koop F1 tickets facebook twitter instagram mail
www.ReserveDelenStore.NL
Bernie Ecclestone, Grote Baas. Een terugblik op een tijdperk.

Bernie Ecclestone is niet langer de Grote Baas van de Formule 1.

Hoe is dat zo gekomen en wat heeft deze man betekend voor de sport? Wie is hij eigenlijk en hoe is het mogelijk, dat iemand van zijn achtergrond, lichaamsbouw en leeftijd (86) zo lang in alleenheerschappij een miljardenbedrijf leidde?

In zijn huis in Brazilië, waar hij koffie verbouwt, koeien houdt en van zijn vrije tijd geniet krijgen we dankzij een interview van Martin Brundle enige tijd geleden, een glimp van de mens achter de baas.

Hij stelt zijn vertrouwen in vrouwen. Zijn dochters hebben de dagelijkse leiding in zijn activiteiten, of het nu om de koffieplantage of zijn vastgoed gaat, zijn meiden zitten er bovenop. Hij zegt: Vrouwen hebben niet zo’n groot ego. Ze doen de dingen om de dingen die ze doen, niet zozeer om zichzelf te profileren. Verder zegt hij over vertrouwen:Je hebt van die kleine groene briefjes, Dollar Bills en daar staat op: ‘in God we trust’. Maar zijn glimlach doet je denken: is dat nou een geintje, of komt hier naar boven dat de ouwe Bernie toch religieus is?

Mensen zijn als de dood voor hem, of hebben toch ontzag voor hem, terwijl hij maar 1,60 meter groot is en er bepaald niet dreigend uitziet.
Hoe doet hij dat? Ik heb geen idee of dat waar is, dat mensen bang voor me zijn. Ik hoop, dat ze me zien als een goede partner en me als gelijkwaardig ervaren, ik ben er niet op uit om mensen bang te maken.

Toegegeven, Chase Carey, de man die hem ontsloeg als CEO van Formula One Group en hem vervangt, was kennelijk niet bang. Hij deelde Ecclestone meteen nadat de overname van de aandelen van Formule 1 definitief rond was mede, dat het voor hem als President en CEO over was, dat hij door Carey zelf vervangen werd en dat ze voor Ecclestone de titel Honorary President hadden bedacht.
Ecclestone zei daarover na zijn ontslag: Ze hebben voor mij zo’n Amerikaanse titel bedacht, maar wat dat moet inhouden weet ik niet.

Ecclestone maakte dat ontslag ook meteen bekend, terwijl er eigenlijk een embargo was tot de volgende dag. Het dwong Liberty Media om diezelfde avond van maandag de 23ste januari te melden, dat naast Chase Carey als President en CEO ook Ross Brawn (Managing Director Motor Sports) en Sean Bratches (MD Commercial Operations) waren benoemd.

Een driemanschap dat de oude Bernie vervangt. Per direct. Toch een bommetje.


vlnr: Sean Bratches, Chase Carey en Ross Brawn

Hoewel Ecclestone altijd bedachtzaam lijkt te formuleren, ontspruiten regelmatig gepeperde uitspraken aan zijn lippen. We weten nog, dat hij ooit zei: Je kunt zeggen van Hitler wat je wilt, maar hij had wel dadendrang en daarom bewonder ik hem.

En ook mensen als Trump, Poetin en Berlusconi konden en kunnen op de bemoedigende woorden van Ecclestone rekenen. Over de stijl van leidinggeven van hemzelf en dergelijke types zegt hij in een interview met Martin Brundle van Sky Sports F1: Als ik in mijn eentje de baas ben in de Formule 1 dan neem ik van de tien beslissingen zeven of acht keer de goede. Als je straks, als ik weg ben, een heel comité nodig hebt voor het managen van de Formule 1, dan nemen ze vier of vijf keer de goede beslissing. Nou, dan weet je het wel.

Hij heeft over onder meer Danica Patrick, een Amerikaanse vrouwelijke topcoureur laatdunkende opmerkingen gemaakt: Je zou het beste alle vrouwelijke deelnemers geheel in het wit moeten kleden, net als de tafelkleden en de tenten in het hospitality-deel op het circuit, dat zou heel mooi staan.

Controverse is dr. H.c. Bernhard Charles Ecclestone dus niet vreemd. Toch zijn velen die hem kennen bewonderaar van de man die in 1930 geboren is in een vissersgezin in Suffolk, Engeland. Hij deed daar zijn lagere school en na vier jaar middelbare school ging hij aan de slag als laboratoriumassistent. Naast dat werk deed hij een studie Chemie aan de Technische Universiteit van Woolwich.

