koop F1 tickets facebook twitter instagram mail
www.ReserveDelenStore.NL
Column: Hoe krijgt de Formule 1 haar glans terug?


Het gaat niet goed met de Formule 1. Caterham en Marussia missen de Amerikaanse Grand Prix en het is nog maar de vraag of we ze ooit nog terugzien. Daarnaast zit Sauber nu steeds in de gevarenzone en weigeren de topteams afspraken te maken omtrent het budget en andere kostenbesparingen.

Caterham en Marussia maakten net als HRT [Hispania Racing Team] hun debuut in 2010.

Destijds was het de bedoeling om met maximaal 50 miljoen euro per jaar een team te kunnen runnen. Een onderdeel van de FIA, de World Motor Sport Council, kwam met een voorstel voor een budgetlimiet van 33 miljoen euro, met als voordeel dat er geen technische restricties zouden zijn.

Een team kan er ook voor kiezen om door te gaan met een onbeperkt budget, maar dan zou men beperkt zijn qua ontwikkelingsmogelijkheden. Dit voorstel moest ervoor zorgen dat er makkelijker ingestapt kon worden voor nieuwe teams.

De teams die zouden kiezen voor een budgetbeperking konden dan onder andere een ongelimiteerd aantal toeren draaien, onbeperkt testen, onafgebroken in de windtunnel werken en men stelde zelfs beweegbare vleugels als een mogelijkheid. De enige echte beperking bleef het budget.

Maar anno 2014 kunnen we wel stellen dat geld ook nu regeert in de koningsklasse van de autosport. Het is niet voor niets dat van de drie nieuwkomers alleen Marussia erin slaagde om punten te pakken.

Inmiddels dreigt voor Marussia en Caterham een faillissement en staan er in Austin maar achttien auto’s aan de start. Het is lang geleden dat we zo’n karig startveld zagen, maar ook Sauber en Lotus zouden het financieel namelijk alles behalve makkelijk hebben, dus het lijkt ons de hoogste tijd om eens goed naar de levensvatbaarheid van de Formule 1 te kijken.


Daarbij kijkt men vaak terug naar de geschiedenis van de sport.

James Hunt, Niki Lauda, Gilles Villeneuve, Mansell, Alain Prost en Ayrton Senna. Ja, ooit was het onmogelijk zonder oordoppen op de tribune te zitten en ja, ooit drukten de heren coureurs elkaar zonder pardon van de baan.

Ooit kon Martin Brundle bij wijze van grap zijn middelvinger opsteken naar iemand terwijl de TV-camera’s bleven snorren. Vergelijk dat met vorig jaar toen er mensen ontsteld raakten toen Kimi en Vettel “fuck” zeiden op het podium.

Dat is in deze tijd niet meer recht te praten, want de fabrikanten en grote sponsoren hebben de macht. En die willen keurige PR-boys op de televisiescherm hebben met hun logo’s in beeld.
Maar de critici kunnen ook wel doorslaan met hun geklaag.

Zo sprak men schande van het feit dat Max Verstappen ‘te makkelijk‘ snelle rondetijden reed met de Toro Rosso in Japan. De Formule 1 auto’s zouden te makkelijk te besturen zijn.

Een typisch voorbeeld van een selectief geheugen, want ooit stapte Ayrton Senna da Silva over van een Formule 3 van ca. 180/190 pk naar een Toleman turbo van dik 800 pk. Of was de sport toen ook te makkelijk?

Max Verstappen is gewoon zeer goed begeleidt voor zijn debuut. In de jaren 1980 had je geen simulator die nauwkeurig kon aangeven hoe de lay-out van een circuit erbij lag. Doch, kon je een jonge hond ook laten wennen aan een auto, door simpelweg een circuit af te huren en het talent rondjes te laten rijden. Zo ook bij Senna die oa. bij McLaren en Williams in 1983 zijn kilometers maakte.

De jonge broekjes van nu hebben soms meer ervaring met racen, dan sommige rijders voordat ze wereldkampioen werden. Dat wordt door de critici met een te grote hang naar het verleden dusdanig onderschat.

Hoe krijgt de sport haar grandeur van weleer terug?

Door er niet naar te streven. Ja, dat klinkt raar…maar de wereld is veranderd.

