formule 1 een tweede drama op korte tijd. Het ongeluk gebeurt bij de start van de race, wanneer de op de pole staande Didier Pironi (Ferrari) niet van zijn startplaats weggeraakt. Paletti, die van op de voorlaatste rij start, merkt in het startgewoel de stilstaande wagen van de Fransman te laat op en rijdt met hoge snelheid achteraan op de Ferrari in. De Osella wordt vooraan helemaal platgedrukt en de zwaargewonde Paletti zit klem in het wrak. De hulpdiensten – die ook ondersteuning krijgen van Pironi, die ongedeerd uit de crash komt – zijn onmiddellijk ter plaatse, maar terwijl men de ongelukkige coureur probeert te bergen, schieten de bomvolle benzinetanks van de wagen plotseling in brand. Pas na veel moeite slaagt men er in om het vuur te blussen. Paletti wordt uiteindelijk uit het wrak bevrijd en in allerijl naar het ziekenhuis gevoerd, waar hij kort nadien echter zal overlijden. Hij zou twee dagen later 24 jaar geworden zijn. De Canadese Grote Prijs was zijn tweede Formule 1-start, nadat hij eerder op het seizoen zijn debuut maakte in Imola. Riccardo Paletti is de laatste coureur die verongelukt tijdens een Grand Prix-weekend tot de noodlottige Grote Prijs van San Marino in 1994 (in mei 1986 vindt Elio de Angelis nog de dood tijdens testritten). Als eerbetoon wordt het racecircuit nabij het Italiaanse Varano (in de buurt van Parma) naar hem genoemd. De race zelf, die na een lange onderbreking wordt herstart, wordt uiteindelijk gewonnen door Nelson Piquet (Brabham-BMW). De Braziliaanse titelverdediger revancheert zich daarmee voor zijn afgang bij de vorige race in Detroit, waar hij zich niet kon kwalificeren. Het is de eerste overwinning voor de BMW-turbomotor in de Formule 1. Teamgenoot Riccardo Patrese, die voor het laatst in de oude Brabham met atmosferische Ford Cosworth-motor start, wordt tweede, John Watson (McLaren) derde. De Noord-Ier verstevigt zo zijn leidersplaats in de WK-stand.



http://www.youtube.com/watch?v=652Sgs4J1kI

Matthijs

Ik moet bij Paletti altijd denken aan Ratzenberger, ik vind ze redelijk vergelijkbaar. Wellicht niet talentvol genoeg om de F1 te halen, maar toch je droom najagen (of in het geval van Paletti, die van zijn vader) en dan bijna direct tragisch verongelukken. De kleine helden worden echter helaas zelden herinnerd, in tegenstelling tot Gilles Villeneuve en Ayrton Senna.

SDG

14 juni 1943

Op deze dag wordt in Londen de Brit John Miles geboren. Hij zal in 1969 en 1970 twaalf Grote Prijzen rijden voor Lotus. Zijn beste resultaat is een vijfde plaats bij de openingsrace van 1970 in het Zuid-Afrikaanse Kyalami, meteen ook de enige puntenfinish in zijn carrière. Miles speelt dan ook slechts tweede viool in het team, na Jochen Rindt. Wanneer de Lotus-kopman dodelijk verongelukt tijdens de trainingen voor de Grote Prijs van Italië op Monza, is Miles zo geschokt door de gebeurtenissen dat hij per direct zijn Formule 1-carrière beëindigt.