Toen al was hij vooral bezig met racen. Hij had al van jongs af aan een fascinatie voor snelheid, hij reed motorfietsen en al snel na de Tweede Wereldoorlog dook hij ook op in de motorfietsenonderdelenhandel. Handel zit hem kennelijk in het bloed. Werken ook. Als jonge scholier had hij twee krantenwijken. Met de opbrengst kocht hij vervolgens iedere dag het brood van de dag ervoor op bij de plaatselijke bakker om dat vervolgens op school te verkopen. Met een dikke winst natuurlijk.

Naast zijn onderdelenhandel vormde hij een raceteam, Compton & Ecclestone Motorcycle Dealership, vanaf 1949 racete hij in de Formule 3. Hij heeft -als coureur- in 1958 geprobeerd zich voor twee grand prixs te kwalificeren, in Monaco en Silverstone, maar wist zich niet te plaatsten voor de races. Hij managede in die dagen Steward Lewis-Evans en kocht van het failliete Connaught team twee chassis. Hij moet toen gedacht hebben: Ach, laat ik het eens proberen…


Ecclestone en Carlos Reutemann. bron:twitter.com

Toen Lewis-Evans verongelukte, keerde Ecclestone Formule 1 resoluut de rug toe: Hij haatte de sport om de dood van zijn vriend. Na tien jaar keerde hij toch weer terug als manager en partner in het Formule 2-team van Jochen Rindt, die dat jaar (1970) onderweg was wereldkampioen te worden. Op Monza verongelukte Rindt en werd twee weken later postuum wereldkampioen.

Ecclestone werd benaderd door het Brabham-team en hij nam het over in de loop van 1971. Met Gordon Murray als technische baas en in de auto’s de Argentijn Carlos Reutemann en de Braziliaan Carlos Pace kwam hij tot successen in midden jaren 1970. Na een mislukt avontuur met Alfa-Romeomotoren ging Ecclestone in zee met Niki Lauda en kon Gordon Murray weer schitteren dankzij zijn nogal radicale ontwerp BT46.
Daarna kwam Piquet bij het team en Murray mocht weer Cosworth-motoren inbouwen, wat hem veel beter beviel dan werken met de zware Alfa-Romeomotoren. Het ging het team bepaald niet slecht; Ecclestone behield het tot 1985. Hij kocht het in 1971 voor $120,000.00 en ontving in 1987 van de Zwitser Joachim Luhti de fraaie som van $5,000,000.00.

Macht in de schoot geworpen
Kort nadat Ecclestone Brabham overnam bracht hij de teameigenaren in de Formule 1 bijeen in de FOCA, de Formule 1 constructeursvereniging. Deze club, waarvan hij de voorzitter was, hield zich onder meer bezig met het aan de man brengen van de televisierechten, kwam op voor de teams tegen de FIA en hield zich bezig met de veiligheid van de rijders.

Zijn positie in de FOCA stelde Ecclestone in staat om in 1978 23% van de televisierechten in zijn eigen onderneming te laten vloeien met toestemming van de teams op voorwaarde, dat hij het prijzengeld aanmerkelijk zou verhogen. Die constructie bestond tot afgelopen zondag nog steeds. Het heeft Ecclestone een meervoudig miljardair gemaakt, de meest realistische schatting is, dat Ecclestone zo’n drie miljard euro bezit.

Ecclestone heeft de sport niet alleen commercieel sterk gemaakt. Hij heeft veel invloed gehad op regels die de sport veiliger en aantrekkelijker moesten maken. Hij heeft bijvoorbeeld Sid Watkins, een gerenommeerd neurochirurg die benzine door de aderen stroomt, in de Formule 1 verantwoordelijk gemaakt voor de gezondheid en veiligheid. Deze op handen gedragen arts, twee jaar ouder dan Ecclestone, heeft tot en met het seizoen 2004, toen hij 76 jaar was, het welzijn van de rijders in Formule 1 gewaarborgd waar hij kon.
Steeds als er grote controverses waren in de wereld van Formule 1 wist Ecclestone de neuzen weer één kant op te krijgen. Hij bleek, met zijn decennia ervaring als leider in Formule 1, de juiste man om de boel telkens weer bijeen te houden. Hij paste daar zijn bijzondere tactiek van verdeel en heers toe. Altijd weer verraste hij vriend en vijand met zijn timing, zijn oplossingen en de druk die hij kon uitoefenen op partijen. Daarbij liet hij het vaak, zo goed als altijd, op het laatste moment aankomen, om zo de partijen het gevoel van: ‘het is nu of nooit’ te geven.

Niemand kent zijn zwakte. Ecclestone is nooit kwetsbaar geweest.

Vier dagen nadat hij is ontslagen doemen de eerste donkere scenario’s voor Liberty Media, de nieuwe eigenaar, al op. In 2009 liet Ecclestone de merknaam GP1 registreren. Dat feit wordt nu door vooraanstaande journalisten genoemd in verband met een uitspraak van Ecclestone tegen Peter Windsor op de vraag: hoe gaat het nu met je?: We zijn bezig een nieuwe raceklasse op te zetten…

F1 nieuws

GP Pits Magazine
.