Vroeger was de Formule 1 een van de weinige platformen was dat de hele wereld over ging. Als je dus als sponsor je naam op een van de wagens had staan kreeg de hele wereld dat te zien. Het was simpelweg een van de weinige mogelijkheden om je naam wereldwijd bekend te maken.


Tegenwoordig post je een leuk berichtje op de Twitter of Facebook en de hele wereld weet van je bestaan af!

En laat de oude baas van de Formule 1 nou net ‘panisch’ zijn voor de ‘Social Media‘. Ecclestone gruwt ervan, en dan alleen maar omdat hij weet dat je er geen greep op kan hebben. Het internet laat zich veel minder makkelijk knechten dan de televisie.

Nou ja, televisie. Het wegstoppen van de sport achter een decoder helpt ook niet echt, he?

En lees de laatste achtergrondberichten over de F1. Het draait tegenwoordig alleen maar reclame, marketing, politiek, macht, geld.e.d. Met racen heeft het steeds minder te maken. Straks gaat de sport naar Baku, een één of andere Verweggistan. Dat helpt ook niet voor de veelal Europese F1-fan.

En dan heb ik het nog niet gehad over de te grote invloed van Tilke…

Maar ook de huidige lichting van coureurs, teambazen en overige insiders doen mee aan het vergroten van de afstand tot de toeschouwers.

Tot 1990 kon je veel dichter op de actie komen. Hoeveel mensen hebben wel niet een handtekening bemachtigd van een Lauda, Depallier, De Cesaris of zelfs de man-die-nooit-lacht Carlos Reutemann?
Dat maakt indruk!

Natuurlijk zijn er wel gelegenheden om met een F1-coureur op de foto te staan. Zo stond mijn collega John Goedendorp op een kiekje met Kimi Räikkönen tijden de VKV City Racing Rotterdam 2014. Zelf kon ik babbelen met oa. Robin Frijns [2013] en heel kort met Jos Verstappen.

Maar dat waren andere meer specifieke aangelegenheden. Geen Grand Prix-weekeinde!


Ook de auto’s staan ter discussie. De oude voorstel van Max Mosley was -achteraf bezien- helemaal niet zo slecht. Maar Ferrari was tegen. Altijd maar weer die vervelende Italianen die leunen op het verleden, louter om de toekomst te hinderen.

Maar Di Montezemolo is opgestapt. De man die te pas en onpas dreigde de sport te verlaten, als een wijziging in het reglement hem niet beviel, is niet meer. We zijn benieuwd of zijn opvolger Marchionne wel de nodige stappen kan en durft te maken.

Zelf ben ik voor de klantenauto, zoals het gebruikelijk was in de jaren 1960/1970. Toen kon je een March, Matra of een tweedehandsje kopen, je verzamelde wat handige vrienden en je had een Formule 1 team.

Het zou aardig besparen qua R&D, als bijvoorbeeld HRT meteen een chassis van Ferrari of Red Bull mocht kopen.

M.a.w. de koppeling tussen eigenbouw en de sport moet weg. Zeker omdat diverse onderdelen tegenwoordig veel duurzamer moeten zijn, heeft het geen nut om maar vast te houden aan de eis dat een team zelf haar auto moet bouwen.

Men werkt nu ook samen met andere teams en dan zie je een HRT met de achterkant van een Williams. De versnellingsbak is van Williams en daar zitten de draagarmen aan vast, dus dat wordt dan ook meteen overgenomen.

Als dat kon en nu nog kan, waarom dan geen complete auto?

De Formule 1 is ziek en niemand binnen de Formule 1 wil haar beter maken. Sterker, ze wordt steeds zieker, zwakker en ongeloofwaardiger als wereldkampioenschap!

Dat schreef ik alweer een jaar geleden en de woorden die ik toen uitte zijn -helaas- nog steeds van toepassing. Een mens zou al van minder moe worden…

Terug naar Marussia en Caterham.

Staan Marussia en Caterham volgend jaar weer op de grid? Het is onwaarschijnlijk, want een eventuele nieuwe eigenaar moet wel héél flink investeren om een van deze teams succesvol te maken. We hebben het dan over honderden miljoenen euro’s, een bedrag dat niet iedereen zomaar heeft liggen.

Honderden miljoenen euro’s, omdat de topteams niet verder willen kijken dan dat hun [penis]neus lang is.

Eerder verschenen door dezelfde auteur op zijn blog, frankyremtlaaaat.wordpress.com

F1 nieuws

GP Pits Magazine
.