SDG

15 juni 1997

Michael Schumacher wint in Montréal de Grote Prijs van Canada. De race wordt na 54 van de geplande 70 ronden stopgezet na een zware crash van de Fransman Olivier Panis (Prost-Honda), die hierbij een dubbele beenbreuk oploopt en meer dan drie maanden buiten strijd zal zijn. De Duitse Ferrari-rijder heeft het geluk aan zijn kant: hij erft de leiding van David Coulthard (McLaren-Mercedes) wanneer deze bij zijn laatste pitstop zijn motor laat afslaan. De Schot, die de zege binnen handbereik heeft, zal daardoor naar de zevende plaats – en dus net buiten de punten – terugvallen. Juist op dat moment vindt de crash van Panis plaats. Het is een zware klap voor het team van Alain Prost, dat in de vorige race in Spanje met Panis nog de tweede plaats pakte en dankzij de Bridgestone-banden de revelatie van de eerste seizoenshelft was. Doordat grote rivaal Jacques Villeneuve (Williams-Renault) al kort na de start uitvalt door een crash in de beruchte 'Wall Of Champions', neemt Michael Schumacher door zijn zege opnieuw de leiding in de WK-stand over. Na hem zijn de overige punten voor Jean Alesi (Benetton-Renault), Giancarlo Fisichella (Jordan-Peugeot) – voor wie het zijn eerste podium uit zijn Formule 1-loopbaan is, Heinz-Harald Frentzen (Williams-Renault), Johnny Herbert (Sauber-Petronas) en Shinji Nakano (Prost-Honda). Het eerste WK-punt voor de Japanner is een schamele troost voor het Prost-team. Bij Benetton maakt de jonge Oostenrijker Alexander Wurz zijn Grand Prix-debuut, als invaller voor de zieke Gerhard Berger.



SDG

16 juni 1991

Twee weken na de afgang in Canada, waar Nigel Mansell in de allerlaatste ronde nog uitviel en Nelson Piquet (Benetton-Ford) zo de zege in de schoot geworpen kreeg, neemt het team van Frank Williams revanche in de Grote Prijs van Mexico. Op het circuit Hermanos Rodríguez in Mexico-Stad maken de Williams-Renault's er een demonstratie van en rijden naar een onbedreigde dubbelzege. Het is echter niet Mansell, maar zijn teamgenoot Riccardo Patrese – die tevens de polepositie pakt – die met de zegebloemen aan de haal gaat. Dit na een spannend duel, waarbij Mansell zelfs een snelste raceronde rijdt die sneller is dan de tijd die hij in de kwalificaties neerzette. Titelverdediger Ayrton Senna (McLaren-Honda), die de eerste vier races van het seizoen won, komt er voor de tweede keer op rij totaal niet aan te pas. De Braziliaan heeft op vrijdag bovendien een flinke trainingscrash en finisht in de race uiteindelijk als derde op bijna een minuut van het Williams-duo. Na hem zijn de resterende punten voor Andrea de Cesaris (Jordan-Ford), Roberto Moreno (Benetton-Ford) en Eric Bernard (Larrousse-Ford). De Cesaris, die het team van Eddie Jordan zijn tweede puntenfinish op rij bezorgt, wordt aanvankelijk gediskwalificeerd omdat hij zijn auto over de finish duwde, maar krijgt uiteindelijk zijn plaats terug. De Fransman Olivier Grouillard (Fondmetal-Ford) zorgt in de trainingen voor sensatie door bij zijn eerste geslaagde kwalificatiepoging van het seizoen meteen een sensationele achtste tijd te rijden, doch deze prestatie krijgt geen vervolg in de race. In de WK-stand blijft Senna ondanks de Williams-dominantie hoe dan ook nog steeds comfortabel aan de leiding: hij heeft nu 44 punten, tegenover 20 voor Patrese, 16 voor Piquet en 13 voor Mansell.



Wizard


SDG

17 juni 1984

Nelson Piquet (Brabham-BMW) wint in Montréal de Grote Prijs van Canada. Voor de Braziliaanse titelverdediger is het pas zijn eerste puntenfinish van het seizoen, na zes uitvalbeurten op rij in de eerste zes races. Piquet start van op polepositie en rijdt van start tot finish aan de leiding. De McLaren-Porsche's van Niki Lauda en Alain Prost vervolledigen het podium, de resterende punten zijn voor Elio de Angelis (Lotus-Renault), René Arnoux (Ferrari) en Nigel Mansell (Lotus-Renault). De wereldkampioen krijgt de zege evenwel niet zomaar cadeau: Brabham heeft vanaf deze race zijn wagens aangepast, waarbij de oliekoeler helemaal voorin de auto geplaatst is. Een onvoorzien neveneffect hiervan is echter dat het gaspedaal opgewarmd wordt, zodat Piquet tijdens de race brandwonden aan zijn rechtervoet oploopt. De Braziliaan weet de pijn echter tot de finish te verbijten en zo eindelijk weer met de zege aan te knopen. Renault zet in Canada slechts één wagen in voor Derek Warwick, aangezien Patrick Tambay nog steeds niet fit bevonden is na zijn startcrash in Monaco. De Nieuw-Zeelander Mike Thackwell, in 1980 op hetzelfde circuit met zijn 19 jaar nog de jongste deelnemer aan een Formule 1-race uit de geschiedenis, keert voor RAM na bijna vier jaar eenmalig terug in het deelnemersveld. Het zal meteen ook zijn  laatste race worden; in Duitsland rijdt hij nog voor Tyrrell, maar kan zich daar niet kwalificeren. Bij Spirit tenslotte maakt de Nederlander Huub Rothengatter zijn debuut. De latere manager van Jos Verstappen, door Niki Lauda vaak 'Rattengott' genoemd, finisht in zijn eerste Grote Prijs op grote achterstand en wordt niet geklasseerd.



De Brabham BT53 met opvallende oliekoeler voorin de wagen

SDG

18 juni 1967

Dan Gurney (Eagle-Weslake) wint in Spa de Grote Prijs van België. Het is de eerste keer in de Formule 1-geschiedenis dat een volledig Amerikaans team een Grote Prijs wint. Jim Clark (Lotus-Ford) rijdt in de kwalificaties de snelste tijd en leidt ook het eerste deel van de race, maar verliest de leiding wanneer hij omwille van een technisch defect een pitstop moet maken. Het brengt Jackie Stewart (BRM) aan kop, maar ook hij krijgt problemen en moet uiteindelijk de zege laten aan Gurney. Chris Amon (Ferrari) scoort de derde podiumstek, de overige punten zijn voor Jochen Rindt (Cooper-Maserati), Mike Spence (BRM) en Jim Clark. De Brit Mike Parkes (Ferrari) crasht zwaar in de eerste ronde, waarbij hij beide benen breekt. Het betekent meteen het einde van zijn Formule 1-carrière.


SDG

19 juni 2005

Op het circuit van Indianapolis wordt de Grote Prijs van de Verenigde Staten verreden. Een race die omwille van een incident op vrijdag nadien in niets meer zal gelijken op een normale race. Wanneer Ralf Schumacher (Toyota) bij het uitkomen van de kombocht voor start en finish in de muur belandt, blijkt de oorzaak te liggen in het Michelin-rubber, dat het oppervlak en de krachten op de 'Brickyard' niet blijkt aan te kunnen. Michelin stelt voor om in de bewuste bocht een tijdelijke chicane aan te leggen, een voorstel dat echter door de FIA verworpen wordt. Waardoor er voor de zeven op het Frans rubber rijdende teams niets anders opzit dan niet deel te nemen aan de wedstrijd uit veiligheidsoverwegingen. Aan het einde van de opwarmronde komen de veertien Michelin-wagens, aangevoerd door poleman Jarno Trulli (Toyota), dan ook terug de pits binnengereden. Enkel de zes op Bridgestone-banden rijdende wagens nemen hun plaatsen in op de startgrid en gaan van start in de race. Dit voor de ogen van de vele toeschouwers, bij wie de initiële verbazing snel omslaat in onbegrip en woede. De race zal de moeizaam opgebouwde reputatie van de Formule 1 in de Verenigde Staten in één klap vernietigen. De zes starters bereiken ook allen de finish. Titelverdediger Michael Schumacher (Ferrari) behaalt voor zijn teamgenoot Rubens Barrichello een vreugdeloze overwinning. Enkel de Portugees Tiago Monteiro (Jordan-Toyota) beleeft plezier aan zijn enige podiumplaats uit zijn carrière. De overige finishers zijn de Indiër Narain Karthikeyan (Jordan-Toyota), de Nederlander Christijan Albers en de Oostenrijker Patrick Friesacher (beiden Minardi-Cosworth). Laatstgenoemde drie piloten scoren in Indianapolis hun enige punten uit hun Formule 1-loopbaan. Voor Ferrari, dat de afgelopen vijf rijderstitels en de afgelopen zes constructeurstitels behaalde, is het de enige zege in 2